Onno Kosters, August Graf von Platen, Ernest Claes, Zsuzsa Bánk, Denise Levertov

De Nederlandse dichter Onno Kosters werd geboren op 24 oktober 1962 in Baarn. Zie ook mijn blog van 24 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Onno Kosters op dit blog.

 

Gedicht tot de zee

 

Zee als bodemloze bodem, aanvankelijke
ondergang die schatten opbrengt; inzicht
dat wie opdiept eerst moest zinken,

 

dat wie zonk niet wist dat hij niet zocht naar
wat hij vond, maar vond wat er, Marco-gelijk,
gevonden worden moest: Dasajevs hand voorbij.

 

Zee als uitzicht voor wie vast zit, Ruby, Silvio,
verte zonder land in zicht, cel
waar je in ronddoolt, waar dan Windows

 

soms een deur naar buiten biedt,
mits ontgrendeld, mits met mate,
dat wil zeggen, meestal niet.

 

Zee als polder, voedingsbodem
voor gewassen die niet aarden in een
niet-brood-, wel welvaartsziek systeem.

 

Zee die wijzelf ten diepste zijn, zog
zonder schip dat wij nog maar zo zelden volgen.
Zee neem mij mee, zee wijs en wees mijn weg.

 

 

De man in de muur (Fragment)

 

Het nieuws wordt verpakt in de vis van morgen.

Lezen wij de ingewanden van het wezen dat hapt

naar lucht, dat spartelt. In het water op het droge.

Hoofdpersonen rennen aan de inktzwarte plas voor-

 

bij. De man in de muur, only in it for the money,

metselt zich in, wordt dan wat ik al van hem maakte.

Schepsel van mijn kop en been van mijn merg,

kloppend orgaan van deze ontzette inwendige mens.

 

Als voorbereid op mijlen onder zee verdwijnt

een laatste rechthoek luchtblauw licht. Zuinig

met zuurstof! Luidt nu het devies, de noodklok

in de verte. Hij zet zich op het onontslapen bed

 

in die totaal zwarte kamer, die huivering wekt. Men

hoort nog het tikken in het witsel, lijkenwindsel,

maar men zoekt er niets achter, ja pa ging een pakje

sigaretten halen, plakte een geeltje op zijn monitor,

 

‘Ben even weg, tot later’, was getekend, ‘Godot’.

Humor, dus wordt de tafel gedekt, de pasta gekookt,

worden glazen gevuld en ligt op zijn plek keurig een

placemat. Zijn stoel staat comfortabel klaar, Eliah! Eliah!

 

Ze hebben geen idee wat ze doen, zijn geliefdste gezin,

ze missen alleen de vaas, zien nog niet de bloemen

in de tuin, nat nog, slap al, oogverblindend, het zwart

in de bloeiwijze besloten, als een bedoelde barst.

 

Hij hoort het getik van het bestek, maakt zijn eigen op.

Hij ruikt de pasta, de kruiden, het wijnrode zoet.

Hij schikt zich voorbeeldig, legt zijn oor te luisteren, daar

aan de andere kant van de muur, waar het koud wordt.

 

 

Onno Kosters (Baarn, 24 oktober 1962)

 

De Duitse dichter Karl August Georg Maximilian Graf von Platen-Hallermünde werd geboren op 24 oktober 1796 in Ansbach. Zie ook mijn blog van 24 oktober 2010 en eveneens alle tags voor August Graf von Platen op dit blog.

 

Noch im wollustvollen Mai des Lebens

 

Noch im wollustvollen Mai des Lebens,

Wo die Seele sonst Entschlüsse sprüht,

Fühl ich in der Wärme meines Strebens,

Wie mein Lebenselement verglüht.

 

Nicht ein Windstoß, ein belebend warmer,

Meine Haare kräuselnd, weht mich an,

Leer und träge schifft ein Tatenarmer

Übern stillen Vater Ozean.

 

Was ich soll? Wer löst mir je die Frage?

Was ich kann? Wer gönnt mir den Versuch?

Was ich muß? Vermag ich’s ohne Klage?

So viel Arbeit um ein Leichentuch?

 

Kommt und lispelt Mut ins Herz mir, zarte

Liederstimmen, die ihr lange schlieft,

Daß ich, wie ein Träumer, nicht entarte,

In verlorne Neigungen vertieft.

 

 

 

Nie hat ein spätres Bild dein Bild vernichtet

 

Nie hat ein spätres Bild dein Bild vernichtet,

Das fühlt ich stets vielleicht und fühl es heute,

Da sich’s nach langen Jahren mir erneute,

Nachdem ich manchen Wahn der Welt gesichtet.

 

O Zeit, in der ich noch für dich gedichtet,

Was, außer mir, sich keiner Leser freute!

Noch war mein Name nicht der Welt zur Beute,

Die selten fühlt und oft so lieblos richtet!

 

Noch unbekannt mit meinen eignen Trieben,

Zu ernst, zu schüchtern, allzusehr verschlossen,

Bin ich dir fremd durch eigne Schuld geblieben.

 

Da wieder nun ich deines Blicks genossen,

Empfind ich wieder jenen Drang, zu lieben;

Doch meine schönste Jugend ist verflossen.

 

 

Winterseufzer

 

Der Himmel ist so hell und blau,
O wäre die Erde grün!
Der Wind ist scharf, o wär er lau!
Es schimmert der Schnee, o wär es Tau!
O wäre die Erde grün!

