Einar Kárason, Ahmadou Kourouma, Wen Yiduo, Jules Deelder, Laurence Sterne

De IJslandse schrijver Einar Kárason werd op 24 november 1955 geboren in Reykjavík. Zie ook alle tags voor Einar Kárason op dit blog.

 

Uit: Devil’s Island (Vertaald door David MacDuff en Magnus Magnusson)

As for Baddi, he gave meaning to all the struggles of this world: that clever and handsome lad of promise, that blessed scion of the family, the granny’s boy of the prayers which the queen of the Old House repeated to herself aloud as she did the dishes at the sink or in silence as she brooded over the cards and the future of strangers – the boy with the bright eyes and the smile, always helpful and generous to everything which drew breath.
Now he was expected home.
The Americans were lucky to have enjoyed his presence all these years, thought Karolína, that steely woman who had not allowed her feelings free rein for decades. Nowadays she talked of her Baddi with such tearful longing that even Tommi was moved and began to imagine that everything would be bright and beautiful when the angel came home. But Tommi had always been much more attached to Danni; they had so much in common, he and the younger brother whom few missed and whose memory meant no more to the family than a raven landing on a gable-head and cawing.
Tommi came to think, when he looked back, that Baddi had not been such a bad lot after all – that was just exaggeration and a lack of understanding of young people. Boys would be boys, wouldn’t they? Before Baddi left he had become a bit of a burden to Tommi to be sure, because of the fines and damages he had had to pa; for all kinds of minor mischief Baddi had got involved in, but youngsters grew out of that sort of thing. Tommi was far more worried about the boys when they began to tinker with brennivín and steal bottles and get drunk and go into sheds and shacks with girls who screamed and bawled and came rushing out with fire and frenzy in their eyes, but who always allowed themselves to be lured into the sheds again. But why should Tommi worry about that? They were young and enjoying themselves.”

 

Einar Kárason (Reykjavík, 24 november 1955)

Doorgaan met het lezen van “Einar Kárason, Ahmadou Kourouma, Wen Yiduo, Jules Deelder, Laurence Sterne”

Cissy van Marxveldt, Arundhati Roy, Thomas Kohnstamm, Carlo Collodi, Ludwig Bechstein, Gerhard Bengsch

De Nederlandse schrijfster Cissy van Marxveldt werd geboren in Oranjewoud op 24 november 1889. Zie ook alle tags voor Cissy van Marxveldt op dit blog.

 

Uit: De H.B.S. tijd van Joop ter Heul

“Julie vertelde me gisteravond dat ze met Jog samen een zomerhoed gekocht heeft.
’Met je verkouden gezicht?’ Vroeg ik. Ja, want als hij me dàn goed staat, dan flatteert hij me zeker, als ik er gewoon uitzie… Het is een schat van een dopje, zei Julie, Wit met kleine theeroosjes, heel snoezig’. ‘Hoe staat hij Jog?’ vroeg ik.
‘Oh you horrid pig’ zei Julie weer eens voor de verandering.

(…)


Ik ben gisteren uit gym gestuurd, omdat ik een ouwe tafelschel achter aan Steub zijn jasje had gehangen. ’t Stond zo gek zeg, en het mooiste was, hij merkte er eerst niets van. De schel werkte niet al te best meer, zie je, maar toen hij ons van die armoefeningen ging voordoen met beenhuppen, was ’t klingeling jongens bij elke hup. Hij brulde maar; ‘Wie belt daar? Ik wil weten wie daar belt’ En wij stikten gewoonweg. Pop zei nog: ’t is buiten geloof ik, de tram mijnheer.’ En toen dacht Steub eerst werkelijk nog, dat het de tram was, en hij begon weer te huppen en te luien. We konden geen stap meer doen van het lachen…”

 

Cissy van Marxveldt (24 november 1889 – 31 oktober 1948)

Scene uit Joop ter Heul, een KRO tv-serie uit 1968

Doorgaan met het lezen van “Cissy van Marxveldt, Arundhati Roy, Thomas Kohnstamm, Carlo Collodi, Ludwig Bechstein, Gerhard Bengsch”