Romain Gary, Edmund Wilson, Peter Benchley, James Worthy

 De Franse schrijver, vertaler regisseur en diplomaat Romain Gary werd geboren op 8 mei 1914 in Vilnius, Litouwen. Zie ook alle tags voor Romain Gary op dit blog.

 

Uit: La promesse de l’aube

„Je restai là, le cigare idiot aux lèvres, avec ma veste de cuir, ma casquette sur l’oeil, mon air dur, mes mains dans les poches, cependant que la terre entière devenait soudain un lieu inhabité. C’est de cela que je me souviens surtout aujourd’hui: une sensation d’étrangeté, comme si les lieux les plus familiers, le sol, les maisons et toutes les certitudes fussent devenues autour de moi une planète inconnue où je n’avais jamais mis les pieds auparavant. Tout mon système de poids et mesures s’écroulait d’un seul coup. J’avais beau me dire que les belles histoires d’amour finissent toujours mal, j’avais cru malgré tout que la mienne finirait mal aussi, mais après justice rendue. Que ma mère pût mourir avant que j’eusse le temps de me jeter dans le plateau de la balance pour la redresser, pour rétablir l’équilibre et démontrer ainsi clairement, irréfutablement, l’honorabilité du monde, témoigner de l’existence, au coeur des choses, d’un dessein honnête et secret me paraissait une négation de la plus humble, de la plus élémentaire dignité humaine, comme une interdiction de respirer. Je n’ai pas besoin d’insister auprès de mes lecteurs sur l’extrême jeunesse dont une telle attitude témoignait. Je suis, aujourd’hui, un homme expérimenté. Je n’ai pas besoin d’en dire plus, on a compris.“

 

Romain Gary (9 mei 1914 – 2 december 1980)

 

 

De Amerikaanse schrijver en criticus Edmund Wilson werd geboren op 8 mei 1895 in Red Bank, New Jersey. Zie ook alle tags voor Edmund Wilson op dit blog.

 

Uit: The Sixties

„It is as if I had ended by subsiding into this comfortable and familiar atmosphere when I ought to be doing other things. [ Wilson spent the 1964-65 academic year at the Wesleyan Center for Advanced Studies. ] I had meant to do so much with Russian, but have only read Nabokov’s Onegin and started on, but not finished, Oblomov. Wellfleet, Summer 1966

These awards I am getting make me rather nervous. [ Wilson had received the National Medal for Literature and an award from the American Academy of Arts and Sciences. ] They mean that I am an O.K. character like Thornton Wilder. When I think about how stupid old frauds like Herbert Hoover and John F. Dulles get buildings and things named after them, without people’s seriously protesting or considering it inappropriate, I realize that an accepted reputation can be derived from no real merit whatever. In Jordan, Spring 1967

Now that I can see far behind and a little beyond, the period of my own life and in fact that of known history seems to me extremely retreci [ shrunken ] . I used to find history exciting and shall continue to read it, but I now feel that I know more or less the kind of things that happen. The closer to life you get, the more the great events diminish; the easier transportation and communication become, the less strange other places and peoples seem. (I am writing this in Jordanian Jerusalem and am not at ease with the Arabs, but since I was here last, this part of the city has been modernized and is more like any Western city.)“

 


Edmund Wilson (8 mei 1895 – 14 juni 1972)

Portret door Richard Merkin

 

De Amerikaanse schrijver Peter Benchley werd geboren in New York City op 8 mei 1940. Zie ook alle tags voor Peter benchley op dit blog.

 

Uit:Shark Trouble

“Then there’s the oceanic whitetip, whose Latin name so aptly describes the creature that I’ll burden you with it: C. Iongimanus, or “long-hands.” This shark’s pectoral fins are extraordinarily long and graceful, resembling the wings of a modern fighter jet. Longimanus tends to stay in the deep ocean, and nobody on earth has the vaguest notion about total numbers of long-hand attacks because the people they do attack are either adrift, alone, or survivors of shipwrecks, who don’t much care what species of shark it is that’s harassing them. I’d bet that many of the crewmen of the Indianapolis, in 1945, were killed by long-hands, but no one will ever know.

I do know, however, that longimanus is unpredictable, scary, and demonstrably capable of killing a human. There’s a story about one that attacked two U.S. Navy divers in the deep waters of the Tongue of the Ocean in the Bahamas. The shark took a big bite out of one of the divers and then, as the diver’s mate fought it for possession of his friend, dragged the diver into the abyss. Finally, at a depth of about three hundred feet—far beyond safe scuba depth—the mate had to choose between letting go of his friend and dying himself, and he watched as shark and body disappeared into the gloom.

Long-hands are my personal betes noires—one of the few species of shark of which I am genuinely and viscerally afraid. A couple of decades ago one made an honest effort to eat me. I don’t blame the shark for trying, because my situation fell well within the bounds of Stupid Things You Should Avoid at All Costs, but the near-miss scared me— and scarred me permanently— nevertheless.”

 

Peter Benchley (8 mei 1940- 11 februari 2006)

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Nederlandse schrijver James Worthy werd geboren in Amsterdamin 1980. Zie ook alle tags voor James Worthy op dit blog.

 

Uit:James Worthy

De ontwakende zon gebruikt het IJ als spiegel terwijl de maan voor pampus ligt. Amsterdam is op dit soort momenten op haar mooist, jammer alleen dat de mensen rond dit tijdstip op hun lelijkst zijn. Een reiger in een halfgezonken roeibootje spreidt trots zijn vleugels.

Ik wil hem bedanken voor het schouwspel en schop mijn suikervrije kauwgom in zijn richting.

‘Haat je mij?’ vraagt Pete.

Ik aai hem over zijn bol. ‘Ja, ik haat je. Het liefst zou ik je hier ter plekke neer willen steken met een schroevendraaier. Diep in de halsslagader. Verrukkelijk. Maar, beste Pete, ik haat mezelf nog veel meer. Jij hebt Polly niet van me afgepakt, ik heb haar weggejaagd.’

Om en nabij het Scheepvaartmuseum spot ik twee aan lager wal geraakte types, van die voortandmissende aderzoekers. Eentje komt me bekend voor, ik heb hem twee weken geleden nog vijftig cent gegeven omdat hij zo nodig zijn dealer moest bellen. De ander, die in verregaande staat van ontbinding lijkt te verkeren, kijkt ons strak aan en heeft een verroest fietsslot in zijn handen. ‘Hebben jullie misschien wat kleingeld voor ons?’

Normaliter geef ik junks altijd wel een kleinigheidje, niet eens zozeer omdat ik hun levensstijl support, maar van een tevreden junk heb je gewoonweg minder last. Een tevreden junk gaat naar een rustig plekje, zoekt een ader in één van zijn schriele armpjes en is voor korte tijd een tevreden medemens. Een ontevreden junk daarentegen valt uit pure wanhoop onschuldige voorbijgangers in lange

jassen aan met een fietsslot.“

 

James Worthy (Amsterdam. 1980)

 

Voor nog meer schrijvers van de 8e mei zie ook mijn blog van 8 mei 2011 deel 2 en eveneens deel 3.