 

 

August Graf von Platen (24 oktober 1796 – 5 december 1835)

Borstbeeld in Ansbach

 

 

 

De Vlaamse auteur Ernest Claes werd geboren op 24 oktober 1885 te Zichem. Zie ook mijn blog van 24 oktober 2010en eveneens alle tags voor Ernest Claes op dit blog.

 

Uit:De Witte

 

“Hij troostte zich dan maar met Nis zijn hemdslip ’s nachts stevig in zijn vuist geklemd te houden, voor hij insliep; als de duivels dan voor hem kwamen zou Nis ’t wel gewaar worden en hem terugtrekken.

Moeder vertelde hem integendeel altijd van ’t kindeke Jezus, van Ons-Lieve-Vrouwke, van engelen en wijze kinderen, en vooral van den hemel. Als ’t daarover ging kon de Witte – (in dien tijd zei moeder nog: Lewieke) – met mond en oogen wijd open zitten luisteren. Elken keer moest hij, op moeders schoot gezeten, weer eens hooren over: alle dagen rijstpap met zilveren lepeltjes, peperkoek, zute-melk met beschuiten, en dan rijden op een chocolatten ezel. Dien hemelezel mocht ge zoo maar een stuk chocolat uit zijn oor bijten, het deed hem geen zeer, en ’t groeide er dadelijk weer aan. ’t Was in dien tijd dat ze op een nacht allemaal waren wakker geschrokken door een vreeselijk geschreeuw van Nis, gevolgd door een nog luider geblèer van de Witte. Toen moeder de lamp had aangestoken en vader zijn jongste op den arm had gepakt, begrepen ze. De Witte had Nis duchtig in zijn vinger gebeten, en hij schreeuwde nog harder dan Nis: ‘Ik mènde… ik mènde da ‘k in de oêre van diê sokkolatten ezel beet.’ Moeder en Heinke waren met de Witte zondags daarop beêweg geweest naar Sinte-Kernelis op den Blauwberg, ze hadden hem doen overlezen, en van dan af waren die gevaarlijke droomen verminderd.

Hij herinnerde zich ook nog uit die dagen hoe vader op een zekeren keer naast den haard zat hout te kappen om den koeiketel af te stoken, en er hem plotseling een splinter in ’t oog sprong, waarbij hij een geweldigen ‘de-dju!’ liet vliegen.”

 

 

Ernest Claes (24 oktober 1885 – 2 september 1968)

Eric Clerckx in de film ‘De Witte van Sichem’ van Robbe de Hert uit 1980

 

 

 

De Duitse schrijfster Zsuzsa Bánk werd geboren op 24 oktober 1965 in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Zsuzsa Bánk op dit blog en ook mijn blog van 24 oktober 2010.

 

Uit: Der Schwimmer

 

“Ich hatte wenige Erinnerungen an meine Mutter. Im Grunde kannte ich sie nur von Fotos, die mein Vater in einem kleinen Kasten aufbewahrte. Schwarzweißbilder waren es, mit dickem weißen Rand. Meine Mutter beim Tanz. Meine Mutter mit geflochtenen Zöpfen. Meine Mutter barfüßig. Meine Mutter, die ein Kissen auf dem Kopf balancierte. Ich schaute mir die Bilder häufig an. Es gab Zeiten, in denen ich nichts anderes tat.
Mit meinem Vater war es ähnlich. Er verbrachte ganze Tage damit, die Bilder auf dem Tischtuch auszubreiten und sie immer wieder neu zu mischen – wie bei einem Kartenspiel, vielleicht zehn Mal, vielleicht hundert Mal. Daß es Tage waren, wußte ich, obwohl ich damals sicher keinen Begriff von Zeit hatte. Für mich gab es nur Zeiten, die ich ertragen, und Zeiten, die ich kaum ertragen konnte.
Mein Vater hinterließ seine Fingerabdrücke, und ich wischte sie weg, wenn ich die Fotos aus der Kiste nahm. Ein Bild mochte er besonders. Es zeigte meine Mutter auf dem Feld. Sie hatte Essen in einer Blechkanne dabei. Ihr Kopftuch hatte sie unter dem Kinn zusammengeknotet, und ihre freie Hand hielt sie wie einen Schirm über die Augen Sie trug Sandalen, deren Bänder sie um die Knöchel gebunden hatte. Niemand trug damals Sandalen, schon gar nicht auf dem Feld.
Mein Vater gab dieses Bild nicht aus seinen Händen. Er lag damit auf der Küchenbank, starrte zur Decke und rauchte. Nicht einmal den Hund hörte er dann, der laut vor ihm bellte. Meinen Bruder Isti und mich schaute er an, als seien wir Fremde. Wir nannten es tauchen. Vater taucht. Vater ist zum Tauchen gegangen. Ist Vater zurück vom Tauchen?, fragten wir einander.”

 

 

Zsuzsa Bánk (Frankfurt am Main, 24 oktober 1965)

 

 

 

De Engels – Amerikaanse dichteres Denise Levertov werd geboren op 24 oktober 1923 in Ilford, Essex. Zie ook alle tags voor Denise Levertov op dit blog en ook mijn blog van 24 oktober 2010.

 

Seeing For A Moment

I thought I was growing wings—
it was a cocoon.

I thought, now is the time to step
into the fire—
it was deep water.

Eschatology is a word I learned
as a child: the study of Last Things;

facing my mirror—no longer young,
the news—always of death,
the dogs—rising from sleep and clamoring
and howling, howling,

nevertheless
I see for a moment
that’s not it: it is
the First Things.

Word after word
floats through the glass.
Towards me.

 

 

Denise Levertov (24 oktober 1923 – 20 december 1997)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e oktober ook mijn blog van 24 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.