Isaac Bashevis Singer, Margriet de Moor, Marilyn French

De Amerikaans-Poolse schrijver Isaac Bashevis Singer werd geboren op 21 november 1904 als Isaac Hertz Singer in Radzymin, Polen. Zie ook alle tags voor Isaac Bashevis Singer op dit blog.

 

Uit: The slaughterer

„Since Yoineh Meir had begun to slaughter, his thoughts were obsessed with living creatures. He grappled with all sorts of questions. Where did flies come from? Were they born out of their mother’s womb or did they hatch from eggs? If all the flies died in winter, where in the new ones come from in the summer? And the owl that nested under the synagogue roof – what did it do when the frost came? Did it remain there? Did it fly away to warm countries? How could anything live in the burning frost, when it was scarcely possible to keep warm under the quilt?

An unfamiliar love welled up in Yoineh Meir for all that crawls and flies, breeds and swarms. Even the mouse – was it their fault that they were mice? What wrong does a mouse do? All it wants is a crumb of bread, a bit of cheese. Then why is the cat such an enemy to it?

Yoineh Meir rocked back and forth in the dark. The rabbi may be right. Man cannot and must not have more compassion than the Master of the universe. Yet he, Yoineh Meir, was sick with pity. How could one pray for life for the coming year, or for a favourable writ in Heaven, when one was for robbing others of the breath of life?

Yoineh Meir thought that the Messiah Himself could not redeem the world as long as injustice was done to beasts. By rights everything should rise from the dead: every calf, fish, gnat, butterfly. Even in the worm that crawls in the earth there glows a divine spark. When you slaughter a creature you slaughter God…”

 


Isaac Bashevis Singer (21 november 1904 – 24 juli 1991)

Doorgaan met het lezen van “Isaac Bashevis Singer, Margriet de Moor, Marilyn French”

Gerhard Koolschijn

De Nederlandse schrijver en vertaler Gerard Koolschijn werd op 21 november 1945 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Gerard Koolschijn op dit blog.

 

Uit: Geen sterveling weet

„Zonder overgang tilde hij dan plotseling met veranderde gelaatsuitdrukking vanaf een bankje naast het kabinet de zware, zeventiende-eeuwse statenbijbel op tafel, met de zwarte, vetgedrukte gotische letters, door iele kanttekeningen omgeven. Krakend streek hij de perkamentachtige bladzijden glad en dan las hij voor, met religieuze tongval en smartelijk, licht schuin geheven hoofd, vroom in het verleden starend zonder de tekst te raadplegen, want hij kende bijna alles uit zijn hoofd.”

(…)

Hij sprak de jonggehuwden toe. ‘U hebt, mijn jonge vrienden, het onschatbare voorrecht dat u door Gods voorzienigheid in aanraking bent gekomen met de Waarheid. U kunt de Waarheid nooit genoeg eer bewijzen. Leeft, niet uit uzelf. leeft, niet uit de wereld. Leeft uit God. In uzelf is niets dan machteloosheid, schuld, verwerpelijkheid. (…)
Niet de genegenheid, zoals de wereld voorgeeft, is de grondslag van het huwelijk, maar de wil van God! Nu kan het voorkomen dat u elkander in sommige dingen niet verstaat. Zult u het dan met elkander uitmaken? Neen, dat zult u n iet doen. U zult zo spoedig mogelijk de eenzaamheid zoeken en het geschil voorleggen aan God. U zult wonderen beleven, wonderen!’

 

Gerard Koolschijn (Den Haag, 21 november 1945)

In Memoriam Frans Kusters

In Memoriam Frans Kusters

De Nederelandse schrijver Frans Kusters is dinsdag op 63-jarige leeftijd overleden. Dat heeft zijn uitgeverij De Bezige Bij laten weten. Frans Kusters werd geboren in Nijmegen op 16 september 1949 en bleef een geboren en getogen Nijmegenaar. Hij heeft zijn hele leven nergens anders gewoond. Zie ook alle tags voor Frans Kusters op dit blog.

Uit: De tranen van Daan Dativo

“Hier staan wij dan, in de striemende regen aan de rand van Medemblik, een handvol oude, verdrietige mannen die ooit avond aan avond barstensvolle zalen wisten te verbijsteren en door de kunstkritiek uit die dagen eenstemmig tot – ik citeer – ‘de paladijnen van een nieuw tijdperk’ werden uitgeroepen. Nieuw tijdperk, jawel! Nog geen drieënhalve maand duurde het of het hooggeëerde publiek gaf als vanouds overal weer de voorkeur aan het gladde vertoon en de gemakzucht van het tweede garnituur dat alleen per abuis misgrijpt, al doende moppen tapt en het liefst bovendien nog om het geslachtsdeel een hoepeltje of wat zou laten cirkelen, als het fatsoen dat toestond. En niet lang daarna zagen ook de kenners hun vergissing in en lazen wij over – ik citeer opnieuw – ‘behaagzieke dilettanten die door niemand serieus genomen zullen worden, aangezien het wezen van de behendigheidskunst hun ten enen male ontgaat’.

Nee, leuk was dat allemaal niet, om van hetgeen wij sedertdien te verduren hebben gekregen nog te zwijgen, maar het heeft ons in ieder geval niet verhinderd te blijven jongleren, zoals er volgens ons gejongleerd moet worden. En als het nieuwe tijdperk niet aan de wereld besteed blijkt te zijn, zo verzekerden wij elkaar onderwijl op onze zolders en in onze achtertuintjes tussen de waslijnen, dan moet de wereld het zelf maar weten. Zo verstreken de jaren en op zekere dag kwamen wij tot de ontdekking dat het tweede garnituur van vroeger vergeleken bij de ellendelingen die naderhand de podia veroverden gerust een stelletje onvervaarde avonturiers genoemd mocht worden. En die lamstralen waren weer een verademing, als je zag wat een volgende lichting ervan terechtbracht… Het zou van weinig smaak getuigen om uitgerekend hier verder nog een woord vuil te maken aan de wijze waarop er tegenwoordig met de kostbaarheden van de zwaartekracht wordt omgesprongen. Wat ik alleen maar wilde zeggen is dat men ons van alles en nog wat voor de voeten kan werpen, behalve dat wij ons met laf effectbejag hebben ingelaten, een enkele schnabbel wellicht niet meegerekend. En met gegoochel, ballet en lolbroekerij gelukkig evenmin. Wij zijn er, kortom, in geslaagd de weg van de minste weerstand te vermijden. En in nog heviger mate – van die intensiteit is dit einde het bewijs – geldt dit voor degene van wie wij vandaag afscheid nemen en die ons op zijn beurt keer op keer van virtuositeit heeft beschuldigd – jullie herinneren je hoe hij bij het uitspreken van dat woord de punt van zijn karakteristieke neus tussen de toppen van duim en wijsvinger placht te vatten, wat hij in de vele, veel te vele nadagen van zijn loopbaan als een prestatie van formaat aangemerkt wenste te zien-, eens ons voorbeeld, onze inspiratiebron en ons idool, Daan Dativo, God hebbe zijn ziel, als het Hem tenminste lukt daarop de nodige vat te krijgen!”

Frans Kusters (16 september 1949 – 20 september 2012)