Simon Carmiggelt, Rachel Kushner, James Whitcomb Riley, Thomas Keneally, Dirkje Kuik

De Nederlandse schrijver en dichter Simon Carmiggelt werd geboren op 7 oktober 1913 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 7 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Simon Carmiggelt op dit blog.

Uit: Terug van vakantie

“Om mij goed in te scherpen dat de vakantie definitief voorbij was, moest ik meteen naar een begrafenis.
Zij het van een héél ver familielid, dat ik in geen dertig jaar had gezien, dus mijn waterlanders kwamen er niet aan te pas. Na de schrale plechtigheid, die qua sfeer geleek op de slecht bezochte première van een stuk dat onherroepelijk valt, ging ik in mijn eentje terug naar het hek, want iemand om te condoleren was niet voorhanden. Naarmate ik verder liep werden de graven ouder en pompeuzer. Net als in de bouwkunst wordt de laatste eer tegenwoordig zakelijk en zuinig langs de liniaal getrokken. Maar vroeger dorsten de mensen nog monumentaal en pathetisch uit te komen voor hun gevoelens.
Geïmponeerd bleef ik staan voor een enorme grafkapel die iets weg had van een muziektent. Maar in plaats van een blaascorps hield zich onder de hoge koepel een meer dan levensgrote, uit steen gehouwen engel op, die zich vooroverboog om, zo eeuwig mogelijk, een krans te houden boven een marmeren zerk. De engel had opmerkelijk lange tenen en ontsekste borsten. Haar gelaatsuitdrukking was volstrekt neutraal. Ze zou ook bijpassend hebben gekeken als ze, in plaats van de krans, een koekepan met een gebakken ei had vastgehouden.
Op het pad naderde nu een kleine, vergrijsde man met een uniformpetje op het hoofd en tuingereedschap in de hand.
Hij behoorde tot het personeel van de dodenakker en bleef voor het verblijf van de engel staan. Hij keek als een museumsuppoost bij het énige schilderij in de collectie dat hij zelf ook mooi vindt.
‘Dat was nog een heel werk,’ zei ik tegen hem.
Hij knikte en sprak eerbiedig: ‘Geheid.’
Terwijl ik over het gebruik van deze term in dit verband nadacht, vervolgde hij: ‘D’r mot voor geheid wezen, indertijd. Zolang ik hier werk staat het er al. En nog steeds waterpas. Kijkt u zelf maar. Nee, daar moet voor geheid zijn, anders was ’t al verzakt.’
Ik zei het al – vroeger drukten nabestaanden hun gevoelens pompeuzer uit dan nu.”

Simon Carmiggelt (7 oktober 1913 – 30 november 1987)


De Amerikaanse schrijfster Rachel Kushner werd geboren op 7 oktober 1968 in Eugene, Oregon en verhuisde naar San Francisco in 1979. Zie ook alle tags voor Rachel Kushner op dit blog.

Uit: The Flamethrowers

“A bluebird landed on the branch of a sumac bush under the high-clearance legs of the billboard. The bird surfed its slack branch, its feathers a perfect even blue like it had been powder-coated at the factory. I thought of Pat Nixon, her dark gleaming eyes and ceremonial outfits stiff with laundry starch and beading. Hair dyed the color of whiskey and whipped into an unmoving wave. The bird tested out a short whistle, a lonely midday sound lost in the infinite stretch of irrigation wheels across the highway. Pat Nixon was from Nevada, like me, and like the prim little state bird, so blue against the day. She was a ratted beauty-parlor tough who became first lady. Now we would likely have Rosalynn Carter with her glassy voice and her big blunt friendly face, glowing with charity. It was Pat who moved me. People who are harder to love pose a challenge, and the challenge makes them easier to love. You’re driven to love them. People who want their love easy don’t really want love.
I paid for my gas to the sound of men in the arcade room playing a video game called Night Driver. They were seated in low-slung cockpits made of sparkling, molded fiberglass, steering jerkily, pale-knuckled, trying to avoid the guardrail reflectors on either side of the road, the fiberglass cockpits jiggling and rocking as the men attempted to steer themselves out of catastrophe, swearing and angrily bopping the steering wheel with the heel of a hand when they burned and crashed. It had been this way at several truck stops now. This was how the men rested from driving. Later I told Ronnie Fontaine. I figured it was something Ronnie would find especially funny but he didn’t laugh. He said, “Yeah, see. That’s the thing about freedom.” I said, “What?”
And he said, “Nobody wants it.”

Rachel Kushner (Eugene, 7 oktober 1968)


De Amerikaanse dichter en schrijver James Whitcomb Riley werd geboren op 7 oktober 1849 in Greenfield, Indiana. Zie ook mijn blog van 7 oktober 2010 en eveneens alle tags voor James Whitcomb Riley op dit blog.

