VSB Poëzieprijs 2015 voor Hester Knibbe

 

De Nederlandse dichters Hester Knibbe heeft voor haar dichtbundel “Archaïsch de dieren” de VSB Poëzieprijs 2015 gewonnen, de prijs voor de beste Nederlandstalige dichtbundel van het afgelopen jaar. Aan de VSB Poezieprijs is een geldbedrag van 25.000 euro verbonden en een glaskunstwerk van kunstenares Maria Roosen. Hester Knibbe werd geboren op 6 januari 1946 in Harderwijk. Zie ook alle tags voor Hester Knibbe op dit blog.

 

Patience

Patience. Stel dat je opnieuw, had je
hetzelfde lichaam gekozen, wieg die zo verrekte

opgetogen je op stond te wachten? Had je
eenzelfde eenzelvig liedje gezongen en

je lijf even verlegen links en rechts

goeddeels verzwegen? Stel dat je
opnieuw kon bij even na twintig, je bouwde

een liefde een huis een kind, beminde
beminde, vermeed het bekende en tuimelde

over vreemde ellende. Stak dan in dat andere
lijf en hoofd een vergelijkbare

twijfel en aarzel?

 

 

En ze zeiden dat

zegenen helpen betekent, maar er waren die nacht
zoveel wonden op de wereld dat mijn ogen
en benen verlamden. En ik was

bang bang voor bloed aan mijn handen en
dat ik daarmee dan over mijn gezicht buik
en armen. Daarom riep ik

zegen mij zegen mij de angstige.

 

 

Laten we de oude

brieven verbranden, al die mooi
verregende zongebleekte woorden en regels
in vlammen zien opgaan maar schaamteloos

hun inhoud behouden. We hebben geluk
gehad, o wat hebben we –
                          Laten we

straks andere steden verkennen, door nieuwe
straten met muzikanten en slapers op banken
slenteren, wennen aan weggaan.
                          Laten we

daar eten drinken en geven

de zanger genoeg om dronken te worden
de bedelaar wat hem toekomt.

 

 
Hester Knibbe (Harderwijk, 6 januari 1946)

Hans Plomp, Saskia de Coster, Willem Hussem, Anton Tsjechov, Lennaert Nijgh, Olga Tokarczuk, Hubert C. Poot

 

De Nederlandse dichter en schrijver Hans Plomp werd op 29 januari 1944 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Hans Plomp op dit blog.

 

Als ik uit mijn droomland
de wereld bezoek,
bedek ik mijn lichaam
met jas en met broek.

Daar mag je niet naakt zijn
en niet zonder geld.
Gebroken de wil,
gekruisigd de held.
Je dagen geteld.

Als ik uit mijn droomland
de wereld bezoek,
bedek ik mijn geest
met de vacht van een beest.

 

 

Amor vincit

Zo kwetsbaar onze liefde,
te bedenken dat zij alles is
wat ons verbindt.
Zo onsterfelijk deze droom,
de kern van het bestaan.

 

 

Vriendschap

Ooit zullen we ont-slapen
niet meer ontwaken hier
maar daar waar alleen vrienden zijn
nooit meer hoeven slapen.

 

 
Hans Plomp (Amsterdam, 29 januari 1944)

Continue reading “Hans Plomp, Saskia de Coster, Willem Hussem, Anton Tsjechov, Lennaert Nijgh, Olga Tokarczuk, Hubert C. Poot”

Ramsey Nasr, Peter Verhelst, Maik Lippert, Ismail Kadare, Wies Moens, José Martí

 

De Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Zie ook alle tags voor Ramsey Nasr op dit blog.

