Stefan Hertmans, Octavio Paz, Asis Aynan, Martijn Teerlinck, Marga Minco, Enrique Vila-Matas, Rob Boudestein, Nichita Stănescu

De Vlaamse dichter, schrijver en essayist Stefan Hertmans werd geboren in Gent op 31 maart 1951. Zie ook alle tags voor Stefan Hertmans op dit blog.

Zijn troost

Men maakt een dier dood
in de nacht; iets kleins en
wilds wordt in de struiken
omgebracht.

Omdat hij stemmen hoorde,
dacht hij dat het volstond
als men geloofde;

maar even later huilt verschrikking
in een gracht.

Men heeft je niets beloofd bij
de geboorte;
maar overlast, het roken en het
drinken tot in de ochtend,
de volle maan die van de lucht afglijdt

en scherven in je armen –

je hebt die dingen zelf bedacht,
verwacht dus ook maar
geen erbarmen.

 

Zoals je thuis tikt

Dat het niet aanklinkt
maar er is, als regen,
waaiend over de toetsen
die tegen je spreken.

Lichte hagel, scherp
als nagels, klinkt er nu
en dan in mee.

Geduld, als je op snelheid
komt, een hoger ritme
dat het hart kalmeert

en alles – bomen groeien
door het raam, de glasgordijnen
ademen als een dier –
wordt daarin opgenomen:

je handen, snel als wolken
in september, tikkend
op een zwart klavier.

 

Verwensing van geluk

Je hebt het hart niet
om de stenen te begeren;
maar stenen dauwen
als je loopt.

Het huis heeft licht gedronken.
Wankelend komen stemmen
in de oren, de messen
zwellen scherp op snee.

Plots helt je lichaam iets te ver.
Ik ben dit niet gewend,
dit snikken van je harde
armen, dit warme klauwen

in mijn hals
De bloemen gillen roze.
We slapen ons voorbij.

 
Stefan Hertmans (Gent, 31 maart 1951)

Continue reading “Stefan Hertmans, Octavio Paz, Asis Aynan, Martijn Teerlinck, Marga Minco, Enrique Vila-Matas, Rob Boudestein, Nichita Stănescu”

Kornej Tsjoekovski

De Russische essayist, criticus en schrijver Kornej Ivanovitsj Tsjoekovski werd geboren in Sint-Petersburg op 31 maart 1882. Tsjoekovski werd geboren als buitenechtelijke zoon van de joodse koopman Emmanuel Lewenson en zijn huishoudster. Hij trok met zijn moeder nar Odessa, bezocht daar het gymnasium, maar kon zijn studie niet voortzetten vanwege zijn lage afkomst. Hij leerde zichzelf Engels en werd van 1903 tot 1905 correspondent te Londen voor de krant in Odessa. Terug in Rusland begon hij literatuur vanuit het Engels te vertalen, onder andere Walt Whitman. Hij kwam in zo contact met literaire kringen, onder andere met Aleksandr Blok. Tijdens een verblijf in Finland leerde hij Ilja Repin en Vladimir Korolenko kennen. Vanaf 1905 begon hij ook literaire kritieken, essays en satirische verzen te schrijven, onder meer voor de toonaangevende tijdschriften ‘Signaal’ en ‘Weegschaal’. Vanwege enkele van deze publicaties werd hij in 1909 gearresteerd vanwege belediging van de Tsaar, maar uiteindelijk vrijgesproken. Tsjoekovski wierp zich een groot deel van zijn leven op als belangrijkste herontdekker en pleitbezorger van het werk van Nikolaj Nekrasov (waarvoor hij een doctorstitel kreeg toegekend), en was ook diens biograaf In de Sovjettijd verwierf Tsjoekovski vooral populariteit met zijn kinderboeken en kinderverzen, waarvan “Dokter Ajbolit”, “De gigantische voorn”, “De krokodil” en “Was ze schoon” generaties lang tot de favorieten van Russische kinderen behoorden. Ook zijn observaties over de kindertaal trokken de aandacht (Van twee tot vijf, 1933). Tsjoekovski verkreeg daarnaast veel bekendheid door zijn voortdurende steun aan schrijvers die vervolgd weren door het Sovjetregime, eerst heimelijk (hij schreef sympathieke portretten over verguisde schrijvers als Anna Achmatova en Michail Zosjtsjenko), na de ‘dooi’ ook openlijk. Hij was bijvoorbeeld de enige schrijver in de schrijversbond die Boris Pasternak in 1958 feliciteerde met de toekenning van de Nobelprijs voor de Literatuur. Tsjoekovski is de vader van Lidija Tsjoekovskaja. Hij overleed in 1969 op 87-jarige leeftijd in Peredelkino, bij Moskou.

