Mario Vargas Llosa, Walter van den Broeck, Nelson Algren, Chrétien Breukers

 

De Peruviaanse schrijver Mario Vargas Llosa werd geboren op 28 maart 1936 in Arequipa. Zie ook alle tags voor Mario Vargas Llosa op dit blog.

 

Uit:Die Welt des Juan Carlos Onetti (Vertaald door Angelica Ammar)

 

“Nackt oder,wenn die Unbilden des Klimas es erfordern, in Pelze gehüllt, befinden sich diese Rudel von Protomenschen in ständiger Bewegung, ziehen zum Jagen und Sammeln unablässig umher auf der Suche nach unberührten Landstrichen, um Nahrung zu finden, die sie der Natur entnehmen, ohne sie zu ersetzen, wie es die Tiere tun, diese große Gemeinschaft, der sie immer noch angehören, von der sie sich erst langsam abzulösen beginnen.
Nebeneinander zu leben heißt noch nicht, zusammenzuleben. Letzteres setzt ein ausgefeiltes Kommunikationssystem voraus, ein kollektives, geteiltes Schicksal, das auf gemeinsamen Nennern wie Sprache, Glauben, Riten, Körperverzierungen und Bräuchen basiert. Nichts von all dem existiert bislang – noch haben wir es mit dem nackten Überleben zu tun, mit Impulsen und Affekten, die der Logik vorangehen und diese halben Tiere dazu gebracht haben, anstatt ihrer fehlenden Krallen, Reißzähne, Hörner oder Giftdrüsen und anderen Verteidigungsmechanismen, über die die übrigen Lebewesen verfügen, nach Schiefern oder Kieseln zu greifen, in der Gruppe zu jagen, zu schlafen und den Ort zu wechseln, um sich gegenseitig zu beschützen und die Angst zu nehmen.
Denn zweifellos hat die tägliche Erfahrung bewirkt, daß sich in diesem ersten Menschen von allen noch schlummernden Emotionen, Begierden, Instinkten und Leidenschaften beim Erwachen ins Dasein als erstes die Angst entwickelte.”

 

 

Mario Vargas Llosa (Arequipa, 28 maart 1936)

 

 

 

 

De Vlaamse roman- en toneelschrijver Walter van den Broeck werd geboren in Olen op 28 maart 1941. Zie ook alle tags voor Walter van den Broeckop dit blog.

 

Uit: Brief aan Boudewijn

“Zo denkt u natuurlijk dat wij in heel nette steden en gemeenten wonen, die worden bestuurd door oppassende burgemeesters. Maar indien u uw chauffeur zou opdragen heel even van de uitgestippelde route af te wijken, dan zou u wel eens in straten terecht kunnen komen waarvan de moegetergde bewoners zich ten lange leste hebben verenigd in een aktiekomitee om met nauwlijks nog legale middelen een verbetering van het bultige en met lawaaideksels bezaaide wegdek af te dwingen. Ik zeg maar wat.

In elk gebouw dat u bezoekt, wordt inderhaast een gloednieuw WC geïnstalleerd, zodat u, wanneer u aan een natuurlijke behoefte moet voldoen, de indruk krijgt dat op het hygiënische vlak niets aan te merken valt in uw land.

Bovendien worden daardoor allerhande grafische uitingen van ongenoegen, die uw volk in de intimiteit van dat soort kamertjes aan de wanden pleegt toe te vertrouwen, geheel onthouden, en moet u wel denken dat wij in het geheel gespeend zijn van frustraties en klachten, en met de gang van zaken volkomen tevreden zijn. Veelvuldige protesten die u vanuit diverse bevolkingslagen via de pers worden toegezonden, moeten u dan wel voorkomen als drijverijen van labiele enkelingen, die zich achter verenigingen en partijen verschuilen om hun hoogstpersoonlijke frustraties te ventileren. Sommigen beweren zelfs dat het altijd dezelfde closetpot is, en sterker nog: dat daags voor uw reis een hele karavaan kamoeflagespecialisten vanuit Brussel vertrekt.”

