Ellen Deckwitz, Tommy Wieringa, Gerrit Achterberg, Annie M.G. Schmidt, William Michaelian, Wolfgang Borchert

De Nederlandse dichteres en schrijfster Ellen Deckwitz werd geboren op 20 mei 1982 in Deventer. Zie ook alle tags voor Ellen Deckwitz op dit blog.

ONZE MOEDER I

Onze moeder kan een voetstuk op (één teug),
ze drinkt al jaren onder de tafel. Van flessenbodems
schrapen we gedachtenis af. We zetten ze bij,

de vaasjes waarop blank fluiteschuim bloesemt
en soms druipt het, soms knipoogt de fles soms

kruipen er wolken voor de zin. Slokken die
de dag van het gelaat vijlen. Wat doet iemand als wij
op een plek als enfin.

Onze moeder dus
die kan een voetstuk op.
Nu hop,

straks ziet ze dat we het aankunnen. Klappen we
voor ouders die niet willen dat er over hen wordt
gedroomd,

knip zegt het glas en de kamer gaat uit.

 

ONZE MOEDER II

Op een dag werden we uit onze moeder gepeld
en ik vergat dat ze botten dealde.

Je raakt ook zo snel afgeleid
door de eerderen die maar om elkaar krommen
om maar in elkaar te stollen

terwijl je slonk. Er is grond
waarop ik palmen plant, getuigen
dat ik geen wortel meer schiet.
Mezelf niet als een kalenderblad
scheuren kan.

De aarde slurpt regenwormen op en ik gok
dat we allemaal lief willen worden
(gevonden), men zich op de bodem
in een midden bevindt. Dat voor ons niets
ooit aanbreekt.

 

 

Ellen Deckwitz (Deventer, 20 mei 1982)

 

De Nederlandse schrijver Tommy Wieringa werd geboren in Goor op 20 mei 1967. Zie ook alle tags voor Tommy Wieringa op dit blog.

Uit: Ik was nooit in Isfahaan

 

“Mijn oom Sal kon ‘dankuwel’ zeggen in dertien talen en ‘weet u waar het toilet is’ in elf. Hij had beter ‘waar is hier de nooduitgang?’ kunnen leren in het Thais, zodat hij het brandende pand in Bangkok misschien levend verlaten had.
Zijn testament was een puinhoop. De familie leek tijdens de verdeling op een etnisch conflict op de Balkan. Een van oom Sals laatste grillen heeft mij tot curator van zijn kunstverzameling gemaakt. Nu was hij behoorlijk rijk dus het vermoeden bestond dat hij heel wat zou hebben verzameld. Mijn taak was het om het te catalogiseren. Het was allemaal opgeslagen in een loods, want oom Sal had geen huis om het neer te zetten. Hij hield van de Hopper-achtige doelloosheid van hotels. Die voorkeur had te maken met de dood. Mijn moeder zegt dat hij als jongen al paniekaanvallen kreeg bij de gedachte dat hij er op een dag niet meer zou zijn. Als hij maar in beweging zou blijven, zou de dood hem niet kunnen vinden. Dat die toch op hem wachtte in een jongensbordeel in Pat Pong, zal hem onaangenaam hebben verrast.
Ik heb oom Sal niet vaak ontmoet, maar wanneer ik hem zag, maakte hij indruk op me. Hij had zwervende ogen die zich nergens aan hechtten en kon niet stilzitten. Hij zei: ‘Luister goed, ik investeer uit-slui-tend in onaffe kunst. Op een dag zal de wereld begrijpen dat een onaf kunstwerk het enige ware kunstwerk is. De hele cyclus van een kunstenaar, al zijn bloed, zweet en tranen bereiken hun hoogste betekenis in zijn Unvollendete. Elke kunstenaar met een beetje verstand van zaken heeft er tenminste één – één groot werk dat hij nooit zal afmaken omdat de dood tussenbeide komt, of door een plotseling gebrek aan inspiratie dat hem treft als een windstilte op zee. Dát is het ware. Klimts Damenbildnis en face, eeuwig onderweg naar de voltooiing die het niet zal bereiken. Gogols Dode Zielen, púúr genie – en wij kunnen alleen maar raden naar zijn overige bedoelingen.’
Ik ging naar de loods. Ik vreesde het ergste.”

 

 

Tommy Wieringa (Goor, 20 mei 1967)

 

 


De Nederlandse dichter
Gerrit Achterberg werd geboren in Nederlangbroek op 20 mei 1905. Zie ook alle tags voor Gerrit Achterberg op dit blog.

 

 

Slaapwandeling

 

Ik heb vannacht met u gewandeld
in de dove lanen van de slaap,
en nu het morgen is geworden
is er niets veranderd,
dan dat die twee, die in den nacht tesaam
volkomen bij elkander waren,
mij weer alleen gelaten hebben in den morgen,
en samen verder zijn gegaan.

 

 

Vervulling

 

Het beste van voor jaren dringt vanavond tot mij door.
Al je gewone vragen vinden weer gehoor.
Regent het. Ja het regent. Goede nacht.
Laten we nu gaan slapen, zeg je zacht.
Wij luisteren en liggen. Wind beweegt het raam.
Blijf zo maar liggen, zeg ik, en ik noem je naam.
Alles wat antwoord is gaat van mij uit.
Je wordt vervuld van de oneindigheid.