Crocodile (Fragment)
(an old tale)

There was
The crocodile.
He went through the streets,
Cigarettes smoked,
Turkish said, –
Crocodile, Crocodile Crocodilefish!

Followed by the people
And sings and shouts:
“That’s a freak so ugly!
That nose, that mouth!
And where is the monster?”

The students behind him,
Chimney sweeps over him,
And push it
Offend him;
And some kid
Showed him shish,
And some watchdog
Bit him in the nose, –
Bad dog, bad-mannered.

Looked Crocodile
And watchdog swallowed
Swallowed it along with the collar.

Angry people
And calls and shouts:
“Hey, hold it,
Yes knit it,
Yes lead rather to the police!”

He rushes into the tram,
All shout: “Ah-Ah-Ah!”
And running,
Head over heels,
Home
In the corners:
“Help!
Help! Mercy!”

Ran the policeman:
“What noise? What a howl?
How dare here to go
Turkish to speak?
The crocodiles here to walk”sign.

Grinned Crocodile
And the poor man swallowed,
Swallowed with boots and sword.

 
Kornej Tsjoekovski (31 maart 1882 – 28 oktober 1969)
Portret door Ilya Repin, 1910

Gerrit Komrij, Paul Verlaine, Milton Acorn, Erika Mitterer, Uwe Timm

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook alle tags voor Gerrit Komrij op dit blog.

De monumenten 2

Daar wordt een dode nooit meteen begraven,
Geen stof geveegd. Geen asfalteermachine
Dicht gaten in de straat. Daar zijn geen brave
Aartstegenstanders van het onvoorziene,

Geen bedden, rij aan rij, als serpentine,
Waarin ze zieken aan het oog onttrekken.
Elk huis vervalt er doodkalm tot ruïne.
Elk mens kan er vrijuit op straat verrekken.

Elk monument zakt ongestoord ineen
En op een zomaar wandelende dame
Stort zich de pest. Dáár ligt haar grote teen.
Het is een echte stad, en geen reclame.

 

Ellebogenwerk

Hij ziet de toekomst voor zich als mals gras.
Hoor hem zijn kaken roeren. Hij heeft trek.
Omzien geeft voor een zakenman geen pas.
Maar morgen is er altijd tijdgebrek.

Agenda’s heeft hij en zijn aktetas
Zit vol prognoses, tot de jongste dag,
Van opwinding beslaat zijn brillenglas
Als hij naar nog een gaatje zoeken mag.

Hij graast de toekomst leeg om haar meteen
Opnieuw met hoop te vullen. In een tijd
Die niet te ruimen valt ziet hij geen been.

De toekomst is een ruif waaruit hij eet.
Daar ligt het leven, denkt hij en vergeet
Het nu – zijn enige gelegenheid.

 

Een gedicht

De eerste regel is om te beginnen.
De tweede is de elfde van beneden,
De derde is om wat terrein te winnen.
De vierde moet weer rijmen op de tweede.

De vijfde draait u plotseling een loer.
De zesde heeft het twaalftal gehalveerd.
De zevende schijnt zwaar geouwehoer,
De achtste bloedserieus. Of omgekeerd.

De negende vertelt nog eens hetzelfde.
De tiende is misschien een desillusie.
De elfde is niets anders dan de elfde.
De twaalfde is van niets de eindconclusie.

