Ernesto Sabato, Yves Bonnefoy, Scott Oden, Kurt Kusenberg, Matthijs Kleyn, Madelon Székely-Lulofs

De Argentijnse schrijver Ernesto Sabato werd op 24 juni 1911 geboren in Rojas, een dorp in de provincie Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Ernesto Sabato op dit blog.

Uit: The Tunnel  (Vertaald door Margaret Sayers Peden)

There was only one tunnel, dark and solitary: mine, the tunnel where my childhood, my youth, my whole life had passed. And in one of those clear fragments of the stone wall I had seen this girl and I had naively thought that she was coming through another tunnel parallel to mine, when in reality she belonged to the wide world, the limitless world of those who do not live in tunnels.”

(…)

“More than any other, however, I detest groups of painters. Partly, of course, because painting is what I know best, and we all know that we have a greater reason to detest the things we know well. But I have still another reason: THE CRITICS. They are a plague I have never understood. If I were a great surgeon, and some fellow who had never held a scalpel in his hand, who was not a doctor, and who had never so much as put a splint on a cat’s paw, tried to point out where I had gone wrong with my operation, what would people think? It is the same with painting.”

(…)

“My dear, I have never been able to finish a Russian novel. They are so tiresome. I think there are thousands of characters, and in the end it turns out there are only four of five. Isn’t it maddening just when you begin to recognize a man called Alexandre, he’s called Sacha, and then Satchka, and later Sachenka, and suddenly something pretentious like Alexandre Alexandrovitch Bunine, and later simply Alexandre Alexandrovitch. The minute you get your bearings, they throw you off the track again. There’s no end to it; each character is a whole family in himself.”

Ernesto Sabato (24 juni 1911 – 30 april 2011)

 

De Franse dichter, schrijver en vertaler Yves Bonnefoy werd in Tours geboren op 24 juni 1923. Zie ook alle tags voor Yves Bonnefoy op dit blog.

Uit: Les Planches courbes

Partout en nous rien que l’humble mensonge
Des mots qui offrent plus que ce qui est
Ou disent autre chose que ce qui est.

Odeurs, couleurs, saveurs,
Le même songe,
Colombes dans l’ailleurs
Du roucoulement.

Que ce monde demeure
Comme cesse le temps
Quand on lave la plaie
De l’enfant qui pleure.

L’un à l’autre ce qu’est
La couleur à l’ombre,
L’or du fruit mûr à l’or
De la feuille sèche.

Yves Bonnefoy (Tours, 24 juni 1923)

 


De Amerikaanse schrijver
Scott Oden werd geboren op 24 juni 1967 in Columbus, Indiana. Zie ook alle tags voor Scott Oden op dit blog.

Uit: The Lion of Cairo

“Muscles knotted in Baber Khan’s bull neck as he twisted his head and spat. He wielded a salawar—the sword-knife of the Afghan tribesmen—two feet of shadow-patterned Damascus steel, older than Islam, with a single- edged blade that tapered to a diamond point and a hilt braided with leather and silver wire. A leering face carved of yellowed ivory glared from the pommel. “Your master? Your master is a coward who sits atop his rock and plays at empire! Bah! Think you I do not know who you are, dog of Alamut? You may have killed a score of my Afridis, but I have killed a thousand of your brothers, a thousand of your so-called Faithful!” Baber Khan raised his salawar, eyes blazing. “Come closer, my little Assassin! Come closer, and let me make it a thousand and one!”

The Assassin’s temper flared; with a guttural curse, he leaped for Baber Khan, his saber whistling in a vicious arc that should have struck the Afridi chieftain’s head from his shoulders . . . had he not been expecting it. Baber Khan ducked and twisted, his teeth bared in a death’s-head grin as he lashed out at the overextended Assassin.

It was sheer reflex which saved the younger man’s life. He glimpsed the descending salawar, watered steel burnished by pale winter light; he wrenched his body to the right and awkwardly threw his saber into the path of Baber Khan’s blade. Steel met steel with a resounding clash as the salawar—fragile though it seemed— shattered the Assassin’s saber near the hilt. The young killer screamed as the tip of the Afghan blade bit into his brow and sliced down his left cheek, missing the eye by a hairsbreadth.”

Scott Oden (Columbus, 24 juni 1967)

 

De Duitse schrijver en criticus Kurt Kusenberg werd geboren op 24 juni 1904 in Göteborg. Zie ook alle tags voor Kurt Kusenberg op dit blog.

Uit: Schnell gelebt

„Schon als Kind erregte er Verwunderung. Er wuchs wie aus der Pistole geschossen und gab das Wachsen ebenso plötzlich wieder auf. Beim Sprechen verhaspelte er sich, weil die Gedanken den Worten entliefen; er war blitzschnell in seinen Bewegungen und wurde oft gleichzeitig an verschiedenen Orten gesehen. Alljährlich übersprang er eine Schulklasse; am liebsten hätte er sämtliche Klassen übersprungen.

