Gore Vidal, Stijn Streuvels, Alain-Fournier

De Amerikaanse schrijver, dramaticus en essayist Gore Vidal werd geboren op 3 oktober 1925 in West Point, New York. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Gore Vidal op dit blog.

 

Uit: Point to Point Navigation: A Memoir

“At first, I thought that the Boners were just that—white skeletons like those jointed cardboard ones displayed at Halloween. Bony figures filled my nightmares until it was explained to me that these Boners were not from slaughterhouses but from poorhouses. My grandfather was against granting them a bonus. A onetime fiery populist from the Mississippi up-country, and a contributor to the only socialist constitution of the fifty states, he had come to the conclusion that “if there was any race other than the human race, I’d go join it.” He was a genuine populist; but he did not like people very much. He always said no to anyone who wanted government aid. On one memorable occasion, the blind senator was denounced to his face by a blind suppliant for federal aid. On the other hand, he believed in justice—due process, anyway—for all, equally.

As the summer grew hotter and the Depression deepened, and Congress debated whether or not to give the veterans a bonus, rumors spread: they had attacked the White House; they had fired on the Capitol; and, most horribly, they were looting the Piggly Wiggly grocery stores. I dreamed of skeletons on the march; of Boris Karloff, too—all bones and linen wrapping.

On June 17, 1932, the Senate met to vote on the Bonus Bill. I drove with my grandfather to the Capitol, sitting beside him. Davis, his black driver and general factotum, was at the wheel. I stared out the open window, looking for Boners. Instead, I saw only shabby-looking men holding up signs and shouting at occasional cars. At the Senate side of the Capitol there was a line of policemen. Before we could pass through the line, Senator Gore was recognized. There were shouts; then a stone came through the open window of the car and landed with a crash on the floor between us. My grandfather’s memorable words were: “Shut the window,” which I did.

Shortly after, the Boners were dispersed by the army, headed by General MacArthur and his aide Major Eisenhower. Guns were fired; there were deaths. The following Sunday, my father and I flew low over what had been the Boners’ encampment at the Anacostia Flats. There were still smoking fires where the shanties had been. The place looked like a garbage dump, which in a sense it had been, a human one.”

 

Gore Vidal (3 oktober 1925 – 31 juli 2012)

 

De Vlaamse schrijver Stijn Streuvels, pseudoniem voor Frank Lateur werd geboren in Heule op 3 oktober 1871. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Stijn Streuvels op dit blog.

 

Uit: De Vlasschaard

„De vrouwe die gewend was hem alzoo te hooren ronsen, had er geduld in gekregen en ze luisterde niet meer. ’t Was enkel uit gewoonlijke toegevendheid dat ze er onverschillig en gelaten bijdeed:

– Wat kunnen w’er aan doen? ’t Betert wel – ’t en heeft nog nooit gefaald van zomeren! en de goedgeloovige boerin achtte het niet noodig of geradig een blik van haar werk te slaan om naar buiten te zien, zoo zeker was ze van den vasten gang der seizoenen, en ze liet haar man in zijn hopelooze verveling.

Ja, wat was eraan te doen en wat konden de arme boerkes tenzij wachten en berusten bij de gedachte: dat Maarte wel liegen kon maar April nog nooit gefaald en had? Berusten en geduldig zijn! ’t Vrouwvolk had schoon kouten maar: – De tijd die voorbij is!

– G’en zijt nog nooit te late gekomen met den oogst! meende ze. – Ga-je nu weeral zoo gejaagd doen en met ’t vuur in uw broek loopen? Wat helpt het?

Vermeulen besloot den mond niet meer te openen en zijn korzelen moed in te houden.

Onwetelijk en zonder inzicht stond hij weer vóor ’t venster en duwde de vuisten nog dieper in de broekzakken. De vensters, dat waren de valsche asemgaten, ’t eenige wat de menschen in betrek bracht met de bestaande dingen buiten: het zicht enkel zonder den goeden blaas van den wind en den tocht der goede lucht. Men kon er tegen staan geleund en kijken totdat eens eigen adem ’t gezicht verdoofde en alles duister en onduidelijk miek. Naar die kijkgaten werd hij getrokken en zijn gramstorig gemoed dwong hem de leelijkheid aan te zien.

