Erich Kästner, Bernard Dewulf, Tijs Goldschmidt

 

Dolce far niente

 

 
Daken in de sneeuw door Gustave Caillebotte, 1875

 

 

Der Januar     

Das Jahr ist klein und liegt noch in der Wiege.
Der Weihnachtsmann ging heim in seinen Wald.
Doch riecht es noch nach Krapfen auf der Stiege.
Das Jahr ist klein und liegt noch in der Wiege.
Man steht am Fenster und wird langsam alt.

Die Amseln frieren.
Und die Krähen darben.
Und auch der Mensch hat seine liebe Not.
Die leeren Felder sehnen sich nach Garben.
Die Welt ist schwarz und weiß und ohne Farben.
Und wär so gerne gelb und blau und rot.

Umringt von Kindern wie der Rattenfänger,
tanzt auf dem Eise stolz der Januar.
Der Bussard zieht die Kreise eng und enger.
Es heißt, die Tage würden wieder länger.
Man merkt es nicht. Und es ist trotzdem wahr.

Die Wolken bringen Schnee aus fremden Ländern.
Und niemand hält sie auf und fordert Zoll.
Silvester hörte man’s auf allen Sendern,
dass sich auch unterm Himmel manches ändern
und, außer uns, viel besser werden soll.

Das Jahr ist klein und liegt noch in der Wiege.
Und ist doch hunderttausend Jahre alt.
Es träumt von Frieden. Oder träumt’s vom Kriege?
Das Jahr ist klein und liegt noch in der Wiege.
Und stirbt in einem Jahr. Und das ist bald.

 

 

 
Erich Kästner (23 februari 1899 – 29 juli 1974)
Buste door de beeldhouwer Frayber, 1958

Continue reading “Erich Kästner, Bernard Dewulf, Tijs Goldschmidt”

Anne-Gine Goemans

 

De Nederlandse schrijfster Anne-Gine Goemans werd geboren in Heemstede op 30 januari 1971. Zij werkte onder meer voor Volkskrant Magazine en gaf les bij het Centrum voor Communicatie & Journalistiek in Utrecht. Ze groeide op aan de rand van de Bollenstreek waar haar familie een bedrijf runde dat bloembollenverpakkingen fabriceerde. Met haar debuutroman “De ziekzoekers”, een meeslepend en hilarisch familiedrama tegen een oer-Nederlandse achtergrond, won ze de Anton Wachterprijs 2008. Voor de roman “Glijvlucht” kreeg ze de Dioraphte Jongeren Literatuurprijs 2012.

Uit:Glijvlucht

“Gieles twijfelde. Hoe kon hij de belangrijkste vragen stellen aan de wereldberoemde ganzenspecialist, meteoroloog, piloot, filmer, ornitholoog, fotograaf, schrijver, veganist en activist, zonder te veel prijs te geven van zijn uitzonderlijke vliegplan? Het moest wel geheim blijven. Gieles stond op van zijn bureau en liep naar het gekantelde zolderraam. Leunend met zijn onderarmen op de dakpannen keek hij naar de landingsbaan. Nog geen zestig meter verderop lag een kaarsrechte zwarte streep ingebed door lichtbakens, grasland en akkers. Binnen twee minuten kon Gieles op de baan staan en voor chaos zorgen. Hij hoefde niet eens wat te doen. Stilstaan zou voldoende zijn om op alle tv-zenders te komen, maar dan kon zijn vader zijn werk als vogelwachter op de luchthaven wel vergeten.
Gieles keek opzij en zag de lampen van een dalend vliegtuig. De hemel was rimpelloos, alleen rondom de vleugels trilde de lucht. Het motorgeronk zwol gelijkmatig aan. Hij liep terug naar zijn laptop en sloeg de brief aan de Fransman Christian Moullec op in een speciaal mapje. Hij had een passende naam voor het mapje bedacht: Meesterlijke Reddingsactie 3032.
Nog dertien weken en vier dagen en dan zou zijn moeder thuiskomen met vlucht 3032. Ellen was nooit eerder zo lang weg geweest. Vorige week was ze in het kielzog van een groep wilde ganzen naar Afrika gevlogen. Ganzen trokken weg om te overleven. Dat snapte hij. Maar hij begreep niet waarom zijn moeder wegtrok. Zij ging naar gebieden waar geen drinken of eten was. Zijn moeder maakte een omgekeerde vogeltrek, tegen de stroom in. Vogels zouden haar voor gek verklaren.
Hij liep de trappen af naar de keuken. Oom Fred zat aan tafel en schilde appels. ‘Ha, Gieles’, zei hij opgewekt. Oom Fred was altijd goedgehumeurd. ‘Ik heb schillen voor de ganzen.’
Gieles schonk zichzelf een glas melk in, klokte het in één teug leeg en veegde de melksnor van zijn bovenlip. De gladheid irriteerde hem. Zelfs geen donslaagje zette door.
Zijn vader en oom Fred waren een eeneiige tweeling, maar ze leken in niets op elkaar. Willem Slob had nauwelijks nog haar, terwijl oom Fred met zijn zwartgrijze bos krullen eerder te veel had. Het postuur van zijn vader deed denken aan een standbeeld van een krachtig staatsman. Oom Fred had een tenger lichaam en een slepend loopje, veroorzaakt door kinderpolio. Hij reed rond in een scootmobiel en liep met een kruk. Hij wilde per se geen wandelstok. Niet dat zijn been ooit zou genezen, maar de kruk wekte de indruk van tijdelijkheid.”

 

 
Anne-Gine Goemans (Heemstede, 30 januari 1971)

In Memoriam Rod McKuen

 

In Memoriam Rod McKuen

De Amerikaanse dichter en zanger Rod McKuen is gisteren op 81-jarige leeftijd overleden, zo melden Amerikaanse media. De populaire dichter en zanger was al enige tijd ziek. Rod McKuen werd geboren in Oakland, Californië op 29 april 1933. Zie ook alle tags voor Rod McKuen op dit blog.

 

In Someones Shadow

One day a man will take you on the high roads;
After a time he’ll leave you someplace nice
Or tell you where the big boys play.
They usually string out their games
In someone’s shadow
It could be yours.
More likely mine,
For mine’s grown longer and there’s more room here.

I ache to learn some new games now,
I’ve been away too long.
To see a new door open I’d go almost anywhere…
even backward,
If I had the time.

Catch me in the sunlight.
Catch me pacing the trees.
Build a fence around me
the moment you see me running
I’m so elusive sometimes
I miss the things worth stopping for.

Now comes the time for closeness once again
Turn me over gently
Hold me for the woman I am.
Smooth out the wrinkles on my face
because I need.

The big boys play
In someone’s shadow down the street

 

 
Rod McKuen (29 april 1933 – 29 januari 2015)