Judith Herzberg, Peter W.J. Brouwer, Arthur van Amerongen, Charles Frazier, Klabund

De Nederlandse dichteres en toneelschrijfster Judith Herzberg werd geboren op 4 november 1934 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Judith Herzberg op dit blog.

 

Hiernamaals

Als ik, nadat ik dood ben, nog
ergens rond mag dolen, laat het dan
op de markt zijn, in geur en kleur.
En mag die markt dan open zijn
onder de blote hemel. En mag ik dan
als vroeger met mijn moeder
zo’n puntzak gloeiend hete frites
(met veel zout uit zo’n gebutste
strooibus) met haar delen.

 

Kauwtje II

Hij vindt het rot om in een kooi te slapen.
Wanneer de avond op komt zetten en gaat waaien
wil hij de wolken in, maar weet niet
dat hij niet kan vliegen, alleen
dat hij vliegen wil. Wil vliegen. Zijn wakker
kraaloog houdt de tralies in de gaten
zodra hij kans ziet gaat hij, maar
weet niet dat de katten onder lage
takken liggen, wachten. Zijn harde snavel
staat half open, hij wil niet eten.
Kwaad hakt hij stukken uit de tak waarop hij zit.
Hij is alleen, zwart, vreemd
zoals de Griek, met zijn gebroken been,
die ook de warme kamer met stapelbedden
uit zou willen, de lucht in, meisjes zien,
nu op het draagbare radiootje naast zijn bed
ondraaglijk verre muziek heeft aangezet
even meeslepend en kleinerend als het kauw! kauw!
van torenkraaien hangend op de wind.

 

Het doorgestreepte blijft te lezen

Zo zijn het vaak onze meest eigene gedachten
de meest nabije, de meest schrijnende,
die wij door moeten strepen,
uit moeten krassen.

Wij praten, een gat in de nacht.

Dit is het schrikkeluur, de uitgesponnen
schrikseconde. Als honden
zetten wij de tanden in het vod
dat ons zo dierbaar is.

 

Judith Herzberg (Amsterdam, 4 november 1934)

 

De Nederlandse dichter Peter W.J. Brouwer werd op 4 november 1965 in Eindhoven geboren. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Peter W.J. Brouwer op dit blog.

 

 

Stoute kinderen

Hier is nog een hemdmouw
en daar een knoopsgat waar je neus inpast
verstop je vingers maar in de zomen

kruip achter de voering
en wees thuis

misschien kun je zijn in de kleur
waaraan je dacht

herinner je je hoe ik ooit
de badstop in mijn hand verborg en
jij lachend school in schuim

sluit de jaspand achter je rug
bedek met kant nu maar je buik

en zet een kraag op
tegen de invallende nacht

 

 

Langduriger

Nu ik me dit herinner
slaat zij weer haar ogen op

wanneer zijn alle beloften
gefluisterd, bezworen en bezegeld
in de kamer, aan een tafel en tussen lakens
ons ontschoten

heeft zij in een spiegel haar gezicht verlaten
is de kamer uit de spiegel verdwenen
zijn wij in een foto gebleven

bijgezet en kleiner
maar oproepbaar als

ongrijpbare icoon
waarin de spiegel leger wordt
het licht in de kamer kariger
herinneringen ziender ogen blinder
en het wachten op iemand langduriger.

 

Peter W.J. Brouwer (Eindhoven, 4 november 1965)

 

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Arthur van Amerongen werd geboren op 4 november 1959 in Ede. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Arthur van Amerongen op dit blog.

 

Uit: Mambo Jambo

 

