Ed Leeflang, Thomas Blondeau, Anne Carson, Adam Zagajewski, Ian McEwan, Alon Hilu

De Nederlandse dichter Ed Leeflang werd geboren op 21 juni 1929 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Ed Leeflang op dit blog.

Hij is prins

Hij is prins, hij wil geen onderdanen,
want zij zullen allen in elk geval prinsen zijn:
prins verkoper, prins bloemist,
prins huisvrouw en prins dode.

Zijn wenkbrouw spreekt,
zijn ogen vragen en op
zijn tafel staan de staatsgeheimen
van de dagen.

Kwetsbare prinsen onder elkaar
– met moeders als een tv-serie
zo benauwend vasthoudend –
iedereen wordt een wezen.

Er is geen vrouwlijkheid in deze klas,
er is slechts hoffelijkheid en hoogheid
en hevigheid van schrijven en van lezen.
Wie ’s morgens binnenkomt is
een vereerde gast.

 

 

Botlopen

We zetten zwinnen in de zandplaat af
met warnetten en joegen stapvoets bot
en schol op, vingen emmers vol.

De kotter op de drooggevallen vlakte
hing scheef, de eerste stilte scheen
te dalen uit de zon, een oever was
er niet.

Uit water waren wij getild, samen
met gesloten schelpen, om tenminste
één keer haast te weten hoe het is: te
zijn gestrand en toch te overleven.

Twee of drie uur zou de eb ons hier
nog dulden. Dan niet meer.
Genoeg om te onthouden dat wij het
onbetwiste midden waren van de ruimte,
die wij opgelucht en nietsontziend
bevisten.

 

 

Duinen

Zoals altijd is er een dierenspoor.
Er staan gewone brem, slangenkruid,
ossetong en koekoeksbloemen. Sommige
konijnen begonnen een hol, maar
groeven niet door.

In de spaarbekkens hangt het water;
je zou er munten in kunnen gooien
als in het bassin van een fontein.

Bast is van jonge bomen afgeknaagd.
Zie toch hoe de dag werkelijk wentelt
en er van alles uit de tijd valt, ritselend,
hoe schelpen gaan, knerpend, hoe niemand
meer opraapt, hoe niemand meer ergens
naar vraagt, hoe de wind heengaat:
zonder geest te zijn wat hij afrukt
verwerpend.

 

 

Ed Leeflang (21 juni 1929 – 17 maart 2008)

 

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Thomas Blondeau werd geboren in Poperinge op 21 juni 1978. Zie ook Zie ook alle tags voor Thomas Blondeau op dit blog.

 

Uit: De Barmhartigheid

 

“Hij lag op bed en om zijn angst te beheersen, dacht hij aan een beeld van vroeger. Als kind geloofde hij dat de nacht zich onder het bed verzamelde. Als mensen moe waren, gingen ze op de matras liggen en door hun gewicht vloeide het duister de kamer in. Bedden als sponzen vol met inkt. De mensen waren zwaar van alle gedachten die ze die dag hadden gehad. Dromen persten die gedachten uit, maalden ze fijn en lieten ze wegwaaien. Zo werden de mensen licht en konden de bedden zich weer vol zuigen met nacht. Het licht toonde zich en de mensen konden weer gaan nadenken. Als je overdag onder je bed keek, zag je daar het zwart schuilen. Het was beter om niet onder het bed te kijken.

Maar de herinnering hielp niet. Hij sloeg een kruisteken. En nog één en nog één. En nog drie keer en daarna nog eens. Het hielp niet. Hoorde hij zijn naam?

Hij nam zijn paternoster en draaide die drie keer om zijn penis. Schoof de kraaltjes heen en weer. Het vlees draaide zich vast in de schakels tussen de kraaltjes. Het hielp niet. Hij wist dat hij gezondigd had. Niets gaat ongestraft voorbij. Toen het licht zijn kamer inkroop, zag hij dat de paternoster dieprode vlekken naliet.

