Hafid Bouazza, Jeffrey Eugenides, A. Marja, John McPhee

 

De Marokkaans-Nederlandse schrijver Hafid Bouazza werd geboren op 8 maart 1970 in Oujda, Marokko. Zie ook alle tags voor Hafid Bouazza op dit blog.

 

Uit: Toen Jahweh nog een vriendin had

 

“De felle strijd tussen de twee groepen en andere latere schisma’s en gevechten deden de genoemde geschiedschrijver Ammianus verzuchten: “Geen enkel wild beest is zo vijandig jegens de mensheid als sommige van de Christenen in hun beestachtigheid jegens elkaar.” Eenzelfde bittere onderlinge haat vinden we ook bij de moslims en wel tussen de sjieten en de soennieten: de oorzaak van die strijd is onenigheid over wie Mohammed had moeten opvolgen. Ook Constantijn maakte zich grote zorgen over de tweestrijd, maar op een paganistische manier: hij vreesde dat God misnoegd zou raken door deze twist en Zijn gunsten zou tergtrekken. Zijn pogingen de twee groepen met elkaar te verzoenen waren echter tevergeefs.

In februari 360 wordt Julianus door zijn troepen in Parijs tot Augustus uitgeroepen, dat is de titel van de heerser over het gehele Romeinse rijk. In november van hetzelfde jaar vaardigt deze onverzorgde man van zelfspot en ironie; hij kreeg de bijnaam Cercops, naar het mythische mensenras dat door Jupiter in apen was veranderd – een edict uit ten gunste van het paganisme en beveelt de opening van de oude heidense tempels. Ook wordt het verbod op allerlei voorspellingen opgeheven. Hij was nogal verbitterd over de moraal van de christenen, zoals hij die had leren kennen, toch stond hij een samenleving voor waarin plaats was voor religieuze verscheidenheid.

De beschrijving van deze man van letteren, van dromen en dagdromen, leest als de beschrijving van een kunstenaar, hij vertoonde dezelfde verstrooidheid en gebrek aan belangstelling voor zijn uiterlijk als Stephan Daedalus in Ulysses. Hij stierf op 26 juni 363 tijdens een oorlog tegen Shapur II, de keizer van Perzië. Historici verschillen van mening over de oorzaak en dader, die hem met een speer de lever doorboorde: een Christuswond. Een theorie luidt dat het – verdomd als het niet waar is -–een Arabier was, een bedoeïen die in opdracht handelde, maar van wie? (Bedoeïenen waren vaardige speermakers- en –werpers.) Zijn dood betekende het einde van het heidendom, dat slechts nog beleden werd in de uithoeken van het Romeinse rijk, ironisch genoeg op het Arabische schiereiland waar na twee eeuwen een andere man zou opstaan om de genadeklap te geven aan de tolerantie en kleurrijkheid van het paganisme, een man van een agressief monotheïsme, Mohammed genaamd.“

 

 

Hafid Bouazza (Oujda, 8 maart 1970)

Continue reading “Hafid Bouazza, Jeffrey Eugenides, A. Marja, John McPhee”

Mouloud Feraoun, Harry Thürk, Juana de Ibarbourou, Dominic Angeloch

 

De Algerijnse schrijver Mouloud Feraoun werd geboren op 8 maart 1913 in het bergdorp Tizi Hibel, Kabylie. Zie ook mijn blog van 8 maart 2010 en ook mijn blog van 8 maart 2011.

 

Uit: Le fils du pauvre

 

„L’année même où il perdit ses tantes, alors qu’ils souhaitaient tous un peu de bonheur, Fouroulou eut un frère, qu’on appela Dadar, et dont la venue réveilla la rage impuissante de Helima.

Fouroulou en perdant son titre de fils unique prit celui d’aîné qui comporte, lui expliqua-t-on, certains devoirs pour l’avenir, quand le petit sera grand, et beaucoup d’avantages dans le présent. Pour

commencer, il eut sa part de toutes les bonnes choses (oeufs, viande, galette) que sa mère mangea pour guérir. Plus tard, le petit ayant symboliquement sa part de tout ce qui se partageait, on faisait mine de le lui donner et la main déviait vers Fouroulou qui recevait ainsi deux fois plus que les autres. Les soeurs n’avaient rien à dire: un frère peut bien céder ce qui lui revient à son aîné. Tant pis pour elles si elles ne sont que des filles.

Voilà donc au complet la famille Menrad. Sept personnes. Une seule travaille et rapporte. C’est le père. Il se démène comme un diable, ne perd aucune journée, ne se permet et ne permet à personne aucun luxe. Il tremble à l’approche des « aïds » qui engloutissent les sous. Il tremble à l’approche de l’hiver qui engloutit les provisions. Fouroulou, son frère et ses soeurs grandissent comme ils peuvent.

Mais, somme toute, ils passent ainsi une période paisible dont Fouroulou ne garde qu’un vague souvenir. Il ne se rappelle avec précision que les mauvais moments de son enfance. Il avait onze ans

environ lorsque son père exténué par la fatigue tomba gravement malade. C’était la fin de la saison des figues. Ramdane avait passé auparavant toutes les nuits au champ, surveillant le séchoir. Un

matin, il remonte à la maison les yeux enfoncés dans leurs orbites, le corps brûlant, les lèvres blanches.“

 

 

Mouloud Feraoun (8 maart 1913 – 15 maart 1962)

 

Continue reading “Mouloud Feraoun, Harry Thürk, Juana de Ibarbourou, Dominic Angeloch”