Willem de Mérode, Eric de Kuyper, Chris Kuzneski, Johan Daisne, Joseph Roth, Pierre Huyskens

De Nederlandse dichter en schrijver Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) werd op 2 september 1887 geboren in Spijk. Zie ook mijn blog van 2 september 2010 en eveneens alle tags voor Willem de Mérode op dit blog.

De zaligen

De gele rozen lichten langs ‘t terras.
In diepe stoelen liggen zij te rusten,
de zaligen, die elkaar gelukkig kusten,
de toekomstlozen; heel hun leven was

een dringen naar de voorgeweten uren,
waar alles eensklaps in vergeten is;
‘t verwaait, nadat het stukgereten is,
hun oud bestaan; en nooit kan iets meer duren

naast dit verzonken zijn, dit niet meer wezen
deze gevaarlijk stille eeuwigheid,
dit weggevaagd zijn en te rust geleid,
waaruit zij langzaam, stil en moe verrezen.

De regen, een grijs kraalgordijn, een poos
zacht tikkelend, laat door zijn lauwe kieren
hen ‘t paradijs nog zien met zijn revieren,
achter de vlammen van de gele roos.

 

Jonathan

Zijn kleren had hij niet alleen geruild
en kostbaar wapentuig, maar ook zijn leven.
Hij had zijn wijsheid en zijn kracht gegeven
en wat in harts verholen diepten schuilt.

Voor simpele eenvoud, sterke aanhanklijkheên,
bood hij het de gebronsde jonge herder.
Die nam, en streed, en slingerde het verder
en trof Saul met de scherpgekante steen.

En Jonathan duldde het dubbel leed.
Hij dacht zijn vader hard en David wreed,
en kampte om ’t arm geluk van dood te zijn.

Bij ’t rijzen van de grijze schemervloed
gruwt David van de lauwe smaak van bloed,
en staart vol afschuw naar de rode wijn.

 

De seringen

Deze geuren zijn zo week als ’t strelen
Van een hand door zijïg zachte haren.
O hun vleiïng die het bloed met zware
Slagen door de vingeren doet spelen

En dan zachtjes tempert tot bedaren.
En een vreemde droefheid glijdt met hele
Lichte aarzelingen in vervelen
Over, en een lusteloos strak staren.

O dit wreed genadeloze dringen
Van uw schone rouw, paarse seringen,
Tot ons denken, tot ons vlotte bloed,
Is gelijk een overmacht van minnen,
Die ’t weerstreven der nerveuze zinnen
Sidderend zich onderwerpen doet.

 
Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
Cover

Doorgaan met het lezen van “Willem de Mérode, Eric de Kuyper, Chris Kuzneski, Johan Daisne, Joseph Roth, Pierre Huyskens”

R.A. Basart

 

De Nederlandse dichter en schrijver R.A. Basart werd op 2 september 1946 in Amsterdam geboren. Van R.A. Basart verschenen twee dichtbundels: ‘Oranjebal’ (1975) en ‘De gezonde apotheek’ (1977). Twintig jaar na de laatste bundel verscheen er nog een roman: ‘De laatste lach’ (1997). Basart publiceerde in ‘Avenue’, ‘Spektator’, ‘Gedicht’, ‘De Revisor’, ‘Dietsche Warande & Belfort’. Hij ontving de Fontijn-aanmoedigingsprijs 1974 voor ‘Oranjebal’. en ‘De laatste lach’ werd genomineerd voor de Nederlandse Debutanten Prijs 1998. Ook stond deze roman op de Longlist voor de AKO-Literatuurprijs 1998. Basart werkt als docent Nederlands en is medeoprichter van Scrip+, een bureau dat beginnende schrijvers met tekstueel advies bijstaat.

 

Zelfportret als hond

De hond heeft geen nut,
dat weet hij.
Zijn leven is een onhandige smoes
die ras heet – of trouw
als hij niet in de mode is.
Met oren op de groei haast hij
zich zorgelijk van geur naar geur,
niet wetend of hij hoofdpijn heeft
of nadenkt.

 

 

De kale dis

We zaten aan een tafel van puur goud
En sloegen op de borden van de honger.
Er stonden voor de ramen honderd zonnen,
Voor elk raam één, dus welbeschouwd

Een feestelijk gezicht. Wie was getrouwd
Met wie? Om wie was dit begonnen?
En paste mij nu vrolijkheid of rouw?
Ik wist alleen dat ik verrekte van de honger

En dat er iets te vieren viel. Of niet.
De gastheer was in elk geval een vrek:
Mijn bord bleef leeg. Ik dacht: zelfs al verjaart

Hij hoogstpersoonlijk – ìk vertrek! Maar ik verliet
De zaal niet, want gelijk sprong men mij op de nek,
Schreeuwend van: ‘Krentekakker! Hìèr die taart!’

 

 

 
R.A. Basart (Amsterdam, 2 september 1946)