Simon Vinkenoog, Steffen Popp, Alicia Steimberg, Jevgeni Jevtoesjenko, Aad Nuis, William M. Thackeray, Nathalie Sarraute

De Nederlandse dichter en schrijver Simon Vinkenoog werd op 18 juli 1928 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Simon Vinkenoog op dit blog.

Hooglied

Ik zeg tegen mezelf: jongen, ze verwijten je vaak
dat je geen omgang hebt met je vrienden & vakgenoten,
dat je hun gezelschap mijdt, hun discussies niet wilt zoeken
(ze zeggen het anders, zó zien ze het niet)
En ze vragen je vaak: wat zoek je toch bij die gekke jongens?

Dan antwoord ik niet, of ik zoek naar uitvluchten,
zeg ik dan, Simon Vinkenoog,
ik heb het ze nooit durven zeggen,
waarom ik zó leef, en niet anders.

Zal ik antwoorden, beterweten, zeggen?
Omdat Kees Bottenberg eens heeft gezegd:
‘ik zou willen schrijven,
want er zou een bijbel geschreven moeten worden.’

Daarom, medeschrijvers. Wij schrijven een bijbel.
Ieder zijn eigen hooglied. Ieder het zijne.
Ik de mijne.
Allen één God.

 

Profielschets: Dichter
JE est un autre – Arthur Rimbaud

Ik ben
dichter
experimenteel dichter
gelegenheidsdichter
laatnaarjekijkendichter
je mag gezien worden, dichter
stadse kijkmijnoudichter
fratsendichter
margedichter
worshopdichter
mystiekdichteretceteradichter

Dichter van het eerste
en het laatste woord
dichter van de afscheidsgroet
dichter van de levende adem
uitje voor scholieren
gesprekspartner voor
verslaafden en gedetineerden

parkdichter
festivaldichter
gebrokendromendichter
paradedichter
straathoekdichter
droomdansdichter
jazzdichter

dag dichter nacht dichter
vrijetijdsdichter
arbeidstrijddichter
ladenlichter &
schielijke oplichter
standwerkdichter
feestdisdichter

In het spoor van
Adam dichter
naamgeefdichter
aangeefdichter
aanmaakdichter
toegewijd dichter
gedreven, vervoerd,
geleid, eigengereid
en bevlogen
dichter

Buitennissig
buitensporig
buitenzinnig dichter

Altijd onderweg dichter
overwegdichter
omwegdichter tunneldichter
viaductdichter
stoplichtdichter
te fiets te voet in bed
bijrijddichter

Nou is het wel genoeg, dichter
nu ben je luisterdichter
inkijkdichter
voorbijganger dichter
zwijgdichter

Kijk, dichter
mensen om je heen, dichter
MindMirrorPaintboxdichter
supergeleiderdichter
krachtmetingsbegeleidingsdichter

Niets is weg dichter
niets gaat verloren dichter
levenslang meekijkdichter
benaderdichter verwijderdichter
kleurrijk dichter regenboogdichter
zelfgezegddichter
gelukkig dichter!

 
Simon Vinkenoog (18 juli 1928 – 12 juli 2009)

Doorgaan met het lezen van “Simon Vinkenoog, Steffen Popp, Alicia Steimberg, Jevgeni Jevtoesjenko, Aad Nuis, William M. Thackeray, Nathalie Sarraute”

Jan Stanisław Skorupski, Ludwig Harig, Ricarda Huch, Tristan Corbiere, Jan Gerhard Toonder, Josepha Mendels, Bobby Henderson

De Poolse dichter, schrijver en essayist Jan Stanisław Skorupskiwerd geboren op 18 juli 1938 in Łosznióv in Podolië. Zie ook alle tags voor Jan Stanisław Skorupski en ook mijn blog van 18 juli 2010 en eveneens mijn blog van 18 juli 2009.

Sonett vom Dienstag-Markt im Lido

die beste Musik ist die Ruhe
an der jeder Denker Freude hat
nur der Dumme zeigt sich immer laut
nicht wie im Tempel ohne Schuhe

die Bedingungen sind luxuriös
obwohl der Nebel die Laune stört
der Markt im Lido hat seinen Wert
deshalb verschwindet bald der Stress

im Lido fehlt mir die Fähigkeit
was man kochen kann und was backen
um den Magen besser zu fördern

in Venedig ist die Gelegenheit
Herrn Gott an den Füssen zu packen
und auch Mephisto bei den Hörnern

 

Sonett mit der Zweisimmen-Katze

schon eine Woche in Zweisimmen
und alles ist schön von frühmorgens
die gleiche Katze kommt mit Sorgen
hungrig miaut mit der Bettelstimme

Balkonboden ist neu gestrichen
das lustige Züglein pfeift nicht mehr
leider weil wir bedauern das sehr
vom Grill frisches Gemüse riechen

