Wouter van Heiningen, Stendhal, Derek Walcott, Françoise Dorin, Gerald Jatzek, Friedrich von Matthisson

De Nederlandse dichter Wouter van Heiningen werd geboren op 23 januari 1963 in Leidschendam. Zie ook alle tags voor Wouter van Heiningen op dit blog.

Mus

Ook als je echt zo heet
vergeet ik nooit je naam

hoe je wegdook
na een zachte streling van je wang
de rode blos tot diep
in je hals

je voorzichtige lach
die de ochtend deed smelten
tot een zee van tijd

de dagen dat ik je zocht
in veel te volle straten
en altijd weerkeerde
tot het plaats delict

je naam nog korter
dan mijn liefde was gegeven

als je echt zo heet

 

Polder

De lucht ligt hier stil, roerloos
tussen het riet, niet gezien
door mensenogen

de waterjuffer kruipt op het blad
van een waterplant, waant zich ongezien

het land waait met de trekvogels mee
golvend als een groene zee
slechts onderbroken door bomen
en opdringend struikgewas

tijd bestaat hier uit kleuren
van blauwgrijze seconden tot
rood doortrokken uren

waar het licht de lengte van het gras bepaalt
gaan seizoenen voorbij,
volgen denkbeeldige wijzers
de energie van het land

 
Wouter van Heiningen (Leidschendam, 23 januari 1963)

Doorgaan met het lezen van “Wouter van Heiningen, Stendhal, Derek Walcott, Françoise Dorin, Gerald Jatzek, Friedrich von Matthisson”

P. F. Thomése

De Nederlandse schrijver Pieter Frans Thomése werd geboren in Doetinchem op 23 januari 1958. Van 1979 tot 1984 was Thomése redacteur en verslaggever bij het Eindhovens Dagblad. In 1984 pakte hij zijn geschiedenisstudie voor drie jaar weer op, maar hij voltooide deze niet. Daarna schreef Thomése voor het weekblad De Tijd en leverde hij bijdragen aan NRC Handelsblad, enkele regionale dagbladen en Vrij Nederland. Van januari 1998 tot april 2001 was Thomése redacteur van De Revisor. Thomése publiceerde zijn eerste literaire verhaal in 1986 in het literair tijdschrift De Revisor. Dit verhaal maakte in 1990 deel uit van zijn debuut in boekvorm, de verhalenbundel “Zuidland”. In 1991 ontving hij de AKO Literatuurprijs voor “Zuidland” en in 2003 de Max Pam Award voor “Schaduwkind”. In september 2007 verscheen zijn roman “Vladiwostok!” over het “politieke bedrijf” in Den Haag, de media en andere valkuilen. “Vladiwostok!” werd genomineerd voor de Gouden Uil 2008. Een jaar later werd de bundel “Nergensman. Autobiografieën” genomineerd voor de Gouden Uil 2009. In het voorjaar van 2012 werd “Grillroom Jeruzalem” bekroond met de Bob den Uyl-prijs voor het beste reisboek van het jaar. Een aantal malen belandde Thomése in stevige literaire polemieken. Leon de Winter verweet hem antisemitisme naar aanleiding van een column van zijn hand in de GPD-bladen. Joost Zwagerman verweet hem dubbelhartigheid inzake cultuurpessimisme; Thomése had medio jaren negentig in de Revisor een essay gepubliceerd getiteld De narcistische samenzwering, waarin hij het commercialisme in de literatuur hekelde. Naar de mening van critici verweet hij een schrijver als Connie Palmen het zoeken van publiciteit met autobiografische literatuur.

