H.H. ter Balkt, William Carlos Williams, Ken Kesey, Abel Herzberg, Dilip Chitre

De Nederlandse dichter H.H. (Herman Hendrik) ter Balkt werd geboren in Usselo op 17 september 1938. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor H. H. Ter Balkt  op dit blog.

 

 

Hoe een wijnkelder te beginnen
aan Vuurpijl

Neem vijftig flessenscherven.
Honderd stevige flessenscherven.
Flessenscherven die goed gebouwd zijn.
Vijfhonderd gelukkige flessenscherven.

Het is erg interessant om de scherven
in een jute zak of wijnkist te stoppen,
de groene scherven op de groene of
de witte op de witte te stapelen.

Scherven van wijnkruiken, wijnflessen.
Scherven van frankrijk en duitsland.
Voor het oog van de wijnetiketten
zijn alle flessenscherven gelijk.

Omdat het oog het zijne wil, voeg
aan de kelder aarde toe, zout, sterren.
Mooier nog: de adel van een straatkat
ondergegaan in een goed wijnjaar.

 

 

Spreuken van de donder

Klopper kleurt zich met ’t hout van de deur.
Wie de stad met list bouwt, de burcht met onrecht,
die zal vallen. Wie raaskalt zal verdwalen,
hartenscheurders worden zure regen.

Wie vervoering dooft, van tombe naar tombe
tolt hij. Die ’t water teert, zoet DDT
kust vroeger dan hij de engelenveer.
Nog niet eerder snelwandelden veenlijken.

Hinnikten paarden harder voor hun wagen,
zag ik in de straten kinderen banger.
Rogge en haver wilden hondsdraf zijn.

Onbarmhartig werden zelfs de zandwegen
en handenwringend boog de ellendige.
De rivier van vonken, de luchten vuur.

 

 

De mollen

Bij zijn opgedroogde zwarte Styx graaft Charon
de veerman, zijn roeispanen klauwen geworden,
wachter van de ivoren poorten en oogschaduw;
aarde geworden zwijgen de vliegende mythen
onder de zilveren gesp van De Dolfijn en Zwaan
bij de onderaardse Styx, de boot van gebeente.

Zachtzinnige ondermijners in hun bontjassen
van Russische adel uit de tijden van De Mantel
rusten de mollen geworden Charons in hun gangen
nachtzwart uitgestrekt in ondergrondse burchten,
seinend naar t landvolk met signalen van aarde
‘Land in zicht’ mompelend tussen hun tanden…

 

 

 

H.H. ter Balkt (Usselo, 17 september 1938)

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

 

The Tulip Bed

 

The May sun–whom
all things imitate–
that glues small leaves to
the wooden trees
shone from the sky
through bluegauze clouds
upon the ground.
Under the leafy trees
where the suburban streets
lay crossed,
with houses on each corner,
tangled shadows had begun
to join
the roadway and the lawns.
With excellent precision
the tulip bed
inside the iron fence
upreared its gaudy
yellow, white and red,
rimmed round with grass,
reposedly.

 

 

 

The Spring Storm

 

The sky has given over
its bitterness.
Out of the dark change
all day long
rain falls and falls
as if it would never end.
Still the snow keeps
its hold on the ground.
But water, water
from a thousand runnels!
It collects swiftly,
dappled with black
cuts a way for itself
through green ice in the gutters.
Drop after drop it falls
from the withered grass-stems
of the overhanging embankment.

 

 

 

The Birds

 

The world begins again!
Not wholly insufflated
the blackbirds in the rain
upon the dead topbranches
of the living tree,
stuck fast to the low clouds,
notate the dawn.
Their shrill cries sound
announcing appetite
and drop among the bending roses
and the dripping grass.

 

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Ken Kesey werd geboren in La Junta (Colorado) op 17 september 1935. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor Ken Kesey op dit blog.

 

Uit: One Flew Over the Cuckoo’s Nest

 

“This morning the lockworks rattle strange; it’s not a regular visitor at the door. An Escort Man’s voice calls down, edgy and impatient, ‘Admission, come sign for him,’ and the black boys go.

