Breyten Breytenbach, Frans Kusters, James Alan McPherson, Michael Nava, Hans Arp

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

 

 

onderweg

 

‘somewhere halfway from here

there are half-empty boxes’

 

nu is elke nacht een reis

door onbekende landschappen

van licht en van schaduwen

over barre vlakten

of ineens door ravijnen

met druipende exotische bomen

 

soms is er een dood dorp

een modderglinsterende hond

met gesperde kaken vastgekolkt

in de koplichten

maar nooit een levende ziel

 

en elke nacht is er de bestuurder naast mij

een allang vergeten dode vriend

een dode broer van wie ik niets weet

 

nu is elke nacht een bittere woordenstrijd

want waarheen zijn we onderweg?

ik wil de praatjes niet meer horen

 

nu klim ik er elke ochtend uit de dag in

met een zere keel van stof en schrijven

 

 

Vertaald door Laurens Vancrevel

 

 


Dein Brief

Dein Brief ist glänzender und größer
als der Gedanke an eine Blume, wenn der Traum
ein Garten ist –

als sich dein Brief öffnet:
ein Auffalten von Himmel, Wort von außen
weite Räume

ich schlief in grünen Weiden
während der letzten Nachtwache
lag ich auf der Schwelle zum Tal der Schatten
und hörte wie man die zum Tod Verdammten
durch Tunnel in die Erde führte

wie sie singen
ihr Atem an den Lippen
ein Bewohner, der eben fortgehen will
eine Stadt in Flammen, wie sie singen
ihr Atem aus Fesseln

wie sie singen –
sie, die aus dem Licht ins Dunkel springen
sie, die man ohne Ziel verschickt –
schrecklich spür ich diese Schändung

der Tisch vor mir im Beisein meiner Feinde
ist blank, Asche bedeckt meinen Kopf
mein Krug ist leer  

ich floh in deinen Brief und wollte lesen
vom Orangenbaum, geschmückt mit weißen Blüten
die sich in der Sonne öffnen

ich konnte sie riechen, auf dem Balkon –
ich kann dich riechen
lieblicher und lichter als der Gedanke an eine Blume
in dieser düsteren Nacht

bald werde ich am Himmel deiner Worte hängen –
gib dass ich deinen Brief
mein Leben lang bewohnen kann

Envoi
dein Brief ist herrlich, glänzender und größer
als der Gedanke an eine Blume, wenn der Traum
die Erde eines Gartens ist –

als sich dein Brief öffnet:
ein Auffalten von Himmel, Wort von außen,
Erinnerung

 

 

Vertaald door Uljana Wolf

 

 

Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

 

De Nederlandse schrijver Frans Kusters werd geboren in Nijmegen op 16 september 1949. Zie ook alle tags voor Frans Kusters op dit blog.

 

Uit: Een goede buur

 

‘Zo, jij bent dus die jongen van dat boekje’, zei Pé Hawinkels met een grijns, toen wij elkaar voor het eerst tegen het lijf liepen. Dat was in café Trianon, op een zomeravond in 1975. Mijn eerste verhalenbundel was niet lang daarvoor verschenen en enkele passages eruit, zo vertrouwde hij mij toe en weer kwam die grijns op zijn gezicht, vertoonden een treffende overeenkomst met ‘niet eens de allerkinderachtigste vondsten van de maëstro zelf’. Ik opperde dat hij die dan maar eens snel moest aanwijzen, maar hij, nu duidelijk zichtbaar geamuseerd, verwees mijn opmerking met een armgebaar naar de blauwe nevel van tabaksrook die er in de lokaliteit hing en adviseerde mij niet alles al te letterlijk op te vatten. Vervolgens wilde hij weten hoe ik oordeelde over een reeks maatschappelijke verschijnselen en een aantal zich met de vervaardiging van artistieke, voornamelijk muzikale produkten bezighoudende lieden, waardoor ik even met de mogelijkheid rekening hield dat onze gedachtenwisseling het karakter van een mondeling tentamen had.

Gaandeweg echter was ik steeds minder en hij steeds meer aan het woord. Die rolverdeling beviel mij uitstekend; waar het de verkondiging van meningen betreft luister ik liever naar anderen dan naar mijzelf. Bovendien had Pé die avond heel wat te beweren. Hij koppelde ieder gespreksonderwerp aan kwalificaties als ‘in orde’, ‘leuk’, ‘prima’, ‘middeleeuws’, ‘verachtelijk’ en ‘flauwekul’ en bediende zich daarbij van een stellige, docerende en tevens tamelijk luchtige toon, als handelde het keer op keer om een zeer voor de hand liggende constatering waaraan verder geen woord meer verspild hoefde te worden. Kortom, geheel in overeenstemming, zo kwam mij voor, met de trant waarin maëstro’s zich plegen uit te drukken.

 

 

 

Frans Kusters (Nijmegen, 16 september 1949)

 

 

 

De Amerikaanse schrijver James Alan McPherson werd geboren op 16 september 1943 in Savannah, Georgia. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor James Alan McPherson op dit blog.