Berusten deed hij genoeg. Mangelt het een oude boer aan berusting? Wie beter dan hijzelf wist er dat de zomer komen moest?! Dat ’t oosten vol zat van schoone dagen? Maar waarom kwamen ze dan niet? Waarom scheurde die zware, verdoemelijke mist niet open en trok de grijsheid niet op? De achtkantige boer teisterde alzoo zijn eigen omdat hij daar machteloos stond te poepgaaien en niets verpurren kon aan de dingen die in de lucht zitten. Van ’t eene eind van ’t jaar tot ’t andere, blijft het de koppige aanval en ’t zelfde terugstooten; altijd moet hij vechten en volhouden en op ’t einde blijven staan in gedweeë afwachting en de domme machten laten meesteren over zijn werk over zijn have en goed.“

 

Stijn Streuvels (3 oktober 1871 – 15 augustus 1969)

 


De Franse schrijver
Henri Alain–Fournier werd geboren op 3 oktober 1886 in Épineuil-le-Fleuriel (Cher). Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en ook alle tags voor Alain-Fournier op dit blog.

 

Uit: Le Grand Meaulnes

Cependant, auprès de Meaulnes, les deux vieilles femmes causaient:

“En mettant tout pour le mieux, disait la plus âgée, d’une voix cocasse et suraiguë qu’elle cherchait
vainement à adoucir, les fiancés ne seront pas là, demain, avant trois heures.

– Tais-toi, tu me ferais mettre en colère”, répondait l’autre du ton le plus tranquille.

Celle-ci portait sur le front une capeline tricotée. ‘Comptons! reprit la première sans s’émouvoir. Une
heure et demie de chemin de fer de Bourges à Vierzon, et sept lieues de voiture, de Vierzon jusqu’ici…”

La discussion continua. Meaulnes n’en perdait pas une parole. Grâce à cette paisible prise de bec, la
situation s’éclairait faiblement: Frantz de Galais, le fils du château – qui était étudiant ou marin ou
peut-être aspirant de marine, on ne savait pas… – était allé à Bourges pour y chercher une jeune fille et
l’épouser. Chose étrange, ce garçon, qui devait être très jeune et très fantasque, réglait tout à sa guise dans
le Domaine. Il avait voulu que la maison où sa fiancée entrerait ressemblât à un palais en fête. Et pour
célébrer la venue de la jeune fille, il avait invité lui-même ces enfants et ces vieilles gens débonnaires.
Tels étaient les points que la discussion des deux femmes précisait. Elles laissaient tout le reste dans le
mystère, et reprenaient sans cesse la question du retour des fiancés. L’une tenait pour le matin du lendemain. L’autre pour l’après-midi.

Ma pauvre Moinelle, tu es toujours aussi folle, disait la plus jeune avec calme.

– Et toi, ma pauvre Adèle, toujours aussi entêtée. Il y a quatre ans que je ne t’avais vue, tu n’as pas
changé”, répondait l’autre en haussant les épaules, mais de sa voix la plus paisible.

Et elles continuaient ainsi à se tenir tête sans la moindre humeur. Meaulnes intervint dans l’espoir d’en apprendre davantage:

“Est-elle aussi jolie qu’on le dit, la fiancée de Frantz?”

Elles le regardèrent, interloquées. Personne d’autre que Frantz n’avait vu la jeune fille. Lui-même, en revenant de Toulon, l’avait rencontrée un soir, désolée, dans un de ces jardins de Bourges qu’on appelle les Marais. Son père, un tisserand, l’avait chassée de chez lui. Elle était fort jolie et Frantz avait
décidé aussitôt de l’épouser. C’était une étrange histoire; mais son père, M. de Galais, et sa soeur Yvonne
ne lui avaient-ils pas toujours tout accordé!…”

 

Alain-Fournier (3 oktober 1886 – 22 september 1914)
In Epineuil, 1902

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e oktober ook mijn blog van 3 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.