Admission. Everybody stops playing cards and Monopoly, turns towards the day-room door. Most days I’d be out sweeping the hall and see who they’re signing in, but this morning, like I explain to you, the Big Nurse put a thousand pounds down me and I can’t budge out of the chair. Most days I’m the first one to see the Admission, watch him creep in the door and slide along the wall and stand scared till the black boys come sign for him and take him into the shower room, where they strip him and leave him shivering with the door open while they all three run grinning up and down the halls looking for the Vaseline. ‘We need that Vaseline,’ they’ll tell the Big Nurse, ‘for the thermometer.’ She looks from one to the other: ‘I’m sure you do,’ and hands them a jar holds at least a gallon, ‘but mind you boys don’t group up in there.’ Then I see two, maybe all three of them in there, in that shower room with the Admission, running that thermometer around in the grease till it’s coated the size of your finger, crooning, ‘Tha’s right, mothah, tha’s right,’ and then shut the door and turn all the showers up to where you can’t hear anything but the vicious hiss of water on the green tile. I’m out there most days, and I see it like that.

But this morning I have to sit in the chair and only listen to them bring him in. Still, even though I can’t see him, I know he’s no ordinary Admission. I don’t hear him slide scared along the wall, and when they tell him about the shower he don’t just submit with a weak little yes, he tells them right back in a loud, brassy voice that he’s already plenty damn clean, thank you.”

 


Ken Kesey
(17 september 1935 – 10 november 2001)

Cover

 

 

 

De Nederlandse toneel- en kroniekschrijver en essayist Abel Herzberg werd geboren in Amsterdam op 17 september 1893. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor Abel Herzberg op dit blog.

 

Uit: Meat and vegetables

 

„Wie één keer in de bioscoop een programma gezien heeft op het niveau van een onzer moderne wereldsteden, die is voorgoed voor de rederijkerskamer verloren. En toch blijft hij daar niet van af. Het is overbekend, dat de nieuwe cultuur en alles wat wij ‘vooruitgang’ plegen te noemen, allereerst de onvrede teweeg brengt met het bestaande en pas later de vrede met het wordende. Zo zal het wel altijd geweest zijn. Alleen wat geconsolideerd is, wat verleden tijd is geworden, wordt aanvaard. Die bekende verzuchting over ‘de goede oude tijden’ mag ongerechtvaardigd heten, ze is oprecht.

Dorps en conservatief, dat zijn wij van nature. En de verklaring ligt voor de hand. Het is al moeilijk genoeg het dorp, met zijn kleine, bekende verhoudingen te begrijpen. De stad te begrijpen is moeilijker en de wereld begrijpen is niet te doen, en is ook nooit te doen geweest. Bovendien, waartoe al dat begrijpen? Daar zijn wij veel te lui voor. ‘Bij ons in het dorp wordt geroddeld’. Meer heb ik niet nodig. Ik behoef alleen te zorgen, dat er niet over mij wordt geroddeld en daar bestaan een beperkt aantal leefregels voor, die met een beetje goede wil niet al te moeilijk zijn om op te volgen. Is dat eigenlijk niet een volmaakt bevredigend cultuurniveau? Het is om van te watertanden. Om naar te snakken.

Nu worden me daar ineens millioenen mensen vermoord, en dan nog wel mensen, ‘die niets hebben gedaan’. Wat moet ik daarmee? Wat gaat mij dat eigenlijk aan? ’t Is griezelig en verschrikkelijk. Toegegeven! Maar juist daarom, laat me met rust! En, m’n hemel, moet ik dat nog gaan begrijpen ook?“

 

 

Abel Herzberg (17 september 1893 – Amsterdam, 19 mei 1989)
Portret door Charles Warter, 1979

 

 

De Indiase dichter, schrijver, schilder en regisseur Dilip Purushottam Chitre werd geboren op 17 september 1938 in Baroda. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor Dilip Chitre op dit blog.

 

 

In The Light of Birds

In the light of birds the lunatic wakes from uncountable sleeps
His burning electric wires begin to glow
Birds sing in every forest of flesh and blood
The lunatic’s fingers turn into strings in the outer silence

The darkness of half-asleep awareness roars through
The lunatic’s widening arteries, it’s another kind of
Waking– and even total sleep is a frightening fire
It’s compelled to burst out even while being awake.

The lunatic sees through his sun-paraphrasing eyes
That creates circles centred outside him
And unaccountable sleep awakens lightnings
To sing a vast lullaby in flesh and blood.

The lunatic watches a bird…half-closed like eyes…flying
And his eyes as they drown begin to chirp.

 

 

Dilip Chitre (17 september 1938 – 10 december 2009)

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 17e september ook mijn blog van 17 september 2011 deel 2.