V. S. Naipaul, Jonathan Franzen, Ted Hughes, Theodor Däubler, Herta Müller, Tsegaye Gabre-Medhin, Roger Peyrefitte

De Britse schrijver Sir Vidiadhar Surajprasad Naipaul werd geboren op 17 augustus 1932 in Chaguanas, Trinidad en Tobago. Zie ook alle tags voor V. S. Naipaul op dit blog en ook mijn blog van 17 augustus 2010.

Uit: A Bend In the River

“At certain times in some civilizations great leaders can bring out the manhood in the people they lead.  It is different with slaves.  Don’t blame the leaders.  It is just part of the dreadfulness of the situation.  It is better to withdraw from the whole business, if you can.  And I could.  You may say — and I know, Salim, that you have thought it — that I have turned my back on my community and sold out.  I day: ‘Sold out to what and from what? What do you have to offer me? What is your own contribution?  And can you give me back my manhood?’ Anyway, that was what I decided that morning, beside the river of London, between the dolphins and the camels, the work of some dead artist who had been adding to the beauty of their city.
“That was five years ago.  I often wonder what would have happened to me if I hadn’t made that decision.  I suppose I would have sunk.  I suppose I would have found some kind of hole and tried to hide or pass.  After all, we make ourselves according to the ideas we have of our possibilities.  I would have hidden in my hole and been crippled by my sentimentality, doing what I doing, and doing it well, but always looking for the wailing wall.  And I would never have seen the world as the rich place that it is.  You wouldn’t have seen me here in Africa , doing what I do.  I wouldn’t have wanted to do it, and no one would have wanted me to do it.  I would have said: ‘It’s all over for me, so why should I let myself be used by anybody? The Americans want to win the world.  It’s their fight, not mine.’ And that would have been stupid.  It is stupid to talk of the Americans.  They are not a tribe, as you might think from the outside.  They’re all individuals fighting to make their way, trying as hard as you or me not to sink.
“It wasn’t easy after I left the university.  I still had to get a job, and the only thing I knew now was what I didn’t want to do.  I didn’t want to exchange one prison for another.  People like me have to make their own jobs.  It isn’t something that’s going to come to you in a brown envelope. The job is there, waiting.  But it doesn’t exist for you or anyone else until you discover it, and you discover it because it’s for you and you alone.”

 
V. S. Naipaul (Chaganuas, 17 augustus 1932)

Doorgaan met het lezen van “V. S. Naipaul, Jonathan Franzen, Ted Hughes, Theodor Däubler, Herta Müller, Tsegaye Gabre-Medhin, Roger Peyrefitte”

Nicola Kraus, Oliver St. John Gogarty, Robert Sabatier, Anton Delvig, Jozef Wittlin, Fredrika Bremer

 

De Amerikaanse schrijfster Nicola Kraus werd geboren op 17 augustus 1974 in New York. Zie ook alle tags voor Nicola Kraus op dit blog en ook mijn blog van 17 augustus 2010.

Uit: Over you Samen met Emma McLaughlin)

“Bridget drops her head to Max’s shoulder.
“Fifteen?”
Bridget nods.
“Okay, now let’s start with a shower. You’ll feel better.”
But beyond the shower is dressed, beyond dressed is breakfast, beyond breakfast is leaving and that’s when Taylor won’t be waiting downstairs for his morning kiss and Poptart before he heads south to his school and she heads north to hers. Bridget buries her face in her raised knees, the idea of taking a single step unbearable. “I won’t.”
Max pats her sweaty back. “But I will.” She stands and claps her hands. “Okay! You have homeroom at eight-twenty and we have a ton of ground to cover. Being late today of all days is OUT of the question—in fact, for the next month I don’t care if you get wombat flu—you will be at school every day looking awesome because that will get back to him and that will be the first chink in his ego. Okay, time to wash off the last twelve hours! Here we go! The rest of your spectacular life awaits!”
Bridget stares at Max, salty tear-crusts in the corner of her eyes and mouth. “Sorry. So you’re Shannon’s friend? I’m just not really following how you—”
“We’ll get to that. Take the coffee in with you. Right in under the water. Here.” She pulls Bridget to her feet, hands her the lid and holds the edge of the floral comforter as Bridget walks right out from under it. It trails off her shoulders like a queen’s cape as she shuffles to the bathroom.
While Bridget showers Max does an informed sweep of the room, removing the sweatshirt, stuffed duck and dangly earrings Zach’s electronic espionage revealed were gifts from Taylor. She then returns the hacked laptop to Bridget’s desk. Lastly Max whips out her sterling tape measure, another flea market score, and sizes up the windows.”

 

 
Nicola Kraus (New York, 17 augustus 1974)
Emma McLaughlin en Nicola Kraus (rechts)

Doorgaan met het lezen van “Nicola Kraus, Oliver St. John Gogarty, Robert Sabatier, Anton Delvig, Jozef Wittlin, Fredrika Bremer”

Hendrik de Vries

 

De Nederlandse dichter en schilder Hendrik de Vries werd geboren in Groningen op 17 augustus 1896. De gedichten van Hendrik de Vries werden in het literaire tijdschrift Het Getij gepubliceerd. Hendrik de Vries was een vroege surrealist. Hij was antiburgerlijk ingesteld en predikte vitaliteit. Het onderbewuste speelt een cruciale rol in zijn poëzie. Veel van zijn inspiratie vond De Vries in de Spaanse wereld. Hij was zo in die Spaanse cultuur verdiept geraakt, dat hij heel wat gedichten (met name copla’s) in het Spaans heeft geschreven. Ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag werd door de gemeente Groningen de Hendrik de Vriesprijs ingesteld, en in 1986 het Hendrik de Vriesstipendium. De Vries was de eerste die de prijs in ontvangst mocht nemen. De Vries’ gedicht “Een schatrijke tuin” werd in 2000 (en in een nieuwe versie in 2006) op een muur in de Aloëlaan in Leiden aangebracht als één van de meer dan honderd muurgedichten in Leiden.

 

Gevangenisliederen van het Spaansche Volk

In de woning van mijn beminde
Hebben ze ’s nachts mij gevonden,
En, tot nog meerder ellende,
Mij met kaar zakdoek gebonden.
 
De koning in zijn paleis
Weet niet wat gevangenen lijden,
Anders ging hij vandaag nog op reis,
Ons een voor een te bevrijden.
 
Bewaakster, bewaakster, kom,
Red mij van dit somber graf –
Ik doe je de goudring om
Die mijn geliefde mij gaf.
 
Wat kon ik, heel het jaar
Dat ik heb vastgezeten?
Ik telde en telde maar:
De schakels van mijn keten.

 

  

Copla

De dokter, bij mijn geboorte,
Voelde mijn pols en besloot:
‘Zolang dit kind maar blijft leven,
Gaat het in geen geval dood.’

 

 

Mijn broer

Mijn broer, gij leed
Een einde, waar geen mens van weet.
Vaak ligt gij naast mij, vaag, en ik
Begrijp het slecht, en tast en schrik.

De weg met iepen liep gij langs.
De vogels riepen laat. Iets bangs
Vervolgde ons beiden. Toch wou gij
Alleen gaan door de woestenij.

Wij sliepen deze nacht weer saam.
Uw hart sloeg naast mij. ‘k Sprak uw naam
En vroeg, waarheen gij ging.
Het antwoord was:

‘Te vreselijk om zich in te verdiepen.
Zie: ’t gras
Ligt weder dicht met iepen
Omkringd.’

 

 
Hendrik de Vries (17 augustus 1896 – 18 november 1989)
In 1923