Tahar Ben Jelloun, Daniel Pennac, Billy Childish, Henry Williamson

De Marokkaanse romanschrijver, dichter en essayist Tahar Ben Jelloun werd geboren in Fez op 1 december 1944. Zie ook alle tags voor Tahar Ben Jelloun op dit blog.

 

Uit: Leaving Tangier (Vertaald door Linda Coverdale)

“Yes, she might appear, and reveal a few of her secrets. Conditions are favorable: a clear, almost white sky, reflected in a limpid sea transformed into a pool of light. Silence in the café; silence on all faces. Perhaps the precious moment has arrived . . . at last she will speak!

Occasionally the men do allude to her, especially when the sea has tossed up the bodies of a few drowned souls. She has acquired more riches, they say, and surely owes us a favor! They have nicknamed her Toutia, a word that means nothing, but to them she is a spider that can feast on human flesh yet will sometimes tell them, in the guise of a beneficent voice, that tonight is not the night, that they must put off their voyage for a while.

Like children, they believe in this story that comforts them and lulls them to sleep as they lean back against the rough wall. In the tall glasses of cold tea, the green mint has been tarnished black. The bees have all drowned at the bottom. The men no longer sip this tea now steeped into bitterness. With a spoon they fish the bees out one by one, laying them on the table and exclaiming, “Poor little drowned things, victims of their own greediness!”

As in an absurd and persistent dream, Azel sees his naked body among other naked bodies swollen by seawater, his face distorted by salt and longing, his skin burnt by the sun, split open across the chest as if there had been fighting before the boat went down. Azel sees his body more and more clearly, in a blue and white fishing boat heading ever so slowly to the center of the sea, for Azel has decided that this sea has a center and that this center is a green circle, a cemetery where the current catches hold of corpses, taking them to the bottom to place them on a bank of seaweed. He knows that there, in this specific circle, a fluid boundary exists, a kind of separation between the sea and the ocean, the calm, smooth waters of the Mediterranean and the fierce surge of the Atlantic.”

 

Tahar Ben Jelloun (Fez, 1 december 1944)

Doorgaan met het lezen van “Tahar Ben Jelloun, Daniel Pennac, Billy Childish, Henry Williamson”

Mihály Vörösmarty, Valery Bryusov, Ernst Toller

De Hongaarse dichter Mihály Vörösmarty werd geboren op 1 december 1800 in Puszta-Nyék. Zie ook alle tags voor Mihály Vörösmarty op dit blog.

 

Schön Ilonka

I

Lauernd sitzt der Jäger und versonnen,
hofft für seinen Bogen schnelles Wild,
immer höher und in Gold versponnen
zeigt nach Süden schon der Sonne Bild.
Doch vergebens: an verborgner Stelle
ruht das Wild sich aus an kühler Quelle.

Lange sitzt der Jäger auf der Lauer;
in der Dämmrung kommt ein Zeichen oft,
harrt des ganzen Sonnenbogens Dauer.
Da erscheint das Glück, das er erhofft:
Ach, kein Wild, des Falters leichte Schwinge,
und ein Mädchen folgt dem Schmetterlinge.

“Bunter Falter, Schmetterling, so golden!
Komm und sitz auf meinen Händen still;
führ mich auch, wenn du es willst, zur holden
Sonne, die schon untergehen will.”
Sagt’s und eilt so, wie die Rehe ziehen,
leicht und zärtlich ist des Mädchens Fliehen.

“Gott!” Auf springt der Jäger wie besessen,
“Königlich ist dieses Wild!” Und er
eilt beflügelt gleich und selbstvergessen
diesem schönen Mädchen hinterher.
Jäger, Mädchen, Falter – um die Wette
schließen sie des reinen Scherzes Kette.

“Hab ich dich!” Das Mädchen ruft’s voll Freude,
und sie hascht den bunten Schmetterling.
“Hab ich dich!” Der Jäger fängt die Beute,
wie er niemals eine schönre fing.
Und das Mädchen läßt den Falter fliegen,
sich vom Strahl des schönen Augs besiegen.

Vertaald door Günther Deicke

 

Mihály Vörösmarty (1 december 1800 – 19 november 1855)

Standbeeld in Székesfehérvár

Doorgaan met het lezen van “Mihály Vörösmarty, Valery Bryusov, Ernst Toller”

Herinnering aan Ramses Shaffy

Herinnering aan Ramses Shaffy

Nederlands grootste chansonnier Ramses Shaffy is vandaag precies drie jaar geleden op 76-jarige leeftijd overleden.

De Nederlandse chansonnier en acteur Ramses Shaffy werd op 29 augustus 1933 geboren in de Parijse voorstad Neuilly-sur-Seine als zoon van een Egyptische diplomaat en een Poolse gravin van Russische afkomst. Zie ook alle tags voor Ramses Shaffy op dit blog.

 

Zonder bagage

De wereld heeft mij failliet verklaard
Ik heb me nog nooit zo goed en licht gevoeld als nu
Ik heb me nog nooit zo schoon en bevrijd gevoeld als nu
Weg met de kroegen
Weg gezuip
Weg zijn de katers
Dronken flaters
Glazige morgens
En hun zorgen; niet te betalen

De wereld heeft mij failliet verklaard
Het is een verbazingwekkend lot, waar men mij mee stoorde
Een verbazingwekkend lot, van wat eens bij mij behoorde
Geen parasieten
Geen gevlij
Geen gestroop meer
Geen gevrij
Geen gelik meer
’t Is voorbij, niets meer te halen

De wereld heeft mij failliet verklaard
Het is een geschenk van God en niet van de maatschappij
Het is een geschenk van God en dit is wat hij zei:
Je moet weer werken
Je moet weer zingen
Je moet weer lachen
Je moet weer spelen
Je moet weer geven
En beleven
Je moet weer stralen
De weg is vrij
De weg is open
De weg is mateloos van mij
Zonder bagage
Kan ik weer lopen
Want ik ben nu vogelvrij

De wereld heeft mij failliet verklaard
Ik ben ontstegen aan het groot krakeel
Ik ben ontslagen aan het maffe oordeel
Ik heb niets meer te verliezen
Ik heb alleen
Te winnen
Te beminnen
Te beginnen
Ik ben niet meer
Te achterhalen


Ramses Shaffy (29 augustus 1933 – 1 december 2009)