Hagar Peeters, Bertus Aafjes, August Vermeylen, Andrej Voznesensky

De Nederlandse dichteres Hagar Peeters werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1972. Zie ook alle tags voor Hagar Peeters op dit blog.

Raadsels van de regen

Wat is zelfgenoegzaam? Regen.
Wat is een kapstok? Een stille vriend.
Hoeveel gaten telt een knoop?
Het dubbele van een knoopsgat.
Wat wil dansen maar kan het niet? Regen.
Wat wil vuur zijn maar kan het niet worden? Regen!
Wat ligt daadwerkelijk stil? Het hart van een dode.
Wat klopt het hardst: het hart of de voet van de baby?

 

Denkend aan de dood

Ik heb zo vaak mijn eigen eind bedacht
dat het niet langer onverhoeds kan komen.

Het moet wel zijn zoals ik het voorzag;
de angstige uren in de nacht

zullen ten langen leste lonen
voor wie beseft dat van alle gedachten

die ooit werden gedacht die aan de dood
behoorden tot de meest gewone.

 

Bij Geboorte 1

Als opgebaard leven ligt daar de boreling.
Wie met hem te doen heeft, benijdt hem.

Nog nauwelijks het niets ontrukt
drukt hem al het juk van de vreugde

De pose naast de teddybeer
die opzichtig voor zijn beste vriend doorgaat.

De bezoekers koeren;
een hogere vorm van ademen.

Hagar Peeters (Amsterdam, 12 mei 1972)

 

De Nederlandse schrijver en dichter Bertus Aafjes (pseudoniem Jan Oranje) werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1914. Zie ook alle tags voor Bertus Aafjes op dit blog.

Twee parels

Twee parels aan een glooiing saamgegleden,
Zo lagen in omstrengeling van leden,
Op een rustbed van gloeiend karmijn,
Twee meisjes in verinnigd samenzijn;
Een als de een zich teder overboog,
Rees teerder nog de ander naar omhoog,
En als twee zwanen tot elkaar gegleden,
Omsnoerden zij elkaar de bleke leden …

En als twee zwanen, een bleek zusterpaar,
Bewegend licht, bevoeren zij elkaar,
Beheerst, in een stil vloeispel, in een vlijen
En als met zachte zwemvliezen de dijen
Wegwentelende, enkel vrezend om
Te diepe dracht in spiegelgladde kom
Van schoot, opdat door de beroering niet
De diepe drift de vijveren verliet.

 

De vogel

Ik lig vaak onbetoverd in de warme
Nachten, als voor de tweede maal weer kind,
Met losse benen en met losse armen,
Nu ik u niet meer te omhelzen vind.

De maan draait langzaam aan de open hemel
Gelijk een gouden scheepje over zee;
De sterren in hun eeuwenoud gewemel
Drijven als kleine waterlelies mee.

Dan vliegt gij soms door ’t open venster binnen
Gelijk een vogel die vergaat van dorst;
Ik voel uw voetjes tripplen door het linnen;
Snel drinkt gij aan de vijver van mijn borst.
Gij vouwt uw vleugels samen rond mijn hart,
Eer gij verdwijnt in ’t nachtlijk blauw en zwart

Bertus Aafjes (12 mei 1914 – 22 april 1993)

 

De Vlaamse schrijver, dichter, kunsthistoricus en politicus August Vermeylen werd geboren in Brussel, op 12 mei 1872. Zie ook alle tags voor August Vermeylen op dit blog.

 

Uit: Heimwee

Hij werd wakker, zijn hoofd zwaar, als in watergesoes, onbewust, half in dien droom nog, – met onbekende & onrustige vergezichten, wegen uitschuivend naar vèr-weg…

De flauwe morgen die in de kamer was ging vóór zijn oogen open. De dingen stonden in donkervaag gelijn, alles vast wezenlijk. Hij voelde zich zoo moê-beklemd, laf van zijn vleesch, heel zijn lichaam af-moê, & wendde zich nog eens om in sluimering, & bleef wat liggen op den rug lang-uit, starend. En een logge moeite om eindelijk uit het bed te glijden. Onzeker gemijmer, griezelig & verkleumd, in het hoofd.

Weer een dag die begon! De morgen schaduwde het lange kruis der vensterramen op de vaal afgetaande rolgordijnen, waaronder een licht oudwit, een matte mistlicht doorspleet, & vulde met diffuze bleekheid – glimmig op een somber meubel – tusschen het opgaan der wanden de héél-stille & toeë tapijtkamer.

Die kamer scheen hem zoo vreemd, alsof daar zooeven iets gebeurd ware, alsof daar nog een ontastbare aanwezigheid…

Hij ging kijken naar de pendule op de marmerschouw – een verouderde pendule met onuitstaanbare bizonderheden, haar insektgetik cadanseerde het stilzwijgen langdurig, in de holle kamer. Het was bijna zeven uur. Hij begon zich te kleeden, treuzelig, gedachtenijl.

Een dag als gisteren, als morgen; alles wezenlijk, gewoon. En, toen hij de gordijnen optrok, hetzelfde licht – als gisteren, als morgen – dat zich op dezelfde zwaardonkere ladetafel, en glad op dien killen spiegel, vaststelde – uitgeschenen op de afgegane bloemen der deurbehangsels, & wat gelend dien ivoren Christus boven ’t bed, met een glansje op zijn puntige knieën.“

 

August Vermeylen (12 mei 1872 – 10 januari 1945)

Borstbeeld in Middelheim, Antwerpen

 

De Russische dichter Andrej Andreyevich Voznesensky werd geboren in Moskou op 12 mei 1933. Zie ook alle tags voor Andrej Voznesensky op dit blog.

The Antiworlds

There is Bukashkin, our neighbor,
in underpants of blotting paper,
and, like balloons, the Antiworlds
hang up above him in the vaults.

Up there, like a magic daemon,
he smartly rules the Universe,
Antibukashkin lies there giving
Lollobrigida a caress.

The Anti-great-academician
has got a blotting paper vision.

Long live creative Antiworlds,
great fantasy amidst daft words!
There are wise men and stupid peasants,
there are no trees without deserts.

There’re Antimen and Antilorries,
Antimachines in woods and forests.
There’s salt of earth, and there’s a fake.
A falcon dies without a snake.

I like my dear critics best.
The greatest of them beats the rest
for on his shoulders there’s no head,
he’s got an Antihead instead.

At night I sleep with windows open
and hear the rings of falling stars,
From up above skyscrapers drop and,
like stalactites, look down on us.

High up above me upside down,
stuck like a fork into the ground,
my nice light-hearted butterfly,
my Antiworld, is getting by.

I wonder if it’s wrong or right
that Antiworlds should date at night.
Why should they sit there side by side
watching TV all through the night?
They do not understand a word.
It’s their last date in this world.
They sit and chat for hours, and
they will regret it in the end!
The two have burning ears and eyes,
resembling purple butterflies…

…A lecturer once said to me:
“An Antiworld? It’s loonacy!”

I’m half asleep, and I would sooner
believe than doubt the man’s word…
My green-eyed kitty, like a tuner,
receives the signals of the world.

 

Vertaald door Alec Vagapov

Andrej Voznesensky (12 mei 1933 – 1 juni 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e mei ook mijn vorige blog van vandaag.