Maartje Wortel

De Nederlandse schrijfster Maartje Wortel werd geboren in Eemnes op 26 oktober 1982. Ze volgde de opleiding Beeld & Taal aan de Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam en publiceerde korte verhalen in de literaire tijdschriften Passionate Magazine, De Brakke Hond en De Gids. Maartje Wortel debuteerde in 2009 met de verhalenbundel, Dit is jouw huis, bij De Bezige Bij. In 2011 verscheen haar eerste roman Half Mens, waarvoor zij genomineerd is voor de BNG Nieuwe Literatuurprijs.

 

Uit: Reus

“Buiten was het nul graden Celsius. Het voelde veel kouder aan maar misschien kwam dat omdat ik moe was. Ik sliep al langer dan een jaar niet goed meer. Alsof de slaap mij liet liggen. En dat deed hij ook. Er waren dagen dat ik me daar zorgen over maakte, omdat ik wist dat een mens net als zonder eten en drinken, niet zonder slaap kan leven. Maar ik leefde nog en verder ging alles goed als je het leven goed zou willen noemen en dat zou ik willen doen.
Ik gaapte en voelde de kou mijn lichaam binnendringen als een onverwachte bezoeker. Bijna alsof iemand mij even aanraakte van binnen. Stiekem.
Om de vijf seconden keek ik naar de klok die oversprong om de temperatuur aan te geven. De tijd ging door maar het bleef nul graden. Ik zat op een bankje in een bushokje te wachten op buslijn 45.
Vroeger werd ik ’koning 45’genoemd omdat ik altijd meisjes versierde in de bus. Dat was heel makkelijk om te doen omdat niemand er rekening mee hield. Ik heb de tel niet bijgehouden maar het waren er veel. Veel meisjes. Allemaal net zo onbelangrijk. Het is erg om te zeggen misschien, maar ook dat was onbelangrijk voor me. Ik glimlachte om mijn jongensjaren alsof ik niet kon geloven dat ik met mezelf te maken had, maar terugdacht aan een oude vriend die mij een goede tijd had bezorgd.
Toen kwam er een man aanlopen. De man liep zelfverzekerd, alsof hij ertoe deed. In een rechte lijn kwam hij op mij af en bleef voor mijn voeten staan.
‘Dit is eigenlijk mijn huis,’zei hij tegen mij.
Ik keek naar hem. Hij zag er niet uit als een zwerver. In ieder geval niet meer of minder dan jij of ik. Hij droeg sportschoenen van Nike.”

 

Maartje Wortel (Eemnes, 26 oktober 1982)

Jan Wolkers, Marja Pruis

De Nederlandse dichter, schrijver en beeldend kunstenaar Jan Wolkers werd geboren in Oegstgeest op 26 oktober 1925. Zie ook mijn blog van 26 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Jan Wolkers op dit blog.

 

Uit: Turks fruit

“Ik ging naar buiten en liep in het gangetje bijna tegen Olga aan die voor haar moeder uit liep. Ze keek me niet aan en wilde zo langs me lopen naar het damestoilet. Ineens sloeg mijn vuist naar voren. Precies op haar oog. Ze week achteruit tegen de muur en bleef zo staan met gebogen hoofd alsof ze niet onder razernij wilde verbergen dat zij de schuld was van alles. (…)Thuis dook ik verdoofd van ellende op mijn bed en ik wist zelf niet of ik nou geslapen had of half bewusteloos was geweest toen ze me midden in de nacht belde. Ze zei, dat ik zeker wel begreep dat ze niet meer thuis zou komen. Dat ze er verschrikkelijk uitzag met dat blauwe oog en dat dat nu al het tweede was binnen een paar maanden (…). Ik voelde mij ineens ijskoud worden. Ik zei haar dat ze gerust in dat hotel van waaruit ze belde kon blijven slapen met die klootzak. Dat ze daar dat oog niet als vrijbrief voor hoefde aan te voeren. En dat ik haar veel geluk wenste met die getrouwde vent, want dat ik de moet in zijn vinger had gezien waar die lafbek zijn trouwring had gezeten.

(…)

 


Scene uit de film met Rutger Hauer en Monique van de Ven,
(Paul Verhoeven, 1973)

 

“Ze had daar een oudere vriendin gehad. De vrouw van een collega van haar man. Die was in het begin heel normaal geweest. Ze las wel eens wat theosofische boeken, maar daar sprak ze nooit over. Maar toen ging ze ineens als de mannen op pad waren briefjes bij de vrouwen onder de deur door schuiven waarop ze geschreven had ‘Bedwing uw begeerten! Streef naar bewuste Eenheid met het Al! De hartstocht verstoort de Harmonie in het Heelal! Liefde is de verenigende Kracht van de Grote Heelalse Magneet!’ en meer van zulk soort flauwekul.”

(…)

“Zei ze op een keer dat ze in Mexico een beeldje uit een opgraving voor me had gekocht. Van terra cotta. Een vrijend stel, met de aarde er nog aan. Ze had het ergens in een hotel in San Diego laten liggen. Maar later werd ze soms net een dreinend kind. Dan moest ik een paar keer op een middag aan haar voortanden voelen omdat ze dacht dat ze los gingen zitten. Midden onder het bezoekuur wilde ze me dan wegsturen om een zak turks fruit voor haar te halen omdat dat het enige was wat ze nog durfde te snoepen met die loszittende voortanden. Of ze wilde dat ik haar de hele middag hielp bij het in elkaar zetten van een legpuzzel van een even uitbundig herfstlandschap als waarvan ze me een kaart had gestuurd uit Californië”.

 

Jan Wolkers (26 oktober 1925 – 19 oktober 2007)

Doorgaan met het lezen van “Jan Wolkers, Marja Pruis”