Door de verhuizing kwam hij aan als nieuweling in het vierde jaar van de middelbare school. Zijn leeftijdsgenoten hadden hun eigen vriendenkring al gevormd en niemand deed toen ook de moeite die stille te benaderen. De enige waarmee hij soms sprak was Laetitia. Een klein rossig ding met springerige krulletjes. Ze hadden kennisgemaakt omdat ze in dezelfde straat woonden en zo soms samen naar huis fietsten. Ze vond hem een rustige verschijning en zag dat als een aangename afwisseling van het imponeergedrag dat jongens van zijn leeftijd vertonen. Het bevreemdde haar dat hij nooit iets over zichzelf vertelde maar misschien waren hun fietstochtjes daarvoor te kort. Deze korte momenten van aandacht zorgden ervoor dat hij verliefd werd op haar. Voed een hongerige en hij zal je vinger aflikken, nietwaar? Toen hij werd overgeplaatst naar een andere school verloren ze contact met elkaar.”

 

 

 

Thomas Blondeau (Poperinge, 21 juni 1978)

 

 

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

 

 

Guillermo’s Sigh Symphony

 

Do you hear sighing.

            Do you wake amid a sigh.

                        Radio sighs AM,

                                    FM.

                                                Shortwave sighs crackle in from the Atlantic.

                        Hot sighs steam in the dawn.

            People kissing stop to sigh then kiss again.

Doctors sigh into wounds and the bloodstream is changed forever.

            Flowers sigh and two noon bees float backwards.

                        Is it doubt.

                                    Is it disappointment.

                                                The world didn’t owe me anything.

                                                            Leaves come sighing in the door.

                                    Bits of girl sigh like men.

                        Forgeries sigh twice.

Balthus sighs and lies about it, claiming it was Byron’s sigh.

            A sigh may come too late.

                        Is it better than screaming.

                                    Give me all your sighs for four or five dollars.

                                                            A sigh is weightless,

                                                yet it may interrupt the broadcast.

                                    Can you abstain.

                        What is that hush that carries itself up each sigh.

            We hunt together the sigh and I,

sport of kings.

                        To want to stop is beyond us.

The more sighs shine the more I’m in trouble—some kind of silvery stuff—

                                                                                    you thought it was the sea?        

 

 

 

Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

 

 

De Poolse dichter en essayist Adam Zagajewski werd geboren op 21 juni 1945 in Lwów, het huidige Lviv. Zie ook alle tags voor Adam Zagajewski op dit blog.

 

 

Probeer de verminkte wereld te bezingen.

 

Probeer de verminkte wereld te bezingen.
Denk weer aan de lange junidagen,
aan de rozijnen, de druppels van de rosé.
Aan de distels die de verlaten erven
van ontheemden stelselmatig overwoekerden.

Je moet de verminkte wereld bezingen.
Je hebt sierlijke zeiljachten en schepen gezien;
een ervan had een lange reis voor de boeg,
een ander wachtte slechts het zoute niets.

Je hebt vluchtelingen gezien die nergens heen gingen,
beulen gehoord die een lied van vreugde zongen.
Je moet de verminkte wereld bezingen.

Denk aan de momenten waarop jullie samen
in de witte kamer waren en de vitrage bewoog.
Keer terug naar dat concert, toen de muziek losbrak.

In de herfst verzamelde je eikels in het park
en de bladeren wervelden boven de littekens
van de aarde. Bezing de verminkte wereld
en het grijze veertje, dat een lijster heeft verloren,
en het zachte licht dat dwaalt en verdwijnt
en steeds terugkomt.

 

 

In mei

 

Toen ik bij dageraad door het woud wandelde,

in mei, vroeg ik me af waar jullie waren,

zielen van de doden. Waar zijn jullie, jonge

vermisten, waar zijn jullie,

de volledig veranderden?

In het bos heerste grote stilte,

en ik hoorde de groene bladeren dromen,

ik hoorde de droom van de schors waaruit boten,

schepen en zeilen zullen ontstaan.

