Julian Barnes, Edgar Allen Poe, Edwidge Danticat, Patricia Highsmith, Marie Koenen

 

De Engelse schrijver Julian Barnes werd geboren op 19 januari 1946 in Leicester. Zie ook alle tags voor Julian Barnes op dit blog.

Uit: Alsof het voorbij is (Vertaald door Ronald Vlek)

“Er was onrust, meneer.’
Een explosie van nauwelijks onderdrukt gegniffel; Hunt glimlachte zelf bijna.
‘Zou je dat misschien wat nader kunnen preciseren?’
Marshall knikte traag instemmend, dacht nog iets langer na en besloot dat dit geen moment was voor behoedzaamheid. ‘Ik zou zeggen dat er grote onrust was, meneer.’
‘Finn dan. Ben jij een beetje thuis in die periode?’
De nieuwe jongen zat een rij voor me en links van mij. Hij had geen zichtbare reactie getoond bij Marshalls onnozelheden.
‘Niet echt, meneer, vrees ik. Maar er is een opvatting die inhoudt dat het enige wat er werkelijk over een historische gebeurtenis – zelfs over het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog bijvoorbeeld – valt te zeggen is dat er “iets heeft plaatsgevonden”.’
‘O ja, is dat zo? Nou, dan zou ik meteen zonder werk zitten.’ Na wat kruiperig gelach, vergaf Ouwe Joe Hunt ons onze vakantieluiheid en praatte hij ons bij over de polygame koninklijke slager.
In de volgende pauze stapte ik op Finn af. ‘Ik ben Tony Webster.’ Hij keek me wantrouwend aan. ‘Mooi antwoord aan Hunt.’ Hij leek niet te weten waar ik op doelde. ‘Dat er iets had plaatsgevonden.’
‘O dat. Ik was een beetje teleurgesteld dat hij er niet op doorging.’
Dat was niet wat hij geacht werd te zeggen.
Nog een detail dat ik me herinner: wij drieën droegen, als symbool van ons verbond, onze horloges altijd met de wijzerplaat aan de binnenkant van onze pols. Het was natuurlijk aanstellerij, maar misschien iets meer. Het deed de tijd voelen als een persoonlijk, ja zelfs geheim iets. We verwachtten dat het Adrian zou opvallen en dat hij ons voorbeeld zou volgen; maar dat deed hij niet.”

 

 
Julian Barnes (Leicester, 19 januari 1946)

Continue reading “Julian Barnes, Edgar Allen Poe, Edwidge Danticat, Patricia Highsmith, Marie Koenen”