 

Credo

geef mij het hoofd van de onnozel volhardende pletterloper
hij die hart op zwart cipres op rood dood op anijs laat rijmen
zijn uitpuilend gemoed weer bij elkaar raapt voorover bukkend
 
en maar struikeltochten organiseren door op platgetreden paden
bananenrijm voor zich uit te werpen hij is onverstoorbaar
half en kreupel blijft hij het zijn toverkeien zeggen kijk maar
 
een slechte mop verteld door een dichter zoals hij tekeergaat
soms springt hij op grijpt zonder reden mis naar omhoog
soms ook niet soms niet en ik heb hem altijd ruim verkozen
 
wel duizend-en-één-voudig boven hollands koning schraalhans
met de dichtgeschroefd moderne stem aan zijn stekelige tafel
rolstoel en handrem heus ik zal mijzelf wel redden breken schaden
 
ook aan orakels in de orde van de chocoladeschijter heb ik hekel
bruine nijl gieten ze uit in eigen zekerheid de onwrikbare waan
een echte vaticaanse doos likeurbonbons te hebben banketgekakt
 
ik geloof
 
in fulpen bloembladen het kapotte karmijn van de
avondschimmering in de pronkgedwongen achterwaartse
vlucht van de quetzal
zijn lange smaragdgroene staart onhandig stralend omwille van
haar
in bespottelijke praalzucht bewijst hij diensten van leven op dood
en ik geloof in baarlijke liefde er staat wat er staat alsof het niets is
 
vergeleken bij liberiaanse rebellen is ook groepsverkrachting
poëzie
aan schuim hecht ik in volle ijdelheid draag ik mijn nacht als
een buidel

 

 

Voor Gerrit

Ze zeiden dat je milder was geworden.
Hij is versoepeld de laatste tijd
verdomd, en schopt niet meer als vroeger.

Ik ken je weinig langer dan vandaag
kwam voor je vijandschap te laat
maar lieve Gerrit, nu je dan voorgoed

bedaard in je gedichten woont
de resten uitgezaaid tussen planken
nu je zonder stem, zonder koperen stem

nu je navelloos, nergens je stem –
kom dan dichter, met je tedere afstand
grijp je vast en vertak, geef ons hier

voor de laatste ondergrondse keer
je donkere kus van de poëzie.
Als ik ooit in dit leven wortelschiet

zal het door jou zijn. Alleen op papier
vinden de vogels reservenesten
bouwen de mensen zichzelf een land.

Ik wilde vandaag een reservedood bouwen
mijn dikke, dunne, zieke Komrij
om enkel de dood in op te vouwen.

 

 
Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)

Continue reading “Ramsey Nasr, Peter Verhelst, Maik Lippert, Ismail Kadare, Wies Moens, José Martí”

Leopold von Sacher-Masoch, Ethan Mordden, Benjamin von Stuckrad-Barre, Lewis Carroll, Rudolf Geel, Neel Doff

 

De Duitse schrijver Leopold Ritter von Sacher-Masoch werd geboren op 27 januari 1836 in Lemberg. Zie ook alle tags voor Leopold von Sacher-Masoch op dit blog.

Uit: Venus In Furs (Vertaald door Fernanda Savage)

“Why not?” she said, “and take note of what I am about to say to you. Never feel secure with the woman you love, for there are more dangers in woman’s nature than you imagine. Women are neither as good as their admirers and defenders maintain, nor as bad as their enemies make them out to be. Woman’s character is characterlessness. The best woman will momentarily go down into the mire, and the worst unexpectedly rises to deeds of greatness and goodness and puts to shame those that despise her. No woman is so good or so bad, but that at any moment she is capable of the most diabolical as well as of the most divine, of the filthiest as well as of the purest, thoughts, emotions, and actions. In spite of all the advances of civilization, woman has remained as she came out of the hand of nature. She has the nature of a savage, who is faithful or faithless, magnanimous or cruel, according to the impulse that dominates at the moment. Throughout history it has always been a serious deep culture which has produced moral character. Man even when he is selfish or evil always follows principles, woman never follows anything but impulses. Don’t ever forget that, and never feel secure with the woman you love.
(…)

“Love knows no virtue, no profit; it loves and forgives and suffers everything, because it must. It is not our judgment that leads us; it is neither the advantages nor the faults which we discover, that make us abandon ourselves, or that repel us.
It is a sweet, soft, enigmatic power that drives us on. We cease to think, to feel, to will; we let ourselves be carried away by it, and ask not whither?”

