Dolce far niente (Daan de Ligt, Jan Kal)

Dolce far niente

 


De “Zes min” van Bisschoppelijk College Schöndeln, Roermond

 

Reünie

de lange gangen met de vale tegels
-er hing nog steeds de geur van natte jassen-
leidden onveranderd naar de klassen
waar ik zuchtte onder strenge regels

ik had gezworen nooit terug te keren
tot ik die lijst zag met daarop jouw naam
het stille meisje bij het hoge raam
dat mij geduldig hielp Latijn te leren

je ogen glansden vurig als voorheen
dezelfde zachte stem, nog steeds verlegen
waarom gingen de wegen toch uiteen

ik voelde het werd tijd voor klare wijn
en zei wat ik die jaren had verzwegen:
we zijn nog niet aan ‘t eind van ons Latijn.

 

Daan de Ligt (Den Haag, 1953)

Doorgaan met het lezen van “Dolce far niente (Daan de Ligt, Jan Kal)”

Frans Kusters

 

De Nederlandse schrijver Frans Kusters werd geboren in Nijmegen op 16 september 1949. Zie ook alle tags voor Frans Kusters op dit blog.

 

Uit: Hachee met sambal

 

‘En toen, ruim een jaar later, kreeg ik die prijs en verscheen mijn debuut en mijn kop stond in de kranten en die schreven dat het een interessant boek was en toen riepen zij, de vrienden en vriendinnen, dat zij het altijd al prachtig hadden gevonden.’
‘Ach ja, debuten’, merkte de uitgever op. Het zonlicht was uit de kamer verdwenen. Weer zwegen wij, om beurten naar Willem kijkend, zodat het erop leek dat we iets vermakelijks voor hem hadden ingestudeerd en het moment afwachtten waarop we hem daarmee konden verblijden.

(…)

 

‘Ach ja, debuten’, merkte de uitgever op.
Het zonlicht was uit de kamer verdwenen. Ik stond op en liep naar het erkerraam. Ik moest Vera bellen, nu, ogenblikkelijk, Frank zou mij met alle plezier voor een paar minuten in zijn kamer alleen willen laten, hortend en stotend en desnoods geloofwaardig jankend zou ik (eindelijk) bekennen dat ze gelijk had, dat ik niet zomaar vanwege het minste of geringste van haar weg kon gaan en dat de vertoning lang genoeg had geduurd. Ik liep terug naar mijn stoel en ging weer tegenover hem zitten. We bleven zwijgen, om beurten naar Willem kijkend, zodat het erop leek dat we iets vermakelijks voor hem hadden ingestudeerd en het moment afwachtten waarop we hem daarmee konden verblijden.

 

 


Frans Kusters (Nijmegen, 16 september 1949)