“We zijn drie dagen geleden aangekomen in Natal. Ons plan om een paar maanden met drinken te stoppen bleek niet realistisch. Een uur na het opstijgen van de charter keken we elkaar aan en schoten in de lach. Zo ongeveer boven de Kaapverdische Eilanden waren we starnakel zat. We rolden het vliegtuig uit op de luchthaven van Natal. Sindsdien zijn we niet nuchter meer geweest maar hebben ook nog geen ruzie gemaakt. ik vrees onze hysterische uitbarstingen, ben als de dood dat Carmen me verlaat. We zijn met een enkele reis gekomen, geld voor een ticket terug is er niet. Nooit meer wil ik terug naar het instortende Avondland, naar het verdrietige Brussel, naar de inquisitie (zoals ik mijn schoonfamilie noem) in Madrid en vooral niet naar de hel van Amsterdam. ik wil een nieuw leven in de Nieuwe Wereld.
‘Waar gaan we lunchen, Arturo?’ vraagt ze nu heel dwingend.
‘ik weet het niet Carmencita, het eten hier is geen feest, ik heb de moed opgegeven, we kunnen beter pinga gaan zuipen.’ Natal wordt a cidade do sol genoemd, de zonnestad: bountystranden, klapperbomen, hangmatten, buggytours door de duinen, surfdudes, bilveters en sekstoerisme. Culinair gezien is de stad gehuld in duisternis. De Braziliaan heeft een onbegrijpelijke voorkeur voor frituren, werkelijk alles wordt in het kokend vet gesmeten. Op het strand van Ponta Negra komen af en toen mulatten met oesters en garnalen langs. De oesters zijn tot op zekere hoogte vers, de garnalen zijn bij wijze van uitzondering gegrild. ik heb er een aantekening van gemaakt in mijn notitieboekje. Mijn Lonely Planet zegt dat het eten in Brazilië geweldig is en dat de inwoners van de deelstaat rio Grande do Norte potiguares worden genoemd, garnaleneters in de Tupi-taal. De potiguares doen echter verschrikkelijke dingen met de garnalen. Gisteren heb ik in een immense vreetschuur uit wanhoop ook de schillen maar opgegeten, zo erg was het vlees van de beestjes toegetakeld.”

 

 

Arthur van Amerongen (Ede, 4 november 1959)

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Charles Frazier werd geboren op 4 november 1950 in Asheville, North Carolina. Zie ook mijn blog van 4 november 2008 en ook mijn blog van 4 november 2009 en ook mijn blog van 3 november 2010

 

Uit: Thirteen Moons

 

“I saw a pretty one go by the other day. Yellow as a canary and trimmed with polished brass. It had a windshield like an oversized monocle, and it went ripping by at a speed that must have been close to a mile a minute. The end of the driver’s red scarf flagged straight out behind him, three feet long. I hated the racket and the dust that hung in the air long after the automobile was gone. But if I was twenty, I’d probably be trying to find out where you buy one of those fast bastards.
The night has become electrified. Midevening, May comes to my room. The turn of doorknob, click of bolt in hasp. The opening door casts a wedge of yellow hall light against the wall. Her slender dark hand twists the switch and closes the door. Not a word spoken. The brutal light is message enough. A clear glass bulb hangs in the center of the room from a cord of brown woven cloth.
New wires run down the wall in an ugly metal conduit. The bare bulb’s little blazing filament burns an angry cloverleaf shape onto my eyeballs that will last until dawn. It’s either get up and shut off the electricity and light a candle to read by, or else be blinded.
I get up and turn off the light.
May is foolish enough to trust me with matches. I set fire to two tapers and prop a polished tin pie plate to reflect yellow light.
The same way I lit book pages and notebook pages at a thousand campfires in the last century.”

 

 

Charles Frazier (Asheville, 4 november 1950)

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Klabund werd als Alfred Henschke geboren op 4 november 1890 in Crossen an der Oder. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Klabund op dit blog.

 

Meine Mutter war…

Meine Mutter war eine chinesische Zwergwachtel
Mein Vater eine Spottdrossel.
Ihre kahlen Kadaver
Fraß
Die Katze.
Des seligen Todes voll
Ich zirpe.
Werft die, so euch vermenschlicht haben, ihr schwebenden Götter,
Unzüchtig zuchtlos:
Die Eltern
Die Ältern:
(In einer Nacht, da sie trunken waren vom Limonaderausch, zeugten sie euch im schweißigen Nachthemd)
Werft sie in den Müllkasten!

Sie sollen
Größere Zeiten
Düngen helfen.

 

 

Wär ich ein Buchfink

Wär ich ein Buchfink
Und sänge:
Den Zwickauer Rollweida
Den Erzgebirger Reitzug
Den Schmalkaldner Doppelschlag
Den scharfen Weingesang
Den groben Weida
Das ordinäre Würzgebühr
Das Klapscheid
Züzüzüjachzia.

 

Klabund (4 november 1890 – 14 augustus 1928)

Houtsnede door Erich Büttner 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e november ook mijn blog van 4 november 2011 deel 2.