 

 
Leopold von Sacher-Masoch (27 januari 1836 – 9 maart 1895)
Vanessa Wasche (Vanda) and Michael Brusasco (Thomas) in een opvoering in Cleveland, 2013

Continue reading “Leopold von Sacher-Masoch, Ethan Mordden, Benjamin von Stuckrad-Barre, Lewis Carroll, Rudolf Geel, Neel Doff”

Samuel Foote

 

De Engelse acteur en toneelschrijver Samuel Foote werd geboren 27 januari 1720 in Truro, Cornwall. Foote stamde uit een rijke familie, zijn moeder was Eleanor Goodere. Na het voltooien van zijn opleiding in Worcester schreef Foote zich in aan het Worcester College, om rechten te studeren. Deze studie brak hij na een paar semesters af en hij trok naar Londen. Gedurende deze tijd kreeg hij een erfenis van zijn oom Sir John Foote Dinely Goodere, nadat deze werd vermoord door een familielid. Zodra Foote na een paar jaarde erfenis helemaal had verbrast, sloot hij zich aan bij een Londense groep toneelspelers. Op de leeftijd van 23 jaar debuteerde Foote in 1744 als acteur in William Shakespeare’s Othello, maar hij was niet helemaal succesvol. In de loop der jaren kwam het succes toch nog, wat betekende dat Foote zelfstandig kon worden. In 1747 richtte hij met zijn eigen ensemble de Royal Haymarket Theatre op en voerde daar vooral zijn eigen toneelstukken op. Vooral in zijn komedies op waren zijn rollen Foote op het lijf geschreven en de satire kwam nooit te kort. Bekende persoonlijkheden zette hij in zijn stukken vakkundig op hun plaats. Zo klaagde hij echter ook sociale misstanden aan. Na een gecompliceerde beenbreuk in zijn 45e jaar kon Foote niet meer optreden als acteur. Maar hij bleef zijn theater leiden, regisseerde en hij schreef vooral nieuwe stukken. Een totaal van 22 stuks zijn er overgeleverd, vooral komedies en kluchten, die voornamelijk worden gekenmerkt door humor en temperament. Een klein schandaal deed zich voor in 1760, toen Foote met “The minor” de kerk in het algemeen en de Methodisten in het bijzonder aanviel en in 1772, toen hij met “The Nabob” de uitbuiting van India door de Oost-Indische Compagnie aan de kaak stelde..Samuel Foote leidde zijn theater tot kort voor zijn dood op 21 oktober 1777.

Uit: The Nabob

Servant Mrs. Crocus, from Brompton, your honour.
Mite Has she brought me a bouquet?
Servant Your honour?
Mite Any nosegays, you blockhead?
Servant She has a boy with a basket.
Mite Shew her in! [Enter Mrs. Crocus.] Well, Mrs. Crocus; let us see what you have brought me. Your last bouquet was as big as a broom, with a tulip strutting up like a magistrate’s mace; and, besides, made me look like a devil.
Crocus I hope your honour could find no fault with the flowers? It is true, the polyanthuses were a little pinched by the easterly winds; but for pip, colour, and eye, I defy the whole parish of Fulham to match ‘em.
Mite Perhaps not; but it is not the flowers, but the mixture, I blame. Why, here now, Mrs. Crocus, one should think you were out of your senses, to cram in this clump of jonquils!
Crocus I thought your honour was fond of their smell.
Mite Damn their smell! It is their colour I talk of. You know my complexion has been tinged by the East, and you bring me here a blaze of yellow, that gives me the jaundice. Look! Do you see here, what a fine figure I cut? You might as well have tied me to a bundle of sunflowers!
Crocus I beg pardon, your honour!
Mite Pardon! There is no forgiving faults of this kind. Just so you served Harry Hectic; you stuck into his bosom a parcel of hyacinths, though the poor fellow’s f ace is as pale as a primrose.
Crocus I did not know—
Mite And there, at the opera, the poor creature sat in his side-box, looking like one of the figures in the glass-cases in Westminster-Abbey; dead and drest!
Crocus If gentlemen would but give directions, I would make it my study to suit ‘ em.
Mite But that your cursed climate won’t let you. Have you any pinks or carnations in bloom?”

 

 
Samuel Foote (27 januari 1720 – 21 oktober 1777)
Portret door Jean-François Gilles Colson, 1769

Achim von Arnim, Jos van Daanen, Jonathan Carroll, Menno ter Braak, Bhai, Rudolf Alexander Schröder, Philip José Farmer

 

De Duitse dichter en schrijver Achim von Arnim werd geboren in Berlijn op 26 januari 1781. Zie ook alle tags voor Achim von Arnim op dit blog.

