Maarten Doorman, Xander Michiel Beute, Mirko Bonné, Curzio Malaparte, Charles Webb, Bertha von Suttner, Willy Roggeman

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus en filosoof Maarten Doorman werd geboren op 9 juni 1957 in Medina Sidonia (Spanje). Zie ook alle tags voor Maarten Doorman op dit blog.

 

 

Oudbakken rapvers

 

Ik kan veel
ik kan winkelend publiek laten lopen
ze zelfs laten marcheren – door stompende muziek
in hun buik te programmeren ik kan boodschappen
leggen in hun winkelwagentje dat dakloos na sluitingstijd
op straat is geparkeerd
en ik kan roofvogels uit de stad amuseren
met poezemuizen nagemaakt van spelen verfomfaaid
– gewapende scholieren hun verveling bezweren
met muziek die door iedereen kapot is gedraaid
en wildplassers kan ik ’s nachts op straat doen
protesteren tegen daglichte meneren die de nacht
willen regeren
en ik kan steeds meer zinnen
die niets beweren
gebruiken als pillen om een feestje te versjteren
ik jaag dames en heren in een vloek uit de kleren
om met woorden te maskeren hoe de liefde je verteren
kan – ik kan – ik kan veel

 

 

 

Op op op

 

Op op op, eer de zon inden dauw schijn.

Laet ons alle gedierte te gauw zijn.

P.C. Hooft

 

Door de gordijnen duwt het licht

de helft van je gezicht tevoorschijn en

maakt je in forse streken tot wat je bent:

half wit half zwart geblokt verknipt

een harlekijn, zo afgewend

mompelt je rug nog

de buigzame slaap terug van het gras.

Een ruk aan het gordijn

en een lichtgranaat van dag

doet je meer ledenpop zijn

dan je was, je was.

 

Mijn tong is dodelijk gezwollen.

De wekker stil gaan staan. Nu kan ik

eruit en schreeuwen, de spiegel stukslaan

en gillend het huis van onvoltooide tijd

uithollen. Ik kan

uit deze veelledigheid opstaan.

 

 

 

Maarten Doorman (Medina Sidonia, 9 juni 1957)

Doorgaan met het lezen van “Maarten Doorman, Xander Michiel Beute, Mirko Bonné, Curzio Malaparte, Charles Webb, Bertha von Suttner, Willy Roggeman”

Jurij Brězan, José Antonio Ramos Sucre, Rudolf Borchardt, Akaki Zereteli, John Gillespie Magee jr.

 

De Sorbische schrijver Jurij Brězan werd geboren in Räckelwitz op 9 juni 1916. Zie ook alle tags voor Jurij Brězan op dit blog.

 

Uit: Ohne Paß und Zoll. Aus meinem Schreiberleben

 

„Nach der Gründung der zwei deutschen Staaten wollten -oder sollten – die Schriftsteller  zwischen Elbe und Oder ihren eigenen Verband gründen. Zu diesem Kongreß wurde auch ich, obwohl ich noch keine Zeile in deutscher Sprache veröffentlicht hatte, aus mir unbekanntem  Grund eingeladen. Ich fuhr also hin, fand den richtigen Saal, setzte mich in die leere  viertletzte Reihe, ganz außen und nur auf die halbe Backe, bereit aufzuspringen, sobald  jemand mein durch nichts als die simple Einladung ausgewiesenes Eindringen bemerken und,  sei es auch nur durch einen verweisenden Blick, rügen würde. Das tat niemand, ich setzte  mich ein wenig bequemer hin und versuchte – Zeitungsfotos im Kopf – zu erkennen, wer wohl  wer sei. Ein Präsidium wurde gewählt, sechs oder sieben Leute nahmen auf der Bühne Platz,  ein Ehrenpräsidium wurde beklatscht, obwohl keiner – weder Stalin noch Mao Tse-tung –  erschien, und dann begann Arnold Zweig eine Rede vorzutragen, über Unbewußtes im  Unterbewußten wohl. Hinter mir betrat ein Mann den Saal und blieb am Eingang stehen. Er  schien noch weniger als ich vom Unbewußten zu verstehen, offenbar unsicher sah er sich im  Saal um, wechselte öfter das Standbein, wobei die Dielung knarrte, was ihm sichtlich  unangenehm war. Am selben Tag fand unweit von hier auf der anderen Spreeseite im »Friedrichstadtpalast« ein Kongreß der Landarbeiter statt. Vielleicht hatte der Mann dahin  gewollt, dachte ich, schon sein Äußeres – er trug eine Art blaue Montur – deutete darauf hin.“

 

 

 

Jurij Brězan (9 juni 1916 – 12 maart 2006)

In 1967

Doorgaan met het lezen van “Jurij Brězan, José Antonio Ramos Sucre, Rudolf Borchardt, Akaki Zereteli, John Gillespie Magee jr.”

