Hans Lodeizen, Uwe Johnson, Henk Hofland, Simin Behbahāni

De Nederlandse dichter Hans Lodeizen werd geboren op 20 juli 1924 in Naarden. Zie ook mijn blog van 20 juli 2010 en eveneens alle tags voor Hans Lodeizen op dit blog.

 

 

ANGST

Een spin holt in de lente
angst is de veer van het horloge
het is bijna tijd.

Dan, dan: o kinderen
van de overspelige moeder,
je gescheiden papa
leeft in het huis naar links.
maak je nagels schoon
de omroeper zegt:
het is lente.

angst voor wat?
De wolken zijn een gerafelde sok
van God.

o lentegeuren!

 

 

 

Weeekend in Metropolis

Zo dikwijls als ik over de lange
populierenlanen liep zacht zingend,
denkend aan de avond haar witte
plaveisel waar ik gestorven ben. –

als ik je weerzie ben je toch een ander
ik ken je je blijft niet lang bij iemand
in steeds andere spiegels behaagt het je
steeds andere mensen te zien steeds jezelf.

nu heb ik je niet langer
weet je het je bent dood
ik heb je gevonden hijgend
over de daken van Metropolis

 

Voor jou

1
voor jou
als ik je ooit zal tegenkomen
of als ik nooit in je hart
zal wachten op een brand van kussen

voor jou

ik zal de ring van trouw bewaken
ik zal de zon openhouden
ik zal de nacht strelen

voor jou zal ik de waardigheid
van de mens op aarde zichtbaar maken
en mijn bed zal wit zijn
voor jou zal ik wachten.

 

Hans Lodeizen (20 juli 1924 – 26 juli 1950)

 

De Duitse schrijver Uwe Johnson werd geboren op 20 juli 1934 in Cammin (tegenwoordig Kamień Pomorski, Polen). Zie ook alle tags voor Uwe Johnson op dit blog.

 

Uit: Mutmaßungen über Jakob

 

Deswegen waren sie ja so aufgeregt. Wenn sie auch gleich wieder Worte gefunden haben von tragischem Unglücksfall und Verdienste beim Aufbau des Sozialismus und ehrendes Andenken bewahren: der sich das aus den Fingern gesogen hat weiss es gewiss besser, wär schon einer. Frag doch mal auf diesem ganzen verdammten Bahnhof ob einer jetzt noch im November Ausreiseerlaubnis nach Westdeutschland gekriegt hat, und Jakob ist am selben Morgen erst mit einem Interzonenzug zurückgekommen. Denk dir mal bei wem er war.
– Cresspahl, wenn du den kennst. Der hat eine Tochter. Mein Vater war achtundsechzig Jahre alt in diesem Herbst und lebte allein in dem Wind, der grau und rauh vom Meer ins Land einfiel hinweg über ihn und sein Haus Heinrich Cresspahl war ein mächtiger breiter Mann von schweren langsamen Bewegungen, sein Kopf war ein verwitterter alter Turm unter kurzen grauen scheitellosen Haaren. Seine Frau war tot seit achtzehn Jahren, er entbehrte seine Tochter. In seiner Werkstatt stand wenig Arbeit an den Wänden, er hatte das Schild seines Handwerks schon lange von der Haustür genommen. Gelegentlich für das Landesmuseum besserte er kostbare Möbel aus und für Leute die sich seinen Namen weitersagten. Er ging viel über Land in Manchesterzeug und langen Stiefeln, da suchte er nach alten Truhen und Bauernschränken. Manchmal hielten Pferdefuhrwerke vor seinem Haus mit Stücken, die ihm hineingetragen wurden; später kamen Autos aus den grossen Städten und fuhren das sattbraune kunstreich gefügte Holz mit den stumpf glänzenden Zierbeschlägen davon in die Fremde. So erhielt er sein Leben. Steuererklärung in Ordnung, Bankkonto bescheiden passend zu den Ausgaben in einer abgelegenen kleinen Stadt, kein Verdacht auf ungesetzliche Einkünfte.“

 

 

 

Uwe Johnson (20 juli 1934 – 24 februari 1984)

Beeld door Wieland Förster in Güstrow

 

 

 

De Nederlandse schrijver, journalist, commentator, essayist en columnist Henk Hofland werd geboren in Rotterdam op 20 juli 1927. Zie ook alle tags voor Henk Hofland op dit blog.

