Jan Wolkers, Marja Pruis, Andrew Motion, Maartje Wortel, Stephen L. Carter, Karin Boye

De Nederlandse dichter, schrijver en beeldend kunstenaar Jan Wolkers werd geboren in Oegstgeest op 26 oktober 1925. Zie ook mijn blog van 26 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Jan Wolkers op dit blog.

De winterslaap

Als de sneeuw niet meer
Smelten wil,
Een boterham met dubbel jam
De mond niet opent,
een oog kijkt eerder scheel
naar een gebroken ruit –
Dan hangt men lakens voor het raam,
De kille bloedsomloop
Zakt naar de modder,
Er is geen wakker worden aan.

 

Uitzicht

Spelende kindren in de voorjaarszon,
En in de verre tuinen vogelfluiten.
Al wordt geluk van later leed de bron,
Vandaag is dit geluk door niets te stuiten.

De straten liggen eenzaam en verlaten.
Een vrouw zingt ergens voor een open raam.
En de geliefden die de tijd verpraten,
Noemen elkander met een tere naam.

Tegen de horizon de paarse bossen,
Daarvoor de weilanden nog nat van dauw.
En tussen de groene weiden, tulpen, rose,
En hyacinthenvelden, wit en blauw.

Zou ik iets anders wensen dan dit uitzicht,
Op deze stille dingen van geluk?
Geen dood ontneemt dit land het warme zonlicht
Geen mensendaad breekt deze dromen stuk.

Wij zijn verloren voor de grote daden.
Niets blijft ons meer dan deze ene droom:
Zonder de diepste gronden te verraden,
Dit leven te aanvaarden, stil en vroom.

 

De herinnering

Het is zo lang geleden
Dat het vergeten had moeten zijn,
Het is zo vers
Als een voetstap in het gras,
Als rook die wegtrekt uit een open raam,
Dauw die druppelt langs gewas
Door aarde en stof,
Een gedachte die er niet meer was.

 
Jan Wolkers (26 oktober 1925 – 19 oktober 2007)

Doorgaan met het lezen van “Jan Wolkers, Marja Pruis, Andrew Motion, Maartje Wortel, Stephen L. Carter, Karin Boye”

Trevor Joyce, Pat Conroy, Ulrich Plenzdorf, Sorley MacLean, Andrej Bely

De Ierse dichter Trevor Joyce werd geboren op 26 oktober 1947 in Dublin. Zie ook alle tags voor Trevor Joyce  op dit blog en ook mijn blog van 26 oktober 2010

Without Asylum
for Angela

true we may surmise
how a knife hatched
out of meat
should fledge

span with blade
then unexpectedly
take flight onto some sill
moult there with clutch

of fist falling from it
arm with balance
of muscles altering
to lift and lay

its murderous
intent and disturbed
dreams and brood
how everything broken

so they say points
to the unbroken
forgetful is it of what did
the breaking as I witness

my own loathing
and desire walk
through the dreaming
labyrinth of my child

while detailed depositions state
how further on
within the wood
whose skew bent

registers which wind
prevails itself perpetually
ragged and worn
from ocean breath

and sun and every flame
it quenched in its far
fetch the bright axe
blossom suddenly

the long bones lever
up from it like anthers
and beyond the startling
calyx of teeth

an avid buzzing perishable
fruit set thicken
and disintegrate
to load with sweet

secure deposits
of afflicting gold
their remote cells
and stipulate eventual

shelter from the fall
asylum from the edge
a luminous domain
unbounded

seldom they relate
why the innocent whose mouth
is like a bowl of blood
blurts words already

darkened with gods
and sacrifices how
I have the face of those
whose faces have rotted

and although whirring blades
have been observed
to crystallize spontaneously
throughout the native

rock and ramify
in gangs and casual crews
good companies exfoliate
pervasive and exotic dust

where tellers and their firm
controllers fight to reconcile
accounts and sound
is severed from the dogs throat

there is no further testimony
to the effect how in this
realm of agents deeds
and instruments

one sees at last displayed
an armoured beast whose
head a growth of flame
in the shadow of the ripening

clocks the river sames
destroys itself the jug
absconds leaving to the grasp
only a sustained bewilderment

like dice spinning

 
Trevor Joyce (Dublin, 26 oktober 1947)

Doorgaan met het lezen van “Trevor Joyce, Pat Conroy, Ulrich Plenzdorf, Sorley MacLean, Andrej Bely”