Maria van Daalen, Walter Hasenclever, Richard Aldington, Jean Ray, Julius Mosen, Jean de La Fontaine

De Nederlandse dichteres Maria van Daalen werd geboren op 8 juli 1950 in Voorburg. Zie ook alle tags voor Maria van Daalen op dit blog.

 

 

Lucifer

 

Schroevend als een buizerd naar grote hoogte

daal ik af in het denkend licht.

 

Wat is niets zien anders dan kreng

en nergens steun voor de glijvlucht

 

opent de dood. Aaseter

 

die zich haakt in de vacht, klauwend

rolt om en om in het stof.

 

 

Beeldend

 

Geblinddoekt stap ik uit de rots

die mijn vernietiging bevat. Breekbaar

linnen dat mij standhoudt,

 

het zijn mijn handen die hij schetst,

het is mijn mond die in zijn naam

verandert, tot een zwaluw

 

de zeeëngte kan oversteken. Duizeling-

wekkend herken ik mijzelf

in de stilte die mijn stap besluit.

 

Aan de rand brengen is beginnen

door te breken: de dag als een

opening scheert langs mij heen, leidt mij in.

 

 

 

In nova fert animus

 

Zijn ogen ontmoeten zijn ogen.

Achter mij staat hij. Peinzend

streelt het lemmet de oorschelp.

Mijn polsslag drupt in zijn hand.

 

Alleen in de spiegel is uitzicht

waarin ik opspring. Voorover

 

valt alles in zijn mes

naar een bestaan zonder schaduw.

 

 

Maria van Daalen (Voorburg, 8 juli 1950)

 

De expressionistische Duitse schrijver en dichter Walter Hasenclever werd op 8 juli 1890 in Aken geboren. Zie ook alle tags voor Walter Hasenclever op dit blog.

 

 

Wenn manchmal in den wünschetollen Nächten

Wenn manchmal in den wünschetollen Nächten
Mein Blut mich quält, weil Du es zu Dir riefst,
Dann greife ich in Deines Haares Flechten,
Und küsse sacht die Stelle, wo Du schliefst.

Und höre, wie Du träumst, und werde selig,
Und weiß: Du bist wie ich. Und ich wie Du.
– – – – – – – – – – – –  und mählich
Singt sich mein Herz zur Ruh.

 

 

Den Jammer einer leeren Zeit

Den Jammer einer leeren Zeit
Streich mir aus meinem Haar,
Und etwas Güte und Frömmigkeit
Küsse mir in mein Haar,

Und etwas weiche, milde Nacht
Gib mir in Deinem Schoß,
Dann regnet, was so traurig macht,
Leise von uns los.

 

 

Frauen

IV

Du bist gewohnt die Welt als Spiel zu sehn.
Du schöne Frau – Du kommst aus fernen Ländern,
Die ich nur ahne; Deine Glieder gehn
Im leisen Duft von seidenen Gewändern.

Wer bist Du denn? Dein Haar ist fein und lose
Und so verschlungen wie ein Mädchenhaar,
Und manchmal neigst Du Dich wie eine Rose,
Die leuchtend und voll Sommerabend war.

Und was Du rührst wird tönend und voll Leben.
Bist Du ein Traum, ein Märchen, ein Gedicht?
Du schöne Frau – Dir ist ein Glanz gegeben
Oder ein Rausch – ich weiß es nicht.

 

Walter Hasenclever (8 juli 1890 – 21 juni 1940) 

 


De Engelse schrijver en dichter
Richard Aldington werd geboren op 8 juli 1892 in Portsmouth. Zie ook alle tags voor Richard Aldington op dit blog.

 

 

The Faun Sees Snow for the First Time

Zeus,
Brazen-thunder-hurler,
Cloud-whirler, son-of-Kronos,
Send vengeance on these Oreads
Who strew
White frozen flecks of mist and cloud
Over the brown trees and the tufted grass
Of the meadows, where the stream
Runs black through shining banks
Of bluish white.

Zeus,
Are the halls of heaven broken up
That you flake down upon me
Feather-strips of marble?

Dis and Styx!
When I stamp my hoof
The frozen-cloud-specks jam into the cleft
So that I reel upon two slippery points …

Fool, to stand here cursing
When I might be running!

 

 

Richard Aldington (8 juli 1892 – 27 juli 1962)

 

 

 

De Frans- en Nederlandstalige Belgische schrijver Jean Ray (bekendste pseudoniem van Raymond de Kremer) werd geboren op 8 juli 1887 in Gent. Zie ook alle tags voor Jean Ray op dit blog.