Uit: Heldenjaren

“Soms, als hij zichzelf niet meer begreep, haatte Herman zijn verlangen, dat te groot voor hem was, en wilde hij iets binnen handbereik. Dan ging hij bij Ida Korver op bezoek. Zij was het enige meisje bij wie hij terecht kon. Helaas was ze, omdat hij haar reeds geruime tijd kende, zo gewoon en alledaags, dat het hem nooit was gelukt verliefd op haar te worden.
Het was een nadeel dat hij steeds vergat: in de afzondering van zijn fantasieën gaven zij zich aan elkaar over met de heftigheid van hartstochtelijke geliefden. Denkend aan haar leek ze op wat hij wilde, en hoe langer hij haar niet had gezien, des te begeerlijker kwam ze hem voor. Hij vergat hoe ze was, verwarde haar met andere meisjes en kon haast niet bevatten dat ze zo bereikbaar was.
Maar nog voordat hij aanbelde, wist hij weer waarom het niet klopte. En als ze opendeed, had hij al spijt dat hij was gegaan. Het benauwde hem plotseling dat hij zulke opgewonden gedachten over haar had gehad, hij voelde zich vies en schuldig alsof hij het inderdaad met haar had gedaan. De mensen bij wie ze op kamers woonde, een oom en tante van haar, leken dit idee van intimiteit te bevestigen. Ze keken vanuit de huiskamer altijd achterdochtig toe, terwijl hij na een stug hoofdknikje in hun richting zwijgend achter haar de trap op liep.
Hij probeerde niet te kijken naar dat achterwerk dat er boven zijn hoofd op zo’n droevige wijze niet in slaagde meer dan een achterwerk te worden, comfortabel om op te zitten en stevig genoeg voor een gezonde stoelgang, al met al dus vooral geschikt voor eigen gebruik. Herman kon het niet geloven dat hij tevoren over de ze hompen had gefantaseerd en vroeg ziel af van wie in godsnaam die geweldige billen waren geweest toen hij aan haar had gedacht.”

 
P. F. Thomése (Doetinchem, 23 januari 1958)

BNG Bank Literatuurprijs 2015 voor Maartje Wortel

De BNG Bank Literatuurprijs is dit jaar gewonnen door de Nederlandse schrijfster Maartje Wortel. Zij ontvangt de prijs voor haar roman “IJstijd”. Maartje Wortel werd geboren in Eemnes op 26 oktober 1982.Zie ook alle tags voor Maartje Wortel op dit blog.

Uit: IJstijd

‘”Leo is het type man naar wie zij zou kunnen kijken, en waarvan ze zou denken dat hij het voor elkaar heeft met zijn grote handen. Maar dan breekt Leo, tenminste: het breken komt eraan, het is duidelijk te zien aan de uitdrukking op zijn gezicht en aan te horen aan zijn stem. Hij zegt: ‘Ik kan de huizen van andere mensen bekijken maar er zit altijd glas tussen.’
Zijn dikke lip trilt. ‘Ik zie bankstellen en kinderen, ik zie de foto’s op de vensterbank, er zit altijd glas tussen. Ik zorg dat de mensen naar buiten kunnen kijken, soms hoop ik dat ze mij zien, maar ze zien mij niet, ze zien alleen wat van hen is, de tuin aan de andere kant van het glas, hun auto voor de deur, de poes die in de zon ligt. Ik sta daar en voel de afstand.’ Leo schudt zijn hoofd en zegt nog eens: ‘Er zit altijd glas tussen.’ Het moet een zin zijn die vaak door zijn hoofd spookt. Zoals ik op willekeurige momenten de zin: Investeringen zijn per definitie een mislukking, in mijn hoofd heb zitten.
‘Misschien moet je een andere baan zoeken,’ zeg ik.
‘Zo werkt het niet,’ zegt Jos. ‘Je kunt niet altijd maar weglopen van je problemen.’ Zijn stem slaat over.
‘Zie je jezelf in de weerspiegeling van de schone ruiten, Leo? Of zie je altijd de ander?’ Jos zit op het puntje van zijn stoel, hij voelt zich zichtbaar goed als gespreksleider.
‘Ik zie mezelf nooit,’ zegt Leo zacht. Zijn lip begint heviger te trillen. En dan breekt hij daadwerkelijk, er is geen weg meer terug, hij begint te huilen.
Alle mannen van de groep kijken naar Leo, we weten niet wat we aan moeten met een huilende man, we weten niet wat we met elkaar of onszelf aan moeten.
Jos zegt een paar keer achter elkaar: ‘Ja, ja, ja.’ Tussendoor laat hij stiltes vallen. Leo huilt en Jos zegt ja. Al met al duurt het een paar minuten en dan gaat Jos plotseling rechtovereind in zijn stoel zitten. ‘We geven de beurt even aan iemand anders, de tijd gaat sneller om dan je denkt en het is de bedoeling dat iedereen aan de beurt komt.’
Iedereen komt aan de beurt.
Wat de anderen allemaal te zeggen hebben hoor ik al bijna niet meer. Er zit glas tussen, denk ik. Als je weet dat er glas tussen kan zitten zit overal glas tussen.

 
Maartje Wortel (Eemnes, 26 oktober 1982)