Willem G. van Maanen, Truman Capote, Hendrik Marsman, Zhang Ailing, Eli Wiesel, Roemi

De Nederlandse schrijver Willem Gustaaf (Willem G.) van Maanen werd geboren in Kampen op 30 september 1920. Zie ook alle tags voor Willem G. van Maanen op dit blog.

 

Uit: De bewonderde meester

 

“Ik evenwel, die op school tegen mijn zin kennis had moeten maken met Reinier van Genderen Stort, Aart van der Leeuw en de vroege Van Schendel, ik greep Else Böhler uit de doos en sleepte haar mee naar mijn jongenskamer om haar te verslinden, daartoe verleid door een passage die ik, in mijn moeders bijzijn nog wel, had gelezen en die ik u nu niet mag onthouden, omdat, als er dan toch van navolging moet worden gesproken, het onder meer die regels uit het park- en vijverbestaan van de verliefden waren die ik maar al te graag wilde navolgen, niet in geschrifte weliswaar maar in de praktijk.

(…)

 

“Die gebaarde lippen mogen mij nu wat vreemd voorkomen, ze wonden mij toen verschrikkelijk op. Dat wilde ik ook wel eens voelen en ondergaan. Althans, dat verbeeldde ik me, want de gelegenheid had zich al vaak genoeg voorgedaan zonder dat ik er gebruik van had gemaakt. Mijn vriend en klasgenoot Wim, kersvers teruggekeerd uit de Oost waar Vestdijk wel als arts maar niet als schrijver was doorgedrongen, tenzij bij de vriendin van mijn moeder, Wim dan, opgegroeid onder de sarong van de baboe, zoals hij met een raar lachje zei, geestelijk lang niet zo sterk ontwikkeld als lichamelijk, waarvan hij me meer dan eens de bewijzen gaf, welnu, Wim was de zoon van ouders die er een Duits dienstmeisje op nahielden, Agnes, dik, rond, üppig zoals dat in haar taal heet, het haar als een koptelefoon over haar schedel tegen haar oren gewonden, wat in het Duits weer wordt aangeduid met Schnecken. De taal is gans een volk. Agnes deed meer dan Kuchen bakken, schelden en Lieder galmen, allemaal keihard trouwens, ze vond overdag ook tijd in haar kamertje op zolder te verdwijnen wanneer wij daar aan het knutselen waren op de werkbank van Wims overleden grootvader. Door de openstaande deur konden we zien hoe ze haar haren ontbond, citroenig van couleur, om de Schnecken voor enige tijd hun vrijheid te hergeven. Wim hielp haar daar graag en vaardig bij, en ging zelfs wat verder, op zoek naar de diertjes die, hoe traag ook, blijkbaar al onder haar kleding waren gevlucht. Het tafereel zou mij toch aan Johan en Else moeten herinneren, maar niets daarvan, ik keek niet eens meer toe en timmerde verder aan mijn werkstuk. Literatuur en leven waren gescheiden gebieden, en dat ze in de loop van de tijd in elkaar verward zijn geraakt, Vestdijk zou de laatste zijn om me daarover terecht te wijzen, zelf immers van mening dat verbeelding en werkelijkheid vrijwel onzichtbaar in elkaar overvloeien.”

 

 

 

Willem G. van Maanen (30 september 1920 – 17 augustus 2012)

Doorgaan met het lezen van “Willem G. van Maanen, Truman Capote, Hendrik Marsman, Zhang Ailing, Eli Wiesel, Roemi”