 

Uit: A Region Not Home: Reflections from Exile

 

“In 1974, during the last months of the Nixon administration, I lived in San Francisco, California. My public reason for leaving the East and going there was that my wife had been admitted to the San Francisco Medical Center School of Nursing, but my private reason for going was that San Francisco would be a very good place for working and for walking. Actually, during that time San Francisco was not that pleasant a place. We lived in a section of the city called the Sunset District, but it rained almost every day. During the late spring Patricia Hearst helped to rob a bank a few blocks from our apartment, a psychopath called “the Zebra Killer” was terrorizing the city, and the mayor seemed about to declare martial law. Periodically the FBI would come to my apartment with pictures of the suspected bank robbers. Agents came several times, until it began to dawn on me that they had become slightly interested in why, of all the people in a working-class neighborhood, I alone sat at home every day. They never asked any questions on this point, and I never volunteered that I was trying to keep my sanity by working very hard on a book dealing with the relationship between folklore and technology in nineteenth-century America.

In the late fall of the same year a friend came out from the East to give a talk in Sacramento. I drove there to take him back to San Francisco. This was an older black man, one whom I respect a great deal, but during our drive an argument developed between us. His major worry was the recession, but eventually his focus shifted to people in my age group and our failures. There were a great many of these, and he listed them point by point. He said, while we drove through a gloomy evening rain, “When the smoke clears and you start counting, I’ll bet you won’t find that many more black doctors, lawyers, accountants, engineers, dentists….” The list went on. He remonstrated a bit more, and said, “White people are very generous. When they start a thing they usually finish it. But after all this chaos, imagine how mad and tired they must be. Back in the fifties, when this thing started, they must have known anything could happen. They must have said, ‘Well, we’d better settle in and hold on tight. Here come the niggers.'” During the eighteen months I spent in San Francisco, this was the only personal encounter that really made me mad.”

 

 

James Alan McPherson (Savannah, 16 september 1943)

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Michael Nava werd geboren op 16 september 1954 in Stockton, Calefornië. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor Michael Nava op dit blog.

 

Uit: The Little Death

 

“I stood in the sally port while the steel door rolled back with a clang and then Istepped through into the jail. A sign on the wall ordered the prisoners to proceed nofurther; more to the point, the word STOP was scrawled beneath the printed message. Istopped and looked up at the mirror above the sign where I saw a slender dark-hairedman in a wrinkled seersucker suit, myself. As I adjusted the knot in my tie, a televisioncamera recorded the gesture on a screen in the booking room.It was six-thirty in the morning but the jail was as loud as if it had been six-thirty atnight. The jail was built in the basement of the courthouse, and there were, of course, nowindows, only the intense, white fluorescent lights that buzzed overhead. The jail was a place where people waited out their time and yet without day or night time stood still;only mealtimes and the change of guards communicated the passage of time to theinmates.I moved out of the way of a trustie who raced by carrying trays of food. Breakfastthat morning, the last day of July, was oatmeal, canned fruit cocktail, toast, milk andSanka. Jones stepped into the hall from the kitchen and acknowledged me with an abruptnod. He had done his hair up in cornrows and his apron was splattered with oatmeal.Jones cooked for the population. He was also a burglar and an informant and his onegreat fear was coming to trial and being sentenced to time at the state prison in Folsom.Several of his ex-associates were there, thanks to his help. I had just been granted afurther continuance of his trial, delaying it for another sixty days. Our strategy was tostring out his case as long as possible so that when he inevitably pled guilty he would becredited with the time he served in county jail and avoid Folsom altogether. The districtattorney’s office was cooperative; the least they owed him was county time—easy time,the prisoners called it. County was relatively un-crowded and the sheriffs relatively benign. On the other hand, county stank like every other jail I’d ever been in.”

 

 

Michael Nava (Stockton, 16 september 1954)

 

 

 

De Frans-Zwitserse kunstenaar, dichter en schrijver Hans (Jean) Arp werd geboren op 16 september 1886 in Straatsburg. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor Hans Arp op dit blog

 

Die Ebene

 

Ich befand mich allein mit einem Stuhl auf einer Ebene,
die sich in einen leeren Horizont verlor.
Die Ebene war fehlerlos asphaltiert.
Nichts, aber auch gar nichts außer mir und
dem Stuhl befand sich auf ihr.
Der Himmel war immerwährend blau.
Keine Sonne belebte ihn.
Ein unerklärliches, vernünftiges Licht erhellte die endlose Ebene.
Wie künstlich aus einer anderen Sphäre projiziert,
erschien mir dieser ewige Tag.
Ich hatte nie Schlaf, nie Hunger, nie Durst,
nie heiß, nie kalt.
Da sich nichts auf dieser Ebene ereignete
und veränderte,
war die Zeit nur ein abwegiges Gespenst.
Die Zeit lebte noch ein wenig in mir,
und dies hauptsächlich wegen des Stuhles.
Durch meine Beschäftigung mit ihm verlor
ich den Sinn für Vergangenes nicht ganz.
Ab und zu spannte ich mich, als sei ich ein
Pferd, vor den Stuhl
und trabte mit ihm bald im Kreis, bald
gerade aus.
Dass es gelang, nehme ich an,
ob es gelang, weiß ich nicht,
da sich ja im Raume nichts befand,
an dem ich meine Bewegung hätte nachprüfen
können.
Saß ich auf dem Stuhl, so grübelte ich
traurig, aber nicht verzweifelt,
warum das Innere der Welt ein solches schwarzes
Licht ausstrahlte.

 

 

Hans Arp (16 september 1886 – 7 juni 1966)
In 1905

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e september ook mijn blog van 16 september 2011 deel 2.