Dan, langzaam, begonnen de vogels te herleven,

distelvinken, lijsters, merels, verborgen

op balkons van takken, elk in een andere taal,

elk met een andere stem, niets vragend,

zonder bitterheid of spijt.

En ik besefte dat jullie zang zijn,

onvatbaar als muziek, onbegrijpelijk

als muzieknoten, ver verwijderd van ons

zoals wij van onszelf.

 

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 

 

Adam Zagajewski (Lwów, 21 juni 1945)

 

 

 

De Britse schrijver Ian McEwan werd op 21 juni 1948 geboren in de Engelse garnizoensplaats Aldershot. Zie ook alle tags voor Ian McEwan op dit blog.

 

Uit: On Chesil Beach

 

“They were young, educated, and both virgins on this, their wedding night, and they lived in a time when a conversation about sexual difficulties was plainly impossible. But it is never easy. They were sitting down to supper in a tiny room on the second floor of a Georgian inn in

Dorset. In the next room, visible through the open door, was a fourposter bed, rather narrow, whose cover was pure white and stretched startlingly smooth, as though by no human hand. Edward did not mention that he had never stayed in a hotel before, whereas Florence, after many trips as a child with her father, was an old hand. Superficially, they were in fine spirits. Their wedding, at St. Mary’s, Oxford, had gone well; the service had been decorous, the reception jolly, the sendoff from school and college friends raucous and uplifting. Her parents had not condescended to his, as they had feared, and his mother had not significantly misbehaved, or completely forgotten the purpose of the occasion. The couple had driven away in a small car belonging to Florence’s mother and arrived in the early evening at their hotel on the coast in weather that was not perfect for mid-June or the circumstances but was entirely adequate: it was not raining, but nor was it quite warm enough, according to Florence, to eat outside on the terrace, as they had hoped. Edward thought that it was, but, polite to a fault, he would not think of contradicting her on such an evening.”

 

 

 

Ian McEwan (Aldershot, 21 juni 1948)

 

 

 

De Israëlische schrijver Alon Hilu werd geboren op 21 juni 1972 in Jaffa. Zie ook alle tags voor Alon Hilu op dit blog.

 

Uit: House of Dajani

 

“It was not long before I procured her agreement, then that of her parents, and we were joined in holy matrimony. My joy knew no bounds. And yet, scarcely a few hours had passed from our time under the wedding canopy when the first hint of Her Ladyship’s true nature became apparent. We were standing in the bridal chamber, our first moments alone as man and wife, when I unbuttoned my waistcoat and placed my top hat on the bureau while Her Ladyship remained immobile in her white wedding gown.

“Come, let man rejoice with his wife,” I said to her.

“Now is not the hour,” said she.

“Do you feel nothing?” I queried.

“I wish to rest awhile,” came her response.

She had scarcely finished speaking when, without waiting for the lantern to be extinguished, she began removing her clothing until every last stitch was gone, and then she walked about in her nakedness, her ivory breasts and soft pink nipples taunting my impatient eyes. Her Ladyship prostrated herself in the bed, turned her back to me and fell asleep at once.

On the morrow I drew near her with words of seduction and love, and yet again she was not of a mind to take part in the intimate relations I had intended. True, she was no longer tired or fatigued; rather, the cause was in the psyche. To hear her tell it she was sunk in the despondency of a new bride faced with an act of contrariness and change, with this shift from the impetuous recklessness of life in the singular to that of the conjugal, to be husbanded by a husbanding husband.

In order to avoid causing her grief or, heaven forfend, the famed melancholy of those who place themselves in the stocks of marriage, I suppressed my desire and left her in peace. Silently I told myself that I would wait to see when Her Ladyship’s loving passion would awaken and she would come to my bed with reddened cheeks and flaming nipples, her body sweet and dripping juicily.

 

 

Alon Hilu (Jaffa, 21 juni 1972)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e juni ook mijn blog van 21 juni 2012 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3..