Hans Lodeizen, Uwe Johnson, Henk Hofland, Simin Behbahāni

De Nederlandse dichter Hans Lodeizen werd geboren op 20 juli 1924 in Naarden. Zie ook mijn blog van 20 juli 2010 en eveneens alle tags voor Hans Lodeizen op dit blog.

 

 

ANGST

Een spin holt in de lente
angst is de veer van het horloge
het is bijna tijd.

Dan, dan: o kinderen
van de overspelige moeder,
je gescheiden papa
leeft in het huis naar links.
maak je nagels schoon
de omroeper zegt:
het is lente.

angst voor wat?
De wolken zijn een gerafelde sok
van God.

o lentegeuren!

 

 

 

Weeekend in Metropolis

Zo dikwijls als ik over de lange
populierenlanen liep zacht zingend,
denkend aan de avond haar witte
plaveisel waar ik gestorven ben. –

als ik je weerzie ben je toch een ander
ik ken je je blijft niet lang bij iemand
in steeds andere spiegels behaagt het je
steeds andere mensen te zien steeds jezelf.

nu heb ik je niet langer
weet je het je bent dood
ik heb je gevonden hijgend
over de daken van Metropolis

 

Voor jou

1
voor jou
als ik je ooit zal tegenkomen
of als ik nooit in je hart
zal wachten op een brand van kussen

voor jou

ik zal de ring van trouw bewaken
ik zal de zon openhouden
ik zal de nacht strelen

voor jou zal ik de waardigheid
van de mens op aarde zichtbaar maken
en mijn bed zal wit zijn
voor jou zal ik wachten.

 

Hans Lodeizen (20 juli 1924 – 26 juli 1950)

Doorgaan met het lezen van “Hans Lodeizen, Uwe Johnson, Henk Hofland, Simin Behbahāni”

Francesco Petrarca, Maurice Gilliams, Erik Axel Karlfeldt, Cormac McCarthy

De Italiaanse dichter en schrijver Francesco Petrarca werd geboren in Arezzo op 20 juli 1304. Zie ook alle tags voor Francesco Petrarca op dit blog.

 

 

Erhabne Flamme, mehr als schöne, schön

 

Erhabne Flamme, mehr als schöne, schön,
zu der der Himmel neigte so unstreitig,
daß er beschloß, sie, ach für mich zu zeitig,
zu dem ihr gleichen Sterne zu erhöhn.

 

Jetzt erst erwach ich und gewahr, wie sie
zu meinem Besten jenen Wünschen wehrte,
da sie der Glut, die Jugend noch vermehrte,
ihr Antlitz süß zugleich und trügend lieh.

 

Ihr dank ich, ihrem Rat und Augenmerk;
wie machte sie mit sanftestem Verachten
in meinem Brand das eigne Heil mir dringend.

 

Durch Künste, welche würdge Früchte brachten,
war Zunge hier und Braue dort am Werk,
ich Ruhm auf sie, sie in mich Tugend bringend.

 

 

Vertaald door Rainer Maria Rilke

 

 

Am Tag’, als rings die Strahlen sich der Sonnen

 

Am Tag’, als rings die Strahlen sich der Sonnen,

Dem Schöpfer trauernd, trübten in den Höhen,

Ward ich umgarnt, und eh’ ich mich’s versehen,

Hielt euer Auge, Donna, mich umsponnen;

 

Und weil ich nicht in solcher Zeit gesonnen,

Den Kampf mit Amors Pfeilen zu bestehen,

Ging arglos ich; so haben meine Wehen

Im allgemeinen Trauern bald begonnen.

 

Es fand mich Amor gänzlich sonder Wehre,

Den Weg zum Herzen durch die Augen offen,

Durch deren Pforten Thränen viel gezogen;

 

Drum bringt es ihm auch, dünkt mich, wenig Ehre,

Daß er mich Nackten mit dem Pfeil getroffen,

Euch, der Bewehrten, kaum gezeigt den Bogen.

 

 

Vertaald door Carl Förster

 

 

 

Francesco Petrarca (20 juli 1304 – 19 juli 1374)

Casa di Francesco Petrarca, Laura en de Dichter

Doorgaan met het lezen van “Francesco Petrarca, Maurice Gilliams, Erik Axel Karlfeldt, Cormac McCarthy”

Pavel Kohout, Lotte Ingrisch, Elfriede Kern, Thomas Berger, Thomas Lovell Beddoes

De Tsjechische schrijver Pavel Kohout werd geboren op 20 juli 1928 in Praag in wat toen nog Tsjecho-Slowakije werd genoemd. Zie ook alle tags voor Pavel Kohoutop dit blog.

Uit: The Widow Killer (Vertaald door Neil Bernel)

“Thunder, mused Chief Inspector Buback, in February? It was over before he knew it. A large aerial bomb, he realized, and it had fallen uncomfortably close by.

    The building of the Prague Gestapo, where Buback worked as liaison officer for the Reich’s criminal police office, swayed wildly for what seemed like an eternity, but did not collapse. The proverbial quiet followed the storm; time stopped. Eventually sirens began to wail, and the officers and secretaries trooped down to the shelter.

    He stared, motionless, at the two faces on his desk.

    Buback disliked the shelter, in the basement of the old Petschke Bank. Some of its safes had been converted into cells; he’d heard a good interrogation there helped political prisoners remember all sorts of forgotten details. So he stayed upstairs, thunderstruck: the blast and the shaking had brought Hilde and Heidi back to life.

    Their framed picture had traveled with him throughout the war. The offices changed, as did the cities and countries, but everywhere they had smiled radiantly at him, older and younger versions of a quiet, soothing loveliness. He conducted meetings and interrogations as they gazed at him from that final peacetime summer on the Isle of Sylt; for the most part he barely noticed them. But not an hour went by without Buback remembering in a flash of joy that they were alive.

    They had been on his desk last year in Antwerp as men in other departments prepared for the retreat by burning documents in the courtyard. He had sneezed as the pungent smoke tickled his nose, and for a moment he did not understand the voice on the telephone telling him that both of them were dead. The smiles in the picture still glowed inside him; they flatly contradicted what he heard. Then the official from Berlin headquarters read him the police report.”

Pavel Kohout (Praag, 20 juli 1928)
Doorgaan met het lezen van “Pavel Kohout, Lotte Ingrisch, Elfriede Kern, Thomas Berger, Thomas Lovell Beddoes”