 

Uit: Van zazou tot provo

 

“Wie spreekt er nu nog over zazous? Ze zijn totaal vergeten, maar toch hebben ze jarenlang voor grote verontrusting onder de pedagogen gezorgd. Het best zijn ze beschreven door Malaparte in De huid:

‘Zazous waren excentrieke jongelieden tussen de zeventien en de twintig, opvallend gekleed, met golfschoenen, nauwe tot het scheenbeen reikende broekspijpen, een overmatig lang jasje en een overhemd met een hoog nauw boord. Ze droegen hun haar lang, tot in hun nek en het geheel deed herinneren aan Marie Antoinette. De zazous verschenen voor het eerst in 1940 hier en daar in Parijs in de buurt van de Place Victor Hugo. In een bar aan dit plein hadden ze hun hoofdkwartier. Vervolgens werden ze in dichte drommen waargenomen aan de Rive Gauche en in de bars in de buurt van St. Germain des Prés. Maar de voorkeur bleken ze toch te geven aan Muette en de Champs Elysées.

Over het algemeen kwamen ze uit welgestelde burgermilieus en op het eerste gezicht lieten de zorgen die de meeste Fransen somber stemden, hen koud. Ze toonden geen buitengewone belangstelling voor kunst of litteratuur of sport en vooral niet voor de politiek, als men tenminste de smerigheid uit die tijd politiek wil noemen. Voor alles wat onder de term flirt wordt samengevat, waren ze onverschillig, hoewel ze in gezelschap waren, of liever, meisjes in hun gevolg hadden die op soortgelijke excentrieke manier gekleed waren – in een lange blouse en een rok die tot even boven de knieën reikte. In openbare gelegenheden spraken ze nooit luid, maar steeds met gedempte stem, bijna fluisterend, en hun gesprekken gingen altijd over de film, minder over de sterren dan over de regisseurs en de films op zichzelf. Hun middagen brachten ze door in de bioscoop, en in de donkere zalen hoorde men hun zacht gefluister en de korte keelgeluiden waarmee ze elkaar aanriepen.”

 

 

Henk Hofland (Rotterdam, 20 juli 1927)

 

 

 

De Iraanse dichteres en schrijfster Simin Behbahāni werd geboren in Teheran op 20 juli 1927. Zie ook alle tags voor Simin Behbahāni op dit blog.

 

 

Ancient Eve

 

Love at Eighty?

Admit it: it’s bizarre.

Ancient Eve is, once again

offering apples:

red lips and golden tresses.

Beautiful,

but not divine.

If my face has color

it’s just makeup, a deceit.

But in my chest a heart

beats its wings wild with desire,

every seventy of its heartbeats

multiplied by two.

Love and shame and my body

warm with lust. I burn

with fever, a fever

past any physician’s cure.

But at my side is bliss,

my lover

kind and faithful

and as long as he is here

I dwell in heaven.

I can’t breathe a word;

my mouth’s sealed

shut with your kisses,

their tongues of flame.

Oh, my thirsty lover!

Look at my happy fortune:

You, I, us tonight.

with a wine so delightful

where’s the room for restraint?

Adam! Come see the spectacle.

Leave behind your denial and conceits

and watch as the Eve of eighty

rivals the twenty-year-old she.

 

 

Vertaald door Aria Fani en Adeeba Talukder

 

 

 

Simin Behbahāni (Teheran, 20 juli 1927)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e juli ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.