 

Im Walde

Im Walde, im Walde, da wird mir so licht,
Wenn es in aller Welt dunkel,
Da liegen die trocknen Blätter so dicht,
Da wälz ich mich rauschend drunter,
Da mein ich zu Schwimmen in rauschender Flut,
Das tut mir in allen Adern so gut,
So gut ist’s mir nimmer geworden.

Im Walde, im Walde, da wechselt das Wild,
Wenn es in aller Welt stille,
Da trag ich ein flammendes Herz mir zum Schild,
Ein Schwert ist mein einsamer Wille,
Da steig ich, als stieß’ ich die Erde in Grund,
Da sing ich mich recht von Herzen gesund,
So wohl ist mir nimmer geworden.

Im Walde, im Walde, da schrei ich mich aus,
Weil ich vor aller Welt schweige,
Da bin ich so frei, da bin ich zu Haus,
Was schadt’s, wenn ich töricht mich zeige.
Ich stehe allein wie ein festes Schloß,
Ich stehe in mir, ich fühle mich groß,
So groß als noch keiner geworden.

Im Walde, im Walde, da kommt mir die Nacht,
Wenn es in aller Welt funkelt,
Da nahet sie mir so ernst und so sacht,
Daß ich in den Schoß ihr gesunken,
Da löschet sie aller Tage Schuld
Mit ihrem Atem voll Tod und voll Huld,
Da sterb ich und werde geboren!

 

 

Die Schwalben

Es fliegen zwei Schwalben ins Nachbar sein Haus,
Sie fliegen bald hoch und bald nieder;
Aufs Jahr, da kommen sie wieder,
Und suchen ihr voriges Haus.

Sie gehen jezt fort ins neue Land,
Und ziehen jezt eilig hinüber;
Doch kommen sie wieder herüber,
Das ist einem jeden bekannt.

Und kommen sie wieder zu uns zurück,
Der Baur geht ihnen entgegen;
Sie bringen ihm vielmahl den Segen,
Sie bringen ihm Wohlstand und Glück.

 

 

Der Kirschbaum

Der Kirschbaum blüht, ich sitze da im Stillen,
Die Blüte sinkt und mag die Lippen füllen,
Auch sinkt der Mond schon in der Erde Schoß
Und schien so munter, schien so rot und groß;
Die Sterne blinken zweifelhaft im Blauen
Und leiden’s nicht, sie weiter anzuschauen.

 

 

 
Achim von Arnim (26 januari 1781 – 21 januari 1831)
Portret door Peter Eduard Ströhling, 1804

Continue reading “Achim von Arnim, Jos van Daanen, Jonathan Carroll, Menno ter Braak, Bhai, Rudolf Alexander Schröder, Philip José Farmer”

Stephen Chbosky, Renate Dorrestein, William S. Maugham, Virginia Woolf, David Grossman, J. G. Farrell

 

De Amerikaanse schrijver en regisseur Stephen Chbosky werd geboren op 25 januari 1970 in Pittsburgh, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Stephen Chbosky op dit blog.

Uit: The Perks of Being a Wallflower

because that was the name of the season
And that’s what it was all about
And his teacher gave him an A
and asked him to write more clearly
And his mother never hung it on the kitchen door
because of its new paint

And the kids told him
that Father Tracy smoked cigars
And left butts on the pews
And sometimes they would burn holes
That was the year his sister got glasses
with thick lenses and black frames
And the girl around the corner laughed

when he asked her to go see Santa Claus
And the kids told him why
his mother and father kissed a lot
And his father never tucked him in bed at night
And his father got mad
when he cried for him to do it.

Once on a paper torn from his notebook
he wrote a poem
And he called it “Innocence: A Question”
because that was the question about his girl
And that’s what it was all about
And his professor gave him an A

 

 
Stephen Chbosky (Pittsburgh, 25 januari 1970)
Scene uit de film uit 2012 met Emma Watson, Logan Lerman en Ezra Miller

Continue reading “Stephen Chbosky, Renate Dorrestein, William S. Maugham, Virginia Woolf, David Grossman, J. G. Farrell”