 
Gerrit Komrij (30 maart 1944 – 5 juli 2012)
In 1994

Continue reading “Gerrit Komrij, Paul Verlaine, Milton Acorn, Erika Mitterer, Uwe Timm”

Palmzondag (Paul Snoek)

Bij Palmzondag

 

 
Benjamin Robert Haydon, Christ’s Entry into Jerusalem, tussen 1814 en 1820

 

Palmzondag

Witstille duiven
in een vroombemoste straat
verkondigen de vrede
in een psalmendialoog.

Kinderen op hun schommelpaarden
wuiven wierook naar de dag
en druivenranken
die niet groeien wilden vroeger
tonen witte alleluia’s aan elkaar.

Maar glazen mensen
in een palmen mens verborgen
houden ingepalmd
hun glazen maandagadem in.

 

 
Paul Snoek (17 december 1933 – 19 oktober 1981)
Sint-Niklaas, Grote Markt met Sint Nicolaaskerk,
Paul Snoek werd geboren in Sint-Niklaas

 

Zie voor de schrijvers van de 29e maart ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geert van Istendael, Wim Brands, Eric Walz, Georg Klein, Ernst Jünger, Yvan Goll

De Vlaamse schrijver, dichter en essayist Geert van Istendael werd geboren in Ukkel op 29 maart 1947. Zie ook alle tags voor Geert van Istendael op dit blog.

Kerkje op Öland

Het was gekalkt, zeer rein, zoals de andere,
in alle dorpen die we konden zien.
Het interieur zou grijs zijn, blauw, misschien
ook goud. Gestrengheid die nooit mocht veranderen.
We gingen kijken, L. en ik. Muziek,
een protestants, scherp orgel overspoelde ons.
Een vrouw oefende een psalm. Haar vingers woelden
in onze rationele dogmatiek.

Ze woont in een gehucht, die vrouw, bij rozen
en vlier. Haar houten huis is geel, vieux-rose
of als de kerk zo wit. En ze gelooft.
Heeft zij het paradijs in hart en hoofd?
Vanuit het kerkportaal kon je de zee zien.
In ons stak heimwee op. Of was het weerzin?

 

3 september 2004

De theepot op mijn eettafel,
het mooiste monument van deze stad.
De stilte in mijn woonkamer,
gebeeldhouwd,
de omtrekken helder. In de tuin
een kinderstem, een stap op straat, een auto.
De stilte in de kamer en de theepot,
de mooiste monumenten,
breekbaar, breekbaar.

In deze kamer, deze stad,
nog vóór mijn geboorte,
kwam zestig jaar geleden
vrede wonen. Al die jaren,
een theepot op tafel.
Stilte.

 

Ik ga nu slapen met mijn verdriet…

Ik ga nu slapen met mijn verdriet.
Zelf slaapt het al. Het voelt mij niet.
Jaagt het zich op van droom naar droom,
zo bang als ik voor dwalende vragen?

Ik weet het niet. Ik lig en kijk
het zwart in. Ik ben ver van het lijf
dat naast me ademt. Ik gebied
mijn hersens , tervergeefs, te doven.

Zij spinnen een eentonig lied,
verjagen slaap maar niet verdriet,
dat in zijn droom mijn slaap verbiedt.

En als het ontwaakt? Vlucht ik dan? Sla ik?
Omhels ik het? Het lichaam naast me
beweegt. Het kreunt. Ik ken het niet.

 
Geert van Istendael (Ukkel, 29 maart 1947)

Continue reading “Geert van Istendael, Wim Brands, Eric Walz, Georg Klein, Ernst Jünger, Yvan Goll”

R. S. Thomas, Jacques Brault, Denton Welch, Marcel Aymé, R. Dobru, Jenő Rejtő, Johann Musäus

De Welshe dichter Ronald Stuart Thomas werd geboren op 29 maart 1913 in Cardiff. Zie ook alle tags voor R. S. Thomas op dit blog.

Album

My father is dead.
I who am look at him
who is not, as once he
went looking for me
in the woman who was.

There are pictures
of the two of them, no
need of a third, hand
in hand, hearts willing
to be one but not three.

