Dolce far niente (Amsterdam, Joost van den Vondel)

Dolce far niente

 

Gerrit Toorenburgh (1732–1785)

Gezicht op de Binnen-Amstel richting Blauwbrug met links het Diaconaal Weeshuis

 

 

Op Amstelredam

Het IJ en d’Amstel voeren de hoofdstad van Europe,
Gekroond tot Keizerin, des nabuurs steun en hope,
Amstelredam, die ’t hoofd verheft aan ’s hemels as,
En schiet, op Pluto’s borst, haar wortels door ’t moeras.
Wat waatren worden niet beschaduwd van haar zeilen?
Op welke markten gaat zij niet haar waren weilen?
Wat volken ziet ze niet beschijnen van de maan,
Zij die zelf wetten stelt de ganse Oceaan?
Zij breidt haar vleugels uit, door aanwas veler zielen,
En sleept de wereld in, met overladen kielen.
De welvaart stut haar Staat, zo lang d’aanzienlijkheid
Des Raads gewetens dwang zijn boze wil ontzeit.

 

Joost van den Vondel (17 november 1587 – 5 februari 1679)

 

Zie voor de schrijvers van de 10e augustus ook mijn blog van 10 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.