Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Corly Verlooghen, Bernard MacLaverty

De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 14 september 2010 en eveneens alle tags voor Hans Faverey op dit blog.

De boot, waarin zich

De boot, waarin zich
moet laten schommelen
een man. Een vrouw
aan wie wordt gedacht, door de man,

tot op het laatst misschien.
En dan de ogen te moeten sluiten
om te zien hoe, bij kalme zee
en bij helder zicht, de boot keer

op keer, steeds indringender,
dezelfde rotspunt raakt.

 

Zo eenvoudig

Zo eenvoudig als een waterdruppel,
zo helder als een splinter berkenhout,

Omdat het veulen geduldig en voorzichtig
uit het paard valt en kan staan,

De vis als een metalen traan ontluikt
en kan vliegen, de mens after all

Moeizaam leert zwijgen en wegzijn
tussen zijn gewapend steenslag,

Zo eenvoudig, zo helder is het niet
wat ik overhoud wanneer ik
mijn pen heb neergelegd.

 

Een witte raaf

op een witte walvis;
een waarnemend subject,
(gepostuleerd); geen water,

laat staan zout water -. Elkaar

voortdurend bijsturend, feed-
back, moeten zij maar zien
hoe zich uit deze tekst

te verwijderen

 
Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)

Doorgaan met het lezen van “Hans Faverey, Theodor Storm, Leo Ferrier, Corly Verlooghen, Bernard MacLaverty”

Martyn Burke, Ivan Klima, Mario Benedetti, Eric van der Steen, Eckhard Henscheid, Uli Becker

De Canadese schrijver, journalist, regisseur en scenarioschrijver Martyn Burke werd geboren op 14 september 1952 in Toronto. Zie ook alle tags voor Martyn Burke op dit blog.

Uit: The Commissar’s Report

“efore the great war, when I was a boy, we used to dream of what life was like in Enemy Number One. It was a time when dreams were precious. Terror hung like a fog in our city, and even though we were very young, we still knew about the midnight arrests and the deportations going on all around us. And what we didn’t know, we could sense from the fear-etched faces of our parents, who would talk even to us in heroic and heavy phrases of socialist realism like we heard from the loudspeakers at the May Day military parades. It was as if our parents were afraid that we would turn them in.
Enemy Number One seemed like a distant paradise to us then.
We knew all about it from the pages of smuggled copies of Life magazine. Of course it was dangerous to be caught reading such a foreign magazine. (But how were we to know you could be shot for it?) All we cared about was hurrying home after school, running through the freezing streets where steaming horses wheezed under heavy loads and streetcars clanged and clattered among the grim, ragged throngs.
No one was home in our apartment for at least an hour after school, so my brother Yuri and I spent those precious moments staring into the pages of Life, with its photographs and advertisements of all those sleek people and those big Cadillacs and the skyscrapers in New York and Chicago. My imagination would stampede and before I knew it, I was walking around our high-ceilinged parlor with its overstuffed furniture and peeling plaster, pretending I was in a glittering ballroom in Philadelphia. I danced through the ancient odors of boiled cabbage as the after-school gloom fell away in the light of some distant candelabra.I hated the smell of boiled cabbage. I was sure that Enemy Number One did not smell of boiled cabbage.”

 
Martyn Burke (Toronto, 14 september 1952)

Doorgaan met het lezen van “Martyn Burke, Ivan Klima, Mario Benedetti, Eric van der Steen, Eckhard Henscheid, Uli Becker”