What does it mean
life? I am here I am
there. Look! Suddenly
the young tool in their hands
for hurting one another.

And the camera says:
Smile; there is no wound
time gives that is not bandaged
by time. And so they do the
three of them at me who weep.

 

An Old Man

Looking upon this tree with its quaint pretension
Of holding the earth, a leveret, in its claws,
Or marking the texture of its living bark,
A grey sea wrinkled by the winds of years,
I understand whence this man’s body comes,
In veins and fibres, the bare boughs of bone,
The trellised thicket, where the heart, that robin,
Greets with a song the seasons of the blood.

But where in meadow or mountain shall I match
The individual accent of the speech
That is the ear’s familiar? To what sun attribute
The honeyed warmness of his smile?
To which of the deciduous brood is german
The angel peeping from the latticed eye?

 
R. S. Thomas (29 maart 1913 – 25 september 2000)

Continue reading “R. S. Thomas, Jacques Brault, Denton Welch, Marcel Aymé, R. Dobru, Jenő Rejtő, Johann Musäus”

Walter van den Broeck, Mario Vargas Llosa, Joost de Vries, Nelson Algren, Marianne Fredriksson

De Vlaamse roman- en toneelschrijver Walter van den Broeck werd geboren in Olen op 28 maart 1941. Zie ook alle tags voor Walter van den Broeck op dit blog.

Uit: Meester Streuvels en de minieme ontregeling

“Een recensent is gedoemd de literaire actualiteit op de voet te volgen. In kranten en weekbladen verschijnen bijgevolg vrijwel uitsluitend stukken die over de allernieuwste boeken gaan. Dat is jammer, want daardoor wordt onbewust gesuggereerd dat alles wat in het verleden werd geschreven hopeloos verouderd, en dus de moeite van het lezen niet meer waard is – Joyce, Kafka, Proust en nog een paar andere Heilige Koeien buiten beschouwing gelaten, natuurlijk. Het gevolg daarvan is dan weer dat de in literatuur geïnteresseerde lezer geen gebruik maakt van zijn belangrijkste goed: zijn vrijheid om dwars door de tijd en de ruimte heen te lezen. Ikzelf recenseer niet en kan mij dus de luxe permitteren volop van die vrijheid gebruik te maken. Ik volg de actualiteit ook wel, maar niet scrupuleus. Op mijn leesmenu staan bijgevolg zowel Monika van Paemel als Thomas Mann, Leo Pleysier als Albert Camus, Peter Sloterdijk als Joost van den Vondel, Geertrui Daem als Dante Alighieri, John Berger als Samuel Taylor Coleridge, Salman Rushdie als Emily Dickinson, Koen Peeters als Stijn Streuvels. +Jaja, ook iemand als Stijn Streuvels, want ik wil niet ten prooi vallen aan een soort literaire amnesie. Ik ben namelijk van mening dat wie geen beeld heeft van het verleden zich gegarandeerd de toekomst laat ontfutselen.
Maar er is nog een andere reden waarom ik af en toe een oude Vlaamse meester herlees. Niet zelden kan je er als collega schrijftechnisch nog flink wat van opsteken. Je moet dan wel een aantal idiote bezwaren tegen dialectisch getinte boerenverhalen laten varen. (Alle verhalen gaan tenslotte over hetzelfde. Eerst is er een orde. Die wordt al spoedig verstoord, en na vele, liefst escalerende moeilijkheden weer hersteld. De herstelde orde kan dan zowel de oude als een nieuwe orde zijn, en een nieuwe kan zich zowel op een hoger als op een lager niveau situeren dan de oude. Dat alles kan zowel een reden zijn om géén verhalen te lezen – het is in wezen toch altijd hetzelfde -, als om wèl verhalen te lezen – eens zien of er een interessante variant op het klassieke stramien werd uitgevoerd. Maar dit terzijde.)”

 
Walter van den Broeck (Olen, 28 maart 1941)

Continue reading “Walter van den Broeck, Mario Vargas Llosa, Joost de Vries, Nelson Algren, Marianne Fredriksson”