 

Uit: La choucroute

 

Je me trouvais seul sur le quai. Il faisait nuit. J’entendais au loin le hululement sinistre d’une chouette. Un vent léger me faisait frissonner et faisait tournoyer quelques feuilles mortes sur le quai. Soudain, je sentis une odeur étrange. Je ressentis comme une présence derrière moi. Je me retournais brutalement et me trouvais face à face avec un homme. J’étais surpris de ne pas l’avoir entendu arriver. Il était d’une telle maigreur qu’il semblait n’avoir que la peau sur les os. J’avais l’étrange impression de pouvoir voir à travers son corps. Il était très pâle et donnait l’impression de flotter au dessus du sol. Il portait des habits troués. Reprenant courage je lui dis : « Bonsoir, comment vous appelez-vous ?
Je m’appelle Edward et vous ?
Moi, c’est Vincent !
Que faîtes-vous ici ? Où allez-vous ?
Eh bien… connaissez-vous un endroit pour dormir ?
Je vous conseille de quitter rapidement cette ville car vous y êtes en grand danger.
Pourquoi ? » Comme il ne me répondais pas, je me dirigeais vers le quai pour attendre le prochain train. « Ca ne sert à rien d’attendre. Aucun train n’est passé ici depuis la nuit de l’accident.
Quel accident ? N’ayant pas de réponse, je me retournais et m’aperçus avec stupeur que l’homme avait disparu !
L’odeur étrange aussi d’ailleurs. Pris de panique, je décidais aussitôt de quitter les lieux. N’ayant aucun repère, perdu au milieu de la forêt, je longeais les rails et marchais longtemps espérant voir apparaître un train. Il y en avait bien un qui m’avait déposé !”

 

 

 

Jean Ray (8 juli 1887 – 17 september 1964)

 

 


De Duitse dichter en schrijver
Julius Mosen (eig. Julius Moses) werd geboren op 8 juli 1803 in Marieney in het Vogtland. Zie ook alle tags voor Julius Mosen op dit blog.

 

 

The Legend Of The Crossbill (From The German Of Julius Mosen)

On the cross the dying Saviour
Heavenward lifts his eyelids calm,
Feels, but scarcely feels, a trembling
In his pierced and bleeding palm.

And by all the world forsaken,
Sees he how with zealous care
At the ruthless nail of iron
A little bird is striving there.

Stained with blood and never tiring,
With its beak it doth not cease,
From the cross ’t would free the Saviour,
Its Creator’s Son release.

And the Saviour speaks in mildness:
‘Blest be thou of all the good!
Bear, as token of this moment,
Marks of blood and holy rood!’

And that bird is called the crossbill;
Covered all with blood so clear,
In the groves of pine it singeth
Songs, like legends, strange to hear.

Vertaald door Henry Wadsworth Longfellow

 

Julius Mosen (8 juli 1803 – 10 oktober 1867)

Anoniem portret, rond 1830

 

 


De Franse dichter en schrijver
Jean de La Fontainewerd op 8 juli 1621 geboren in Château-Thierry in Champagne. Zie ook alle tags voor Jean de La Fontaine op dit blog.

 

De kikker die even groot als een os wilde zijn

Een os stond in de wei te dromen bij een beek
En zag hoe daar vlakbij een kikker hem bekeek.
Hij was zichtbaar jaloers, niet groter dan een ei,
Maar kwaakte kwaad:
“Kijk, kijk! ‘k Word net zo groot als jij!”
De os sloeg met zijn staart en stond zich te verbazen.
De kikker rekte zich, begon zich op te blazen.
Hij blies en blies, hield zich even in
En vroeg: “Is dit geen goed begin?
Ben ik op weinig tijd niet reuze aangekomen?”
De os zei: “Boe!” En bleef maar voor zich uit staan dromen.

De kikker wond zich op, begon met nieuwe moed
Hij voelde alles spannen. “Is het nu nog niet goed?”
“Boe!” deed de os bedroefd. “Het lijkt er echt niet op.
Niet groter dan een pad, maar met een dikke kop!”
Nu werd de kikker woest, hij duwde, blies en balde
Zijn spieren plots zo hard dat hij aan flarden knalde

De wereld barst van waan en nijd
Om wie de snelste auto rijdt
Het grootste huis. De verste reis.
Ach, is dat allemaal wel wijs.

 

 

Jean de La Fontaine (8 juli 1621 – 13 april 1695)

  

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e juli ook mijn blog van 8 juli 2011 deel 2.