Schönwetterwolken auf den Bergen
jetzt lachen zu uns auf Balkonien
wo trotz uns leben nur die Zwerge

hier gibt’s eine breite Offerte
wo statt kirchlicher Zeremonien
in der Kirche hört man Konzerte

Jan Stanisław Skorupski (Łosznióv, 18 juli 1938)
Doorgaan met het lezen van “Jan Stanisław Skorupski, Ludwig Harig, Ricarda Huch, Tristan Corbiere, Jan Gerhard Toonder, Josepha Mendels, Bobby Henderson”

Per Petterson

De Noorse schrijver Per Petterson werd geboren in Oslo op 18 juli 1952. Petterson werd opgeleid tot bibliothecaris en werkte later als boekhandelaar en vervolgens ook als vertaler. Vanaf de jaren negentig is hij fulltime schrijver. Petterson debuteerde in 1987 met de bundel korte verhalen “Aske i munnen, sand i skoa”. Vanaf dat moment werd zijn werk in Noorwegen steeds goed ontvangen en meermaals onderscheiden. Zijn roman “Det er greit for mig” werd in 1992 met ‘Spraklig samlings litteraturpris’ bekroond, in 1997 werd “Til Sibir” (Heimwee naar Siberië) genomineerd voor de ‘ Literatuurprijs van de Noordse Raad ‘ en in 2003 ontving hij de ‘Brage-prijs’ voor de roman “I kjølvannet” (Kielzog), over een jongeman die zijn familie verloor tijdens de ramp met de Scandinavian Star-ferry. Petterson brak in 2003 internationaal door met de roman “Ut og stjæle hester” , (Paarden stelen), in Noorwegen gekozen tot het beste boek van het jaar en bekroond met de Noorse kritiekprijs, maar ook buiten Scandinavië gelauwerd, onder meer met de International IMPAC Dublin Literary Award. “Paarden stelen” handelt over een oudere man die na de dood van zijn vrouw met een leeftijdgenoot op nostalgische wijze terugblikt op de drama’s in hun leven. Pettersons roman uit 2008 “Jeg forbanner tidens elv” (Ik vervloek de rivier des tijds) won in 2009 de prestigieuze Literatuurprijs van de Noordse Raad. In deze roman wordt de knellende relatie van hoofdpersoon Arvid Jansen met liefde en het bestaan beschreven en de pogingen die hij doet om de persoon te worden die hij wil zijn. Pettersons roman “Jeg nekter” (Twee wegen) uit 2012, over twee mannen, oude vrienden, die elkaar na 35 jaar opnieuw treffen, werd een internationaal succes en behaalde ook in Nederland de bestsellerlijsten.

Uit: Twee wegen (Vertaald door Marin Mars)

“Donker. Het was half vijf ’s nachts. Ik reed van Hauketo naar de Herregårdsveien. Vlak voor het station van Ljan sloeg ik links af de brug op over het spoor, het licht stond op rood, maar er was  niemand te zien, dus reed ik gewoon door. Toen ik aan de andere kant een stukje naar beneden was  gereden, voorbij de winkel daar, Karusellen heet die, kwam er plotseling een man vanuit het donker  het licht van de koplampen in struikelen, alsof hij werd gelanceerd. Op het moment dat ik hem zag,  viel hij bijna. Ik trapte vol op de rem, de wielen blokkeerden en de auto slipte met een afschuwelijk  gierend geluid zijdelings een paar meter door en stopte vlak bij de man. De motor sloeg in één klap af.
Ik was ervan overtuigd dat ik hem met de bumper had geraakt. Maar hij viel toch niet. Hij steunde op de motorkap, deed drie stappen naar achteren en bleef  staan, zwaaiend op zijn benen , ik zag hoe het licht zijn ogen overspoelde. Hij staarde naar de voorruit,  maar hij kon me niet zien, hij kon niets zien. Zijn haar was lang, en zijn baard was lang, en hij hield  een grijze zak stevig onder zijn arm geklemd. Eén moment dacht ik dat het mijn vader was. Maar het  was mijn vader niet. Ik had mijn vader nog nooit gezien.
Toen verdween hij in het donker aan de andere kant van de weg waar het pad steil naar  beneden liep naar Ljansdalen. Ik bleef met stijve armen zitten, mijn handen stevig tegen het stuur  gedrukt en de auto dwars op de Herregårdsveien, deels op de andere weghelft. Het was nog steeds  donker, ja, nog donkerder. Twee koplampen kwamen dichterbij, op weg naar boven. Ik draaide het  contactsleuteltje om, en toen wilde de motor niet starten, ik probeerde het nog een keer, en toen sloeg  hij aan. Ik voelde mijn adem snel gaan, boven in mijn keel, zoals een hond ademt. Ik reed achteruit  terug naar mijn eigen weghelft voordat de andere auto boven was, draaide voorzichtig, en reed  langzaam naar  beneden naar de Mosseveien en sloeg onder aan de weg af naar rechts, richting Oslo.”

