A. F.Th. van der Heijden, Boualem Sansal, Friedrich Nietzsche

De Nederlandse schrijver A. F. Th. van der Heijden werd geboren in Geldrop op 15 oktober 1951. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2010 en eveneens alle tags voor A. F.Th. van der Heijden op dit blog.

 

Uit: Tonio

“Er was die keer dat hii voor me uit de trap afdaalde, terwijl hij lachend iets over zijn schouder zei. Halverwege stond hij opeens stil, zodat ik tegen hem op botste.

‘Dat ik dat toch ooit geweest ben.’

Op ooghoogte hing tegen de muur van de overloop zrjn portret als kaalhoofdige zuigeling, in een gestreept rompertje dwars in

zijn ledikant liggend, met boven zich kleurige houten ringen waaraan hij zich nog moest leren optrekken. Hij keek schuins in

de camera, happend in het dons.

Tonio schudde zijn hoofcl, alsof het een onbezonnen keuze betrof ‘dat daar ooit te zqn geweest’. Jaren eerder had ik in mijn dagboek

genoteerd dat hij, net zo ongelovig zijn hoofd schuddend, had gezegd: ‘Dat ik toch ooit dood zaI gaan.’

(…)

Soms wil ik hem heel dicht tegen me aan houden. De gedachte doet zich meestal voor als ik in bed lig te lezen, en zomaar opeens mijn boek ter zijde leg. Kom maar, zeg ik dan geluidloos. Kom maar, Tonio, onder het dek. Ik zal je warm houden.
Zijn lichaam is willoos, slap, maar niet koud. Het is de Tonio die na de aanrijding op het plaveisel heeft gelegen, een half etmaal voor zijn dood. De inzittenden van de rode Suzuki Swift staan buiten de auto, en durven niet naar het verderop neergekwakte lijf te kijken. De sirenes van politie en ambulance zijn nog niet hoorbaar. Het blauwe geflakker van de zwaailichten moet nog komen. Het is dan dat ik hem opraap en naar mijn bed draag, waarvan ik het dek opensla.
Kom maar. Dicht tegen me aan. Dat zal je warm houden. Ze komen zo om je beter te maken.”

 

A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)

Doorgaan met het lezen van “A. F.Th. van der Heijden, Boualem Sansal, Friedrich Nietzsche”

Michail Lermontov, Italo Calvino, Tessa de Loo

De Russische dichter en schrijver Michail Joerjevitsj Lermontov werd geboren op 15 oktober 1814 in Moskou. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Michail Lermontov op dit blog.

 

The Cross On the Rock

I know a rock in a highland’s ravine,

On which only eagles might ever be seen,

But a black wooden cross o’er a precipice reigns,

It rots and it ages from tempests and rains.

And many years have gone without any hints,

From times when it was seen from faraway hills.

And its every arm is raised up to the sky,

As if catching clouds or going to fly.

Oh, if I were able to rise there and stay,

Then how I’d cry there and how I’d pray;

And then I would throw off real life’s chains

And live as a brother of tempests and rains!

 

Requiem

1831

There is a blest place: by the trace

In wilderness, in a little glade’s middle,

Where in the eve, mists twine and bristle

In moony silver’s easy lace…

My friend! You know that glade, fair;

There dig a pit and let me rest,

When I will cease to breathe in air.

Give to that grave a good regard —

Let all be legally there settled

Raise on the grave a cross of maple,

And place a stone, wild and hard.

When thunderstorms will shake the forest,

The traveler will see my cross;

Maybe, the stone and the moss

Will give to him a rest at most.

 

Vertaald door Yevgeny Bomver

 


Michail Lermontov (15 oktober 1814 – 27 juli 1841)

Zelfportret, 1837

Doorgaan met het lezen van “Michail Lermontov, Italo Calvino, Tessa de Loo”

Friedenspreis des Deutschen Buchhandels 2012 voor Liao Yiwu

Friedenspreis des Deutschen Buchhandels 2012 voor Liao Yiwu

Aan de Chinese dichter en schrijver Liao Yiwu werd gisteren in de Frankfurter Paulskerk de Friedenspreis des Deutschen Buchhandels uitgereikt. Liao Yiwu (ook bekend als Lao Wei) werd geboren op 4 augustus 1958 in Yanting, Sichuan Zie ook alle tags voor Liao Yiwu op dit blog.

Uit: For a Song and a Hundred Songs (Vertaald door Wenguang Huang)

“I have written this book three times, thanks to the relentless obstructions of the Chinese security police.
I first started writing it on the backs of envelopes and on scraps of paper that my family smuggled into the prison where I was serving a four-year sentence from 1990 to 1994 for writing and distributing a poem that condemned the infamous, bloody government crackdown on the 1989 student prodemocracy movement in Tiananmen Square.
Even after my release in 1994, the police continued to monitor and harass me. On October 10, 1995, police raided my apartment in Chengdu, Sichuan Province, confiscating the handwritten manuscript of For a Song and a Hundred Songs. As a punishment for what they called “attacking the government’s penitentiary system” with my writings, I was placed under house arrest for twenty days.
I started on my book again from scratch. It took me three years to finish a new version, which was seized in 2001, along with my other unpublished literary works. This time, the police also absconded with my computer.
Writers like to wax poetic and brag about their works in an attempt to secure a berth in the history of literature. Unfortunately, I no longer possess many physical products of my years of toil. Instead, I have become an author who writes for the pleasure of the police. Most of my past memories—the manuscripts that I have painstakingly created about my life, and my poems—are now locked away at the Public Security Bureau. In a grimly humorous twist, the police used to peruse my writings more meticulously than even the most conscientious editors.
Chinese career spies have amazing memories. A director of a local public security branch could memorize many of my poems and imbue them with more complicated ideas than I had originally intended. So in a sense, my writing found a way to the minds and lips of at least one eager audience.
Indeed, the police proved to have an insatiable need for more of my work. So after each successive raid, I dug more holes like a rat, and I hid my manuscripts in deeper and deeper crevices across the city, in the homes of family and friends. My furtive efforts to conceal my work called to mind those of the Nobelist Aleksandr Solzhenitsyn, whose handwritten manuscript of The Gulag Archipelago had famously faced similar threats from the KGB. The only way to preserve his writings was to get them published.
In early 2011, after this book was finally smuggled out of China and scheduled to be published in Taiwan and in Germany, I again met resistance from the Chinese authorities.”.

 
Liao Yiwu (Sichuan, 4 augustus 1958)