Kader Abdolah, Susanna Tamaro, Sophie Kinsella, Vassilis Alexakis, Ahmad Shamlou

De Iraanse schrijver Kader Abdolah (pseudoniem van Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Farahani) werd geboren in Arak op 12 december 1954. Zie ook mijn blog van 12 december 2008 en ook mijn blog van 12 december 2009 en ook mijn blog van 12 december 2010.

 

Uit: De Koning

„De sjah had een zware erfenis gekregen van zijn vader.
De situatie in het land was slecht, de schatkist was leeg, het leger verkeerde in een armzalige staat, de bevolking was grotendeels analfabeet en leefde in armoede en onzekerheid. En altijd dreigde er oorlog aan de grens met India, waar de Britten de macht in handen hadden.
Het waren allemaal kwesties die de sjah tijdens zijn koningschap zou moeten aanpakken, maar hij wist niet hoe en hij liet het liever aan zijn vizier over. Mirza Kabir had wel een plan, een groots plan waar hij de instemming van de sjah voor nodig had. Zolang de sjah met zijn eigen zaken bezig was, had de vizier zijn handen vrij om voorbereidingen te treffen die nodig waren om zijn ideeën wat betreft hervormingen en de ontwikkeling van het land te realiseren.

De eerste zorg van de koning was de huisvesting van zijn vrouwen. Zijn vader had meer dan 1.200 vrouwen in zijn harem gehad, maar sjah Naser had er slechts 230. Ze waren nu al ruim twee weken onderweg om van de Russische grensstad Tabriz naar Teheran te komen.
De sjah ontving Ghadje Bashi, de baas van zijn harem. De vader van deze man was een trouwe knecht van de overleden koning geweest en hij had zijn zoon, toen hij nog een kind was, laten castreren zodat deze later als eunuch in de harem zou kunnen werken. Toen de jongen volwassen was, stuurde de oude koning hem naar Tabriz om in de harem van de kroonprins dienst te doen. Zijn trouw bezorgde hem later de titel Ghadje, een hoge koninklijke onderscheiding voor een eunuch.
Ghadje Bashi kreeg rechtstreeks opdrachten van de sjah en na de sjah had hij het voor het zeggen in de harem. Alles wat de vrouwen nodig hadden, werd door hem verzorgd. Zonder zijn toestemming mocht geen enkele vrouw een stap buiten de harem zetten. Ghadje bewaakte de toegang. De sjah kon via een doorgang van de harem naar zijn slaapkamer gaan.
Ghadje was nu door de sjah ontboden om verslag uit te brengen over de nieuwe huisvesting. De sjah stond midden in de spiegelzaal toen zijn hofmeester, een zwijgzame man in een lange zwarte strakke jas, vroeg of hij Ghadje Bashi mocht binnenlaten. De sjah knikte.“

 

Kader Abdolah (Arak, 12 december 1954)

Doorgaan met het lezen van “Kader Abdolah, Susanna Tamaro, Sophie Kinsella, Vassilis Alexakis, Ahmad Shamlou”

Gustave Flaubert, John Osborne, Beat Sterchi, Hans Keilson

De Franse schrijver Gustave Flaubert werd op 12 december 1821 geboren in Rouen. Zie ook alle tags voor Gustave Flaubert op dit blog.

 

Uit: Madame Bovary (Vertaald door Hans van Pinxteren)

„Soms bedacht zij dat dit toch de mooiste dagen van haar leven waren, de wittebroodsweken, zoals dat heette. Om daar ten volle van te genieten hadden zij beslist een reis moeten maken naar zo’n land met een klinkende naam, waar het nietsdoen van de eerste huwelijksdagen zoveel zaliger is! In postkoetsen, achter blauw-zijden gordijntjes, rijdt men stapvoets de steile wegen op, terwijl het lied van de postiljon in de bergen weerklinkt, met het geklingel van de geitebel en het gedaver van de waterval. Bij zonsondergang ademt men aan de baai de geur van citroenen in; en ’s avonds, op het terras van een villa, kijkt men samen, de handen ineengestrengeld, naar de sterren en maakt plan- nen voor de toekomst. Er waren bepaalde streken op aarde, meende zij, waar het geluk tot bloei komt, als een plant die speciaal aan die bodem is gehecht en die nergens anders goed gedijt. Kon zij maar in een Zwitsers chalet over het balkon leunen, of zich vol weemoed