Dolce far niente (Leidseplein, Paul Gellings)

Dolce far niente

 

 

 

Leidseplein, Amsterdam

 

 

Leidseplein

Fonteinen zo zilver dat
de avond zwart-wit wordt
als een foto van licht en
van leven waarop de stad
begint te bewegen

mijn ouders weer jong
gearmd onderweg naar
restaurant Bali, een tafel
aan het raam, kaarsverlichte
pupillen, vlechtwerk van
vingers en ringen

treed ik dieper in deze foto
dan tref ik na dwalen naar
Zuid misschien ons oude huis
waar een tante waakt over mij
over het kind dat ik was
– of logeer ik bij opa’s en oma’s?

ik staar in de gloed van het
overgordijn en kan niet zien
of ik thuis ben – ik ben hier
jaren later in een bloedrode
bar met zicht op een plein
verzilverd door water

foto zwart-wit en bewogen
ouders nog jong en verliefd
avond in de stad zoals hun kind
ver weg in Zuid ervan droomt

 

 

Paul Gellings (Amsterdam, 16 mei 1953)

 

Zie voor de schrijvers van de 27e juli ook mijn blog van 27 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Graeme C. Simsion

 

Onafhankelijk van geboortedata

 

 

De Nieuw-Zeelandse schrijver Graeme C. Simsion werd geboren in in Auckland in 1956. Australië. Voorafgaand aan het schrijven van fictie was hij consultant informatie- systemen en schreef hij twee boeken en een aantal artikelen over datamodellering. Hij begon in 1982 met een consultatiebedrijf in en verkocht het in 1999. Op dat moment had Simsion Bowles and Associates meer dan zeventig medewerkers. Simsion was mede -oprichter van een wijn distributiebedrijf, Pinot Nu, sammen met Steven Naughton. In de periode 2002-2006 was hij als promovendus verbonden aan de Universiteit van Melbourne. Hij won in 2012 de Victorian Premier’s Unpublished Manuscript Award met zijn boek “The Rosie Project”.

 

Uit: The Rosie Project

“It seems right now that all I’ve ever done in my life is making my way here to you.’
I could see that Rosie could not place the line from The Bridges of Madison County that had produced such a powerful emotional reaction on the plane. She looked confused.
‘Don, what are you…what have you done to yourself?’
‘I’ve made some changes.’
‘Big changes.’
‘Whatever behavioural modifications you require from me are a trivial price to pay for having you as my partner.’
Rosie made a downwards movement with her hand, which I could not interpret. Then she looked around the room and I followed her eyes. Everyone was watching. Nick had stopped partway to our table. I realised that in my intensity I had raised my voice. I didn’t care.
‘You are the world’s most perfect woman. All other women are irrelevant. Permanently. No Botox or implants will be required.
‘I need a minute to think,’ she said.
I automatically started the timer on my watch. Suddenly Rosie started laughing. I looked at her, understandably puzzled at this outburst in the middle of a critical life decision.
‘The watch,’ she said. ‘I say “I need a minute” and you start timing. Don is not dead.

‘Don, you don’t feel love, do you?’ said Rosie. ‘You can’t really love me.’
‘Gene diagnosed love.’ I knew now that he had been wrong. I had watched thirteen romantic movies and felt nothing. That was not strictly true. I had felt suspense, curiosity and amusement. But I had not for one moment felt engaged in the love between the protagonists. I had cried no tears for Meg Ryan or Meryl Streep or Deborah Kerr or Vivien Leigh or Julia Roberts.
I could not lie about so important a matter.
‘According to your definition, no.’
Rosie looked extremely unhappy. The evening had turned into a disaster.”

 

 

 

Graeme C. Simsion (Auckland in 1956)