Anton Roothaert

 

De Nederlands schrijver en jurist Antonius Martinus Henricus (Anton) Roothaert werd geboren in Tilburg op 9 juni 1896. Roothaert bracht zijn jeugd door aan de Bosscheweg en in de Telefoonstraat, waar zijn vader Biljartfabriek Roothaert had. De mobilisatie van 1914 maakte een vroegtijdig einde aan zijn gymnasiumopleiding aan het Sint Odulphuslyceum. Hij werd reserveofficier, later meester in de rechten in Utrecht en vestigde zich uiteindelijk in 1922 als advocaat in Tilburg. Hij was hier tevens leraar handelsrecht aan de RK Leergangen. Na de scheiding van zijn vrouw brak hij in 1930 zijn loopbaan af en vertrok naar Antwerpen. Hier hoefde hij zich ‘minder katholiek’ te gedragen, iets waar hij in Tilburg altijd last van had. Pas in zijn Antwerpse periode ging Roothaert publiceren. In 1933 debuteerde hij met de roman Spionage in het veldleger. Daarna verschenen de detectives Onbekende dader (1933), Chinese handwassing (1934) en Onrust op Raubrakken (1935). Over het Nederlands filmwereldje schreef hij de roman Camera loopt (1936). Sinds 1935 woonde hij in Deurne bij Antwerpen, waar hij zijn bekendste roman Doctor Vlimmen (1936) schreef. Dit boek beleefde vele herdrukken, werd drie keer verfilmd en kreeg diverse vertalingen. Er werden ongeveer een miljoen exemplaren van verkocht, waarmee het tot de meest gelezen boeken in het Nederlandse taalgebied behoorde. Het verhaal is geïnspireerd op het leven van zijn studievriend, de dierenarts Huub Pulles, die Roothaert vaak vergezelde op zijn tochten langs boerderijen in de omgeving van Tilburg. Daarna schreef hij de Die verkeerde weereldt (1939), Vlam in de pan (1943), Villa Cascara (1947), De wenteltrap (1949), Oom Pius (1951), Vlimmen contra Vlimmen (1953), Vlimmens tweede jeugd (1957), Een avondje in Muscadin (1952), Gevaarlijk speelgoed (1954) en Duivelsfortuin (1965). Wellicht is Roothaert wat op de achtergrond geraakt, omdat hij een tijd lang gold als een ‘foute’ auteur. Hub Pulles, de veearts die model heeft gestaan voor Vlimmen, was NSB-lid en is in de Tweede Wereldoorlog door de bezetter tot burgemeester van Eindhoven benoemd. Roothaert zelf is nimmer lid geweest van de NSB. Een feit dat evenmin aan Roothaerts naoorlogse populariteit bijdroeg was dat zijn boek al in 1944 door de nazi’s was verfilmd onder de titel Tierarzt Dr. Vlimmen. Onder dezelfde titel werd in 1956 nogmaals een Duitse verfilming gemaakt onder regie van Arthur Maria Rabenalt. De variété-artiest Bernard Wicki speelde daarin Vlimmen. In 1977 werd het boek in Nederland verfilmd met Peter Faber in de titelrol.

Uit:Doctor Vlimmen

“In de directiewagen heeft Dr. Vlimmen een onbekende buitenlandse sigaar moeten aansteken en nu hij het trapje afdaalt, rolt hij herhaaldelijk en onnodig de gummislangen van zijn phonendoscoop op en af, terwijl hij een beetje onzeker naar zijn Duits tast… De laatste vacantie in de Harz, met Truus en Dop, is weer ruim een jaar geleden en hier in Dombergen heeft hij geen gelegenheid vreemde talen bij te houden.
Druk babbelend volgt hem een der onderdirecteuren van het grote circus. Om de vijf woorden een ‘Herr Doktor’ of zelfs een ‘lieber Herr Doktor’. Vlimmen luistert maar half, kauwt op zijn afscheidszin, die niet bepaald nodig is, want wat hij gaat zeggen heeft hij in de loop van het bezoek al wel driemaal bij stukjes en beetjes voorgeschreven… Maar tegenover zulke cosmopolieten wil hij een beetje los en werelds uitpakken en daarom zal hij zijn therapie nog eens samenvatten in een Duits, dat klinkt als een klok.
De directeur is een vlug kereltje met een pienter, rond gezicht en begeleidt den Herr Doktor in een onafgebroken reeks buigingen naar de auto… Net de Gelaarsde Kat met z’n hoge rug, denkt Vlimmen en ziet met voldoening, dat de nieuwe Chevrolet het wel ‘doet’, zo op een afstandje tussen al dat verweerde en mishandelde circusmaterieel. Dan krijgt hij een kleur, trekt strenge rimpels in zijn voorhoofd en stort zich moedig in de Duitse taal, want hij voelt, dat er niets van terechtkomt, als hij nog langer wacht.
‘Also Herr Direktor, laat u die jonge dame vandaag nog twee liter gewone Hollandse jenever innemen, dan zal ik die andere morgen een spuit geven waarvan ze definitief opkikkert.’ Hij zegt ‘aufmuntern’, twijfelt meteen aan de juistheid van het woord, vooral omdat Herr Direktor begint te lachen, en bloost opnieuw. Haastig en verward stapt hij in. ‘Auf Wiedersehen, Herr Direktor!’
De lange sporen worden klinkend tegen elkaar geslagen. ‘Wird gemacht, Herr Doktor! Auf Wiederschau und besten Dank.’
Onder een diepe zucht van verlichting zwaait Vlimmen de wagen uit het platgereden weiland de straat op… Dat heeft hij er helemaal niet zo slecht afgebracht! Kan tevreden zijn. En God weet dat hij volstrekt niet gauw over zichzelf tevreden is. Of komt het door die Duitse drukte? Onder Duitsers voelt hij zich altijd nogal goed op zijn plaats; hun manieren geven je – soms wel een beetje te duidelijk – te verstaan, dat je werkelijk iets te betekenen hebt als Herr Doktor. Maken een deining rond je heen, dat je jezelf voor iets bizonders zoudt gaan aanzien, als je niet beter wist…”

 

 
Anton Roothaert (9 juni 1896 – 29 maart 1967)