200 Jaar Hendrik Conscience, Joseph Conrad, Herman Heijermans, Grace Andreacchi

Twee honderd jaar Hendrik Conscience

De Vlaamse schrijver Henri (Hendrik) Conscience werd geboren in Antwerpen op 3 december 1812. Dat is vandaag precies 200 jaar geleden. Zie ook alle tags voor Hendrik Conscience op dit blog.

 

Uit: De Leeuw Van Vlaanderen Of De Slag Der Gulden Sporen

Na de stoet alzo enige tijd was voortgereden, struikelde het paard van een der ridders tegen de stronk van een afgehakte boom en bukte onvoorziens tot bij de grond. Hierdoor viel de ridder met de borst op de nek van zijn draver en geraakte bijkans uit de zadel. “Bij de Maagd!” riep hij in de Franse spraak. “Zo helpe mij God! Mijn paard slaapt onder mij.”

“Mijnheer De Chatillon,” antwoordde zijn gezel, lachende, “dat er een van u beiden sliep–dit geloof ik voorzeker.”

“De tong moet u branden, spotter!” viel De Chatillon uit. “Ik sliep niet. Twee uren vestig ik mijn ogen op die betoverende torens, die zich hoe langer hoe meer verwijderen. Maar men zou zich eer aan de galg zien, dan een goed woord uit uw mond te krijgen.”

Terwijl de twee ridders, zich dus schertsend toespraken, lachten de anderen lustig om het ongeval en de ganse stoet ontwaakte opeens uit de stille sluimering.

De Chatillon, die nu zijn paard weder op de been gebracht had, ziende dat men niet ophield met lachen, werd door zulke innige gramschap vervoerd, dat hij het beest ijselijk met de scherpe spoor in de buik stampte. Hierdoor steigerde het verwoed in de hoogte, en vloog eindelijk als een javelijn tussen de bomen heen. Geen honderd treden van daar liep het tegen de stam van een zware eik, en stortte deerlijk gewond ter aarde.

Gelukkig was het voor De Chatillon dat hij bij de schok ter zijde uit de zadel gevallen of gesprongen was. Niettegenstaande moest hij zich genoeg in de lenden bezeerd hebben, want hij bleef een ogenblik als gevoelloos liggen.

“Bedaar toch, ik bid u,” hernam De St.-Pol, “Ho! Gij zijt gewond, mijn broeder, er komt bloed uit uw maliehemd.”

De Chatillon trok de mouw van zijn rechterarm wat omhoog, en bemerkte dat een tak hem de huid opengekrabd had.

“Daar, zie!” sprak hij half getroost. “Het is niets–een schram. Maar bij de Hemel! Ik geloof dat die Vlaming ons met inzicht in deze behekste wegen brengt. Dit wil ik weten,–en zo weinig krijge ik genade om mijn zonden, indien ik hem niet aan de vervloekte eik doe ophangen.”

 

Hendrik Conscience (3 december 1812 – 10 september 1883)

Gedenkpenning

Doorgaan met het lezen van “200 Jaar Hendrik Conscience, Joseph Conrad, Herman Heijermans, Grace Andreacchi”