Aus der Schule entlassen, nahm er eine Stellung als Laufbursche an. Er war der einzige Laufbursche, der je gelaufen ist. Von seinen Botengängen kehrte er so rasch wieder zurück, dass man nicht annehmen konnte, er habe sie wirklich ausgeführt, und ihn deshalb entliess. Er warf sich auf die Kurzschrift und schrieb bald fünfhundert Silben in der Minute. Trotzdem mochte kein Büro ihn behalten; denn er datierte die Post um Wochen vor und gähnte gelangweilt, wenn seine Vorgesetzten zu langsam diktierten.

Nach kurzem Suchen, das ihn endlos dünkte, stellte man ihn als Omnibusfahrer ein. Mit Schaudern dachte er später an diese Tätigkeit zurück, die darin bestand, einen fahrenden Wagen fortwährend anzuhalten. Vor ihm winkten Strassenfluchten, die zu durcheilen genussvoll gewesen wäre. An den Haltestellen aber winkten Leute, die einsteigen wollten, und ihnen musste er folgen.“

Kurt Kusenberg (24 juni 1904 – 3 oktober 1983)

 

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Matthijs Leonard Kleyn werd geboren in Leiden op 24 juni 1979. Zie ook alle tags voor Matthijs Kleyn op dit blog.

Uit: Ik wil mijn hart volgen (Interview in Trouw. November 2011)

“Stelling: ik ga wel eens naar een plek om daar stil te staan bij mijn leven en alles wat ik doe

“Nee, ik kies dat soort momenten niet bewust. Soms maak je onverwacht dingen mee die je duidelijk maken wat je wilt. Afgelopen weekeinde had ik dat. Ik bezocht in Hamburg het Beatles-museum. Er hing een handschrift van John Lennon waarop stond wat hij wilde bereiken toen hij jong was, in zijn geval roem en rijkdom. Hij werkte daar keihard voor en gaf niet op. Maar toen hij eenmaal had wat hij wilde, merkte hij dat het niet alles was, en koos hij voor liefde en wereldvrede. Je moet je plannen altijd blijven bijstellen. John Lennon is een beetje mijn vaderfiguur. Ik spiegel me vaak aan hem. Hij heeft meer nagelaten dan mijn vader in de vorm van brieven en teksten, terwijl mijn vader journalist was, bij Trouw.”

Matthijs Kleyn (Leiden, 24 juni 1979)

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Magdalena Hermina Székely-Lulofs werd geboren in Soerabaja op 24 juni 1899. Zie ook alle tags voor Madelon Székely-Lulofs op dit blog.

Uit: Koelie

“Tusschen tai-ajam, die naast de grafjes was opgeschoten, stond een kerkhofboom, schraal en moeilijk gegroeid: een dunne stam, donkere glimmende blâren en een enkele, bleek-gele, magnolia-gelijkende bloem, stervend als het stervend kerkhofje. Even daar voorbij stond een stuk bamboeheg. Daar worstelden zich dit den verschraalden grond een paar pisangpalmen en twee pepajaboomen omhoog, té verbasterd al om nog vrucht te kunnen dragen: een armelijk en verdoemd leven. Op deze plek had vroeger een kampong gestaan, maar de bewoners waren verder getrokken; toen de uitgemergelde bodem weigerde het zaad te laten kiemen. Ze hadden toen dat alles zoo gelaten. In den regen waren de huizen verrot en verdwenen en de weelderige, maar al het zwakkere verstikkende, plantengroei had de tuintjes overwoekerd. Nu was er niet meer dan dat stuk heg, die paar vruchtboomen en het kerkhofje, dat alleen nog wachtte op het vergaan van de plankjes en de resten pajong om weer geheel gelijk te zijn aan het overige landschap; een droevig zieltogend overblijfsel van menschenbestaan, dat beschermingzoekend teruggleed in den liefdevollen schoot van deze aarde, die hier nog de sterkere, de uit God geborene, de ongeknechte oermoeder was.

Tusschen den vulkaan en de vlakte kronkelde in een diepe geul, en door sierlijk wuivende bamboestruiken verhuld, de rivier. En boven dit alles was de geweldige, in zonnegloed schroeiende hemel.

Over het grasland dwaalden kudden karbouwen. Logge, voorwereldlijk lijkende beesten, die hun grauwe, trage, bemodderde lijven langzaam voortbewogen en den machtig gehoornden kop alleen maar hieven om droomerig te staren naar het verre blauw van den vulkaan of over de wijde vlakte, die gloeide in den zengenden zonneschijn.”

Madelon Székely-Lulofs (24 juni 1899 – 22 mei 1958)

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 24e juni ook
mijn blog van 24 juni 2011 deel 2.