Marge Piercy, Angela Kreuz, Peter Motte, Judith Rossner, Rob Boudestein

 

De Amerikaanse schrijfster en feministe Marge Piercy werd geboren op 31 maart 1936 in Detroit. Zie ook alle tags voor Marge Piercy op dit blog.

 

 

My Mother’s Body

 

1.
The dark socket of the year
the pit, the cave where the sun lies down
and threatens never to rise,
when despair descends softly as the snow
covering all paths and choking roads:

then hawkfaced pain seized you
threw you so you fell with a sharp
cry, a knife tearing a bolt of silk.
My father heard the crash but paid
no mind, napping after lunch

yet fifteen hundred miles north
I heard and dropped a dish.
Your pain sunk talons in my skull
and crouched there cawing, heavy
as a great vessel filled with water,

oil or blood, till suddenly next day
the weight lifted and I knew your mind
had guttered out like the Chanukah
candles that burn so fast, weeping
veils of wax down the chanukiya.

Those candles were laid out,
friends invited, ingredients bought
for latkes and apple pancakes,
that holiday for liberation
and the winter solstice

when tops turn like little planets.
Shall you have all or nothing
take half or pass by untouched?
Nothing you got, Nun said the dreydl
as the room stopped spinning.

The angel folded you up like laundry
your body thin as an empty dress.
Your clothes were curtains
hanging on the window of what had
been your flesh and now was glass.

Outside in Florida shopping plazas
loudspeakers blared Christmas carols
and palm trees were decked with blinking
lights. Except by the tourist
hotels, the beaches were empty.

Pelicans with pregnant pouches
flapped overhead like pterodactyls.
In my mind I felt you die.
First the pain lifted and then
you flickered and went out.

 

 

 

Marge Piercy (Detroit, 31 maart 1936)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Angela Kreuz werd geboren in Ingolstadt op 31 maart 1969. Zie ook alle tags voor Angela Kreuz op dit blog.

 

Uit: Ein Paar rote Schuhe

 

Heute mache ich es, dachte ich. Ich saß bei MäcDoof an einem Tisch vor der Fensterfront und starrte in die Auslage des Schuhladens gegenüber. Ein rotes Paar Schuhe, um das ich schon seit Tagen herumgeschlichen war, stand in der Mitte auf einem Stufengestell und leuchtete verführerisch aus dem Schaufenster heraus. Wenn ich genau hinhörte, flüsterte es: Hole mich, zieh mich an, geh mit mir in die Disko, egal, was es dich kostet. Und wenn es dich nichts kostet, umso besser.

‚Warum-warum‘ fragst du? Gott, wie ich diese Frage hasse. Die Frage ist falsch, falsch ist sie. Ich weiß nicht, was richtig ist, will es gar nicht wissen. Soll ich mir lieber mein Gesicht anschauen, das sich in der Scheibe spiegelt? Mich in seine pickelige Trostlosigkeit vertiefen und mir über den trotzig verzogenen Mund Gedanken machen?

Ich gehe jetzt rüber, dachte ich, doch als ich eine Frau um die fünfzig mit einem kleinen Scheißer an der Leine auf das Geschäft zusteuern sah, wartete ich noch ein bisschen. Sie hatte einen Pelzmantel an und trug ihre dunklen Haare hochgesteckt; ich tippte auf viel Goldschmuck, was ich von hier aus ja nicht sehen konnte. Die Alte parkte ihren Hund vor dem Fahrradständer und trat sich hinter der Glastüre den Schnee von den hochhackigen Schuhen ab. Man kann zu gut von der Straße aus in den Laden reinsehen, dachte ich, der ist eigentlich keine gute Wahl.“

 

 


Angela Kreuz (Ingolstadt, 31 maart 1969)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver, vertaler en publicist Peter Motte werd geboren in Geraardsbergen op 31 maart 1966. Zie ook alle tags voor Peter Motte op dit blog.

 

 

Het ding


Het was niet eens een ding.

Het was een hoop,

een rest,

neergedruipt van rond de kaarsvlam.

Maar het werd

autootjes,

en bootjes,

en hondjes

‑ onze nukkige hond dwong ons tot de schuine kop ‑

en boompjes en zelfs bomen,

en huisjes

‑ want onze zus wou haar poppen onder dak.

En, ja, ook poppen.

Maar we noemden ze

politieagenten,

en bakkers,

en brandweerlieden.

Maar geen calavera,

want dat kenden we niet

‑ en kerkhoven negeerden we nog.

En iemand probeerde uit het gele druipsel de zon te kneden,

maar we vonden alledrie de witte maan mooier.

 

En toen kwam een keuze.

Het ding zonder vorm,

de rest,

het afval,

moest weg,

als we iets anders wilden.

Iets beters.

We schoven de hoop naar zijn uitgestelde rustplaats,

en ontvingen een ding,

een pakje,

met letters in regenboogkleuren,

die hobbelend ‘boetseerklei’ spelden.

 

De nieuwe auto’s reden niet,

de boten voeren niet,

er werd niets meer gebouwd,

er kon niets meer groeien,

en niets leek nog echt

 

Alleen de hoop had dat gekund:

alles tonen

wat wij verzonnen

– in de pauze van zijn bestaan.

 

 



Peter Motte (Geraardsbergen, 31 maart 1966)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Judith Rossner werd geboren als Judith Perelman op 31 maart 1935 in New York. Zie ook alle tags voor Judith Rossner op dit blog.

 

Uit: Perfidia

 

„She said he didn’t love me or anybody, but I don’t think I could tell when I was little. For a long time I thought of him sweetly. By the time my mother and I settled in Santa Fe, his study was the only part of the house I remembered. Book-lined walls, huge desk with orderly stacks of paper, maroon-background Oriental rug. When she was busy, I would stay in there with him, drawing, looking at picture books, being read to, taking my nap. (I could read by the time I was four but I still wanted him to read to me.) Someone gave me a wooden puzzle map of the United States. Each state was one piece. I think my mother learned where the different states were from doing that puzzle with me. I don’t know how much more she knew about any of them when she picked me up and left.
In the months that we were on the road, I would dream that I was in my father’s study, but it was all right when I awakened because my mother was next to me in bed. Once we got to Santa Fe, my mother was in bed with Wilkie, and when I awakened, nobody was there.“

 

 

Judith Rossner (31 maart 1935 – 9 augustus 2005)

New York

 

 

 

De Nederlandse dichter Rob Boudestein werd geboren op 31 maart 1947 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 31 maart 2010 en ook mijn blog van 31 maart 2011.

 

 

Kwatrijn

Was ik Rimbaud, ik zag kalessen, draken
tamboers, een mijnstreek, galerijen, staken.
Maar nu zie ik wat weiland met een koe,
meer kan ik er waarachtig niet van maken.

 

 

 

Aftelversje

Ze hadden heel de wereld klop gegeven
en lazen Holland nou eens mooi de les:
vier Belgen, inclusief reserves zeven.

Een heeft maar kort plezier van het succes:
Pierre Bellemans. Zijn levenloze lijf
vond men in bed. Toen waren er nog zes.

Dan sneuvelt in dit bikkelhard bedrijf
Louis Verreydt. Zijn hart had op papier
nog vijftig jaar. Toen waren er nog vijf.

Een nieuwe prooi in Knekelman’s vizier:
Demeyer, Marc stapt af. Bij autopsie
bleek hartstilstand. Toen waren er nog vier.

En Ludo Vanderlinden? Ook fini.
Zijn hart. What else? Nu zijn er dus nog drie.

 

 

 

Rob Boudestein (Den Haag, 31 maart 1947)