Per Petterson (Oslo, 18 juli 1952)

 

Elizabeth Gilbert

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Elizabeth M. Gilbert werd geboren op 18 juli 1969 in Waterbury, Connecticut. Haar vader was chemisch ingenieur en haar moeder verpleegster. Ze groeide op in een klein gezin samen met haar enige zus, de schrijfster en historica Catherine Gilbert Murdock. Ze woonden in Litchfield , Connecticut, zonder buren, televisie of muziekspeler. Bijgevolg lazen ze veel. Gilbert en haar zus vermaakten zich met het schrijven van kleine boeken en toneelstukken. Gilbert behaalde in 1991 een diploma Bachelor of Arts in de politieke wetenschappen aan New York University. Vervolgens ging ze aan de slag als kokkin, tafelbediende en werknemer bij een tijdschrift. Het Amerikaanse tijdschrift Esquire publiceerde haar kortverhaal “Pilgrims” in 1993 onder de kop “The Debut of an American Writer”. Daarmee was ze de eerste niet-gepubliceerde schrijver van korte verhalen die in Esquire haar debuut maakte sinds Norman Mailer. Vanaf dat moment kon ze zich toeleggen op serieus journalistiek werk in opdracht van een hele serie nationale tijdschriften zoals SPIN, GQ, The New York Times Magazine, Allure, Real Simple en Travel + Leisure. In haar memoires Eat, Pray, Love geeft ze te kennen dat ze carrière maakte als een goed verdienende freelance-schrijver. Voor “Pilgrims” ontving ze de Zacharis Award van 1999. In 1998 vormde ze haar GQ-artikel “Eustace Conway is Not Like Any Man You’ve Ever Met” om in een biografie van de moderne naturalist getiteld “The Last American Man”. Deze werd genomineerd voor de National Book Award in de categorie non-fictie. In 2006 bracht Gilbert Eat, Pray, Love: One Woman’s Search for Everything Across Italy, India and Indonesia uit. Het vertelt haar verhaal over haar jaar van “spirituele en persoonlijke verkenning” tijdens haar reizen in het buitenland. De verfilming van Eat, Pray, Love ging uit van Columbia Pictures en werd vervolgens onder dezelfde titel uitgebracht op 13 augustus 2010. De actrice Julia Roberts speelt de rol van Elizabeth Gilbert. Haar vijfde boek “Committed: A Skeptic Makes Peace with Marriage” kan beschouwd worden als het vervolg op “Eat, Pray, Love”. Het is een diepgaand onderzoek van het instituut van het huwelijk vanuit meerdere historische en hedendaagse perspectieven.

Uit: Eat, Pray, Love

„I wish Giovanni would kiss me.
Oh, but there are so many reasons why this would be a terrible idea. To begin with, Giovanni is ten years younger than I am, and—like most Italian guys in their twenties—he still lives with his mother. These facts alone make him an unlikely romantic partner for me, given that I am a professional American woman in my mid-thirties, who has just come through a failed marriage and a devastating, interminable divorce, followed immediately by a passionate love affair that ended in sickening heartbreak. This loss upon loss has left me feeling sad and brittle and about seven-thousand years old. Purely as a matter of principle, I wouldn’t inflict my sorry, busted-up old self on the lovely, unsullied Giovanni. Not to mention that I have finally arrived at that age where a woman starts to question whether the wisest way to get over therthe loss of one beautiful brown-eyed young man is indeed to promptly invite another one into her bed. This is why I have been alone for many months now. This is why, in fact, I have decided to spend this entire year in celibacy.
To which the savvy observer might inquire: “Then why did you come to Italy?”
To which I can only reply—especially when looking across the table at handsome Giovanni—”Excellent question.”
Giovanni is my Tandem Exchange Partner. That sounds like an innuendo but un-fortunately is not. All it really means is that we meet a few evenings a week here in Rome to practice each other’s language. We speak first in Italian, and he is patient with me; then we speak in English, and I am patient with him. I discovered Giovanni a few weeks after I arrived in Rome, thanks to that big Internet café at the Piazza Barberini, across the street from that fountain with the sculpture of that sexy merman blowing into his conch shell. He (Giovanni, that is—not the merman) had posted a flier on the bulletin board explaining that a native Italian speaker was seeking a native English speaker for conversational language practice. Right beside his appeal was another flier with the same request, word-for-word identical in every way, right down to the typeface. The only difference was the contact information. One flier listed an e-mail address for some-body named Giovanni; the other introduced somebody named Dario. But even the home phone number was the same.”

Elizabeth Gilbert (Waterbury, 18 juli 1969)