 

 

Bloemen

 

Bloemen, waarin wij bloeien zonder bodem,
zijn onze leden in elkaar gevouwen
en ons gelaat is niet meer te benoemen.
Wij worden koning in elkanders bloed.
Gronden, in schemering gehouden,
met wind en eenzaamheid gevoed,
vlijen zich open, horizonnen
wijken en worden afgesponnen,
er is geen landschap meer behoed
voor deze enige getrouwe
die overal zijn intocht doet.

 

 

Gerrit Achterberg (20 mei 1905 – 17 januari 1962)

 

 


De Nederlandse schrijfster en dichteres
Anna M G Schmidt werd op 20 mei 1911 geboren in Kapelle. Zie ook mijn blog van 20 mei 2011 en eveneens alle tags voor Annie M.G. Schmidt op dit blog.

 

Zondag

Geen plaats ter wereld is zo godverlaten
en zo fatsoenlijk als het Scheldeplein,
bij avond als het regent en de straten
langer en glimmender en leger zijn.

Dit is een stad met veel te weinig moorden.
Het regent gluiperig in het plantsoen.
De tramrails wijzen koppig naar het noorden
en dat is dan ook alles wat zij doen.

Die man zou het waarschijnlijk niet begrijpen,
die man daar op de hoek, wat ik bedoel,
wanneer ik plotseling zijn hand zou grijpen
en zeggen zou, hoe eenzaam ik me voel.

Ik ga naar huis. Daar wachten me twee ramen,
een beddensprei (gehaakt), en aan de muur
een plaatje van een veel te mooie dame.
En dan de wekker nog. Op zeven uur.

 

Als eindelijk…

De dingen die je erg graag wilt, die komen op den duur,
ze komen vroeg of laat, maar meestal laat, dat is zo zuur.
Wanneer je jong bent heb je doorgaans nooit een cent in kas
en áls je eind’lijk geld hebt voor een hele dure jas,
dan staat ie je niet meer.

Wanneer je jong bent heb je vijfenveertighonderd plannen,
je komt alleen nooit verder dan de potten en de pannen,
je wordt je hele leven al bedisseld en bedild
en als je eind’lijk tijd hebt om te doen wat je graag wilt,
dan wil je het niet meer.

Wanneer je jong bent doe je alles hopeloos verkeerd,
je hebt nog geen ervaring en je hebt nog niks geleerd.
De liefde? en de kinderen? wie doet het dadelijk goed?
En als je eindelijk wijs bent en precies weet hoe het moet,
dan hoeft het niet meer.

 

Annie M.G. Schmidt (20 mei 1911 – 21 mei 1995)

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver William Michaelian werd geboren op 20 mei 1956 in Dinuba, California. Zie ook alle tags voor William Michaelian op dit blog.

 

 

Pity words

 

Pity words,

because the right ones

fear us most.

 

Today, a flower

in your hair,

 

that truth

declare itself.

 

Imagine a dream

 

Imagine a dream that lasts a lifetime.

Then, look up at the sky.

 

A sigh, a cry, and gone.

 

The ground you stood upon.

The wind that finds your bones.

 

A moan, a groan, a song.

 

A remedy for war?

Is your dream of love?

 

Does it still go on?

 

 

William Michaelian (Dinuba,  20 mei 1956)

In de jaren 1980 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Borchert werd geboren op 20 mei 1921 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Wolfgang Borchert op dit blog.

 

Uit: Nachts schlafen die Ratten doch


„Das hohle Fenster in der vereinsamten Mauer gähnte blaurot voll früher Abendsonne. Staubgewölke flimmerten zwischen den steilgereckten Schornsteinresten. Die Schuttwüste döste.
Er hatte die Augen zu. Mit einmal wurde es noch dunkler. Er merkte, daß jemand gekommen war und nun vor ihm stand, dunkel, leise. Jetzt haben sie mich! Dachte er. Aber als er ein bißchen blinzelte, sah er nur zwei etwas ärmlich behoste Beine. Die standen ziemlich krumm vor ihm, daß er zwischen ihnen hindurchsehen konnte. Er riskierte ein kleines Geblinzel an den Hosenbeinen hoch und erkannte einen älteren Mann. Der hatte ein Messer und einen Korb in der Hand. Und etwas Erde an den Fingerspitzen.
Du schläfst hier wohl, was? fragte der Mann und sah von oben auf das Haargestrüpp herunter. Jürgen blinzelte zwischen den Beinen des Mannes hindurch in die Sonne und sagte: Nein, ich schlafe nicht. Ich muß hier aufpassen. Der Mann nickte: So, dafür hast du wohl den großen Stock da? Ja, antwortete Jürgen mutig und hielt den Stock fest.
Worauf paßt du denn auf?
Das kann ich nicht sagen. Er hielt die Hände fest um den Stock. Wohl auf Geld, was? Der Mann setzte den Korb ab und wischte das Messer an seinem Hosenboden hin und her.
Nein, auf Geld überhaupt nicht, sagte Jürgen verächtlich.
Auf ganz etwas anderes.
Na, was denn?
Ich kann es nicht sagen. Was anderes eben.
Na, denn nicht. Dann sage ich dir natürlich auch nicht, was ich hier im Korb habe. Der Mann stieß mit dem Fuß an den Korb und klappte das Messer zu.
Pah, kann mir denken, was in dem Korb ist, meinte Jürgen geringschätzig; Kaninchenfutter.
Donnerwetter, ja! sagte der Mann verwundert; bist ja ein fixer Kerl. Wie alt bist du denn?
Neun.
Oha, denk mal an, neun also. Dann weißt du ja auch, wieviel drei mal neun sind, wie?“

 

 

Wolfgang Borchert (20 mei 1921 – 20 november 1947)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e mei ook mijn vorige blog van vandaag.