Peter Winnen, Reinaldo Arenas, Tony Kushner, Georges Rodenbach, Anita Brookner, Jörg Fauser

Bij de Tour de France

 

 

 

Jan Ullrich en Udo Bölts, Tour de France, 1997

 


Uit: Het snot voor ogen

 

“De drie waarheden, we kunnen gerust spreken van een heilige drievuldigheid, werden al in de beginjaren van de Tour de France neergelegd in een code die even schaamteloos als oprecht is: De basis (de god) van de Tour is de commercie. Het woord, het journalistieke woord, dient om de waarheid van een gloed te voorzien. De wielrenner, de slaaf van het avontuur, de zoon van het volk, de dwaas, de onwetende, de dwangarbeider van de weg, de verlorene, verkrijgt opeens maatschappelijk nut door het hogere doel van de commercie te dienen. Ook hij is gered.

De eerste Tour was een complot. Bijna zouden we spreken van de perfecte misdaad. In elk geval was voor de krant L’Auto de onderneming voor herhaling vatbaar.

Ik mag graag lezen uit de verslaggeving van de prehistorie van de Tour. Renners die weggevaagd worden door modderstromen in de bergen, renners die te lang in herbergen achterblijven en een syfilis oplopen, renners die worden neergeknuppeld door een boer omdat ze een paar pruimen hebben geplukt, renners die vergiftigd worden door supporters van de concurrenten, renners die in plaats van te fietsen de trein nemen, renners die onderweg als oppeppertje een cocktail nemen bestaande uit heroïne, cocaïne, en rattenvergif, en dat overleven. Ik zal niet tornen aan het waarheidsgehalte. Al was het maar uit de romantische verzuchting: mijn god, ik ben te laat geboren!

Het concept van de seculiere drievuldigheid is een bijzonder levensvatbaar concept gebleken. Tot ver in de jaren zeventig van de vorige eeuw bleef de wielrenner een maatschappelijk nuttige paria, die mits hij goed zijn best deed, toch een paar knaken kon verdienen aan heldenmoed betoond op de Franse wegen. En als hij heel erg goed zijn best deed dan werd hij: iemand.”

 

 

 

Peter Winnen (Ysselsteyn, 5 september 1957)

Cover 

Doorgaan met het lezen van “Peter Winnen, Reinaldo Arenas, Tony Kushner, Georges Rodenbach, Anita Brookner, Jörg Fauser”