Dolce far niente (Daan de Ligt, Jan Kal)

Dolce far niente

 


De “Zes min” van Bisschoppelijk College Schöndeln, Roermond

 

Reünie

de lange gangen met de vale tegels
-er hing nog steeds de geur van natte jassen-
leidden onveranderd naar de klassen
waar ik zuchtte onder strenge regels

ik had gezworen nooit terug te keren
tot ik die lijst zag met daarop jouw naam
het stille meisje bij het hoge raam
dat mij geduldig hielp Latijn te leren

je ogen glansden vurig als voorheen
dezelfde zachte stem, nog steeds verlegen
waarom gingen de wegen toch uiteen

ik voelde het werd tijd voor klare wijn
en zei wat ik die jaren had verzwegen:
we zijn nog niet aan ‘t eind van ons Latijn.

 

Daan de Ligt (Den Haag, 1953)

 

Oud-leerlingenorkest, eerste repetitie

‘Violen zijn de glans van een orkest,’
zei dirigent Ed Spanjaard, en ik kleurde.
Hoewel verguld dat hij mij waardig keurde,
vind ik het notenbeeld een rohrschachtest.

Maar naast me horend waar mijn blik naar speurde,
wordt Verdi mij na één keer manifest.
Tsjaikovski en Vivaldi volg ik best.
Poulenc is lastiger. En dan Van Beurden!

Ed, dat ik mee mag doen op mijn viool
bij ’t zesde eeuwfeest onzer oude school,
doet mij nog meer dan dat ik toch al wist.

Maar na ’t concert berg ik hem in de kist
tot over tien of vijfentwintig jaar.
Ben ik niet zelf gekist, dan zit ik klaar.

 


Jan Kal (
Haarlem, 18 december 1946)

 

Zie voor de schrijvers van de 16e september ook mijn blog van 16 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.