A Full Harvest

Seems like a feller’d ort ‘o jes’ to-day
Git down and roll and waller, don’t you know,
In that-air stubble, and flop up and crow,
Seein’ sich craps! I’ll undertake to say
There’re no wheat’s ever turned out thataway
Afore this season!–Folks is keerless tho’,
And too fergitful–‘caze we’d ort ‘o show
More thankfulness!–Jes’ looky hyonder, hey?–
And watch that little reaper wadin’ thue
That last old yaller hunk o’ harvest-ground–
Jes’ natchur’ly a-slicin’ it in-two
Like honey-comb, and gaumin’ it around
The field–like it had nothin’ else to do
On’y jes’ waste it all on me and you!


Old October

Old October’s purt’ nigh gone,
And the frosts is comin’ on
Little heavier every day–
Like our hearts is thataway!
Leaves is changin’ overhead
Back from green to gray and red,
Brown and yeller, with their stems
Loosenin’ on the oaks and e’ms;
And the balance of the trees
Gittin’ balder every breeze–
Like the heads we’re scratchin’ on!
Old October’s purt’ nigh gone.

I love Old October so,
I can’t bear to see her go–
Seems to me like losin’ some
Old-home relative er chum–
‘Pears like sorto’ settin’ by
Some old friend ‘at sigh by sigh
Was a-passin’ out o’ sight
Into everlastin’ night!
Hickernuts a feller hears
Rattlin’ down is more like tears
Drappin’ on the leaves below–
I love Old October so!

Can’t tell what it is about
Old October knock me out–!
I sleep well enough at night–
And the blamedest appetite
Ever mortal man possessed–,
Last thing et, it tastes the best–!
Warnuts, butternuts, pawpaws,
‘Iles and limbers up my jaws
Fer raal service, sich as new
Pork, spareribs, and sausage, too–.
Yit fer all, they’s somepin’ ‘bout
Old October knocks me out!

James Whitcomb Riley (7 oktober 1849 – 22 juli 1916)
Portret door John Cecil Clay, 1910 


De Australische schrijver Thomas Keneally werd geboren op 7 oktober 1935 in Sydney. Zie ook mijn blog van 7 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Thomas Keneally op dit blog.

Uit: The Great Shame

“After Steven Spielberg’s film Schindler’s List revived interest in the story that I had told in my novel, I was frequently thanked for having documented on a human scale, through jaunty, disreputable Oskar Schindler, the Jewish catastrophe of the Second World War. I had stumbled on the story, written it with passion because it was a great tale, and now with a delighted and slightly guilty bemusement found that people, particularly the Jewish community throughout the world, were talking to me as if I had done something larger–had to an extent validated the past for those who had lived through it, and had restored their history to their children.
What of my own past? I was Australian, and I knew that my name and ancestors were Irish. I knew vaguely that I had some forebears who were convicts, one of them a John Kenealy who served time in Western Australia as a political prisoner. I discovered too that I had married the great-granddaughter of what one historian calls ‘a protest criminal,’ a so-called Ribbonman–sent from Ireland to Australia for life in the decade before the Irish Famine, which began in 1845. This, if it is a boast, is not such an uncommon one in Australia, even if earlier generations of Australians would have suppressed what they then perceived as genealogical stains. I knew that, throughout the nineteenth century, until the last shipload of Fenian prisoners arrived in Western Australia in 1868, and until the last political prisoner had died in exile well into the twentieth century, Australia was the potential punishment that hung over all protest, political activism and revolt in the British Empire–over the Chartists of Britain, the French habitants of Lower Canada and the republicans of Upper Canada, but in particular over gestures of protest and rebellion in Ireland.“

Thomas Keneally (Sydney, 7 oktober 1935)


De Nederlandse schrijfster en beeldend kunstenares Dirkje Kuik werd geboren in Utrecht op 7 oktober 1929. Zie ook mijn blog van 7 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Dirkje Kuik op dit blog.

Vrouwenstudie, ets



Vandaag ben ik een lekker dier,
eenhoorn, hoewel ten halve, stier, een fabel.
Morgen wellicht Jan zonder land
och arme kruidenier,
de kat met negen staarten.
Het boegbeeld van een schip, gestrand,
een zeemeermin gebleven na de vloed,
Krake, de leden in het vissernet, verlaten,
Kleio, de neus in het zand.

Dirkje Kuik (7 oktober 1929 – 18 maart 2008)


Zie voor nog meer schrijvers van de 7e oktober ook mijn blog van 7 oktober 2013 deel 2.