 

 

Walter van den Broeck (Olen, 28 maart 1941)

Cover

 



De Nederlandse dichter
Chrétien Breukers werd geboren op 28 maart 1965 in het Limburgse Leveroy. Zie ook alle tags voor Chrétien Breukers op dit blog.

 

 

Aix en Provence

 

Ik kocht een kilo erwten op de markt. Daarna
een kilo kalfsvlees bij de Algerijn met zweren
en een hoofd van leer. Het was pas twee uur
in de middag en ik had een zee van tijd.

 

Ik dacht: het vlees moet stoven en de erwten
zal ik uit hun huls bevrijden. Maar bij een toonbank
stond een kennis die net witte wijn, pernod
of bier uit koude flesjes had besteld. Ik nam
een bocht in de geschiedenis die uren duurde.

 

Terug naar huis. De wrakke twintig meter met het bed
waarin het huismijtleger heer en meester was. Ik zag
dat je in slaap gevallen was. Een zomer uit een film
die net geen Gouden Palm gewonnen heeft. Je droeg
een groene jurk. Kalfsvidé met erwten en dragon.

 

 

 

 

Tongebreek

Wij konden ons verstaan. Wij stemden met ons in.
Toen brak van één de tong. Hem sloeg de taal uiteen.

Het was een stille dag. Wij wisten het nog niet.
Wij zouden snel verspreid. Wij zouden ruw verstrooid.

Wij zouden weg van huis en haard. Onze vaders
achterlatend naar een verre streek. Zonder naam

en met een dikke strot. Mompel klonk voortdurend
om ons heen. Gelach. Geklaag. Gebed. Geteem.

De wereld was zo groot. Wij werden her en der
gemoord. Geduld. Gehoord. Zij konden ons verstaan

en deden dat met harde hand. Of zacht. Of niet.
Wij bouwden ons een huis. Maar wat geen spraak beschrijft

hangt als de – hangt voornaam – hangt – hangt nog
als een nevel – steekt als een angel in de keel.

 

 

Chrétien Breukers (Leveroy,  28 maart 1965)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Nelson Algren werd geboren op 28 maart 1909 in Detroit. Zie ook alle tags voor Nelson Algrenop dit blog.

 

Uit: A Place To Lie Down

 

“Two hungry bums in Texas, mopin’ down the S.P. ties. On either side of the tracks stretched the Texas prairie, half unseen now under a fog. Within the fog a cowbell tinkled, near at hand and coming nearer. The black ‘bo drew a battered pack of cigarettes out of his hip pocket.

“Say,” he asked his white companion, “you know why they made Ol’ Gol’s in the first place?”

The white didn’t know.

“To keep niggers an’ Jews from smokin’ Camels is why.”

They both laughed, without strength, and moped on.

The Negro paused, stood on one leg like a heron, and slipped off his right shoe. His toes were encrusted with a fishlike scale; he rubbed them with gaunt knuckles until brownish chips brittled off onto the ties.

“It itches,” he complained. “It itches like the crabs.”

The white offered advice: “Y’all ought to wear a white sock on that. On anythin’ like that.”

When they reached El Paso the streets were deserted; but morning was breaking over Juarez, and an empty C.C.C. truck rolled past as though to herald an empty dawn.

Neither boy knew where this city’s breadline, if any, was to be found; so they walked on aimlessly. Once they paused in a doorway while the Negro removed his shoe once more, and again scraped his knuckles against his toes. Overhead an unshaded night bulb still burned feebly, casting a sickly greenish glow across a staircase leading up to nowhere. A woman passed the doorway, head down and hurrying through the rain along the unlovely southern street.

“I’m tired as a old hound, ain’t you?” the Negro asked as he scraped.

“Yeah,” the other answered. “Bummin’ takes all the tallow out o’ mah pole. Ah ain’t been eatin’ so reg’lar o’ late, neither. What’s yore name, nigger?”

“Call me Mack. What’s yours?”

 

 

Nelson Algren (28 maart 1909 – 9 mei 1981)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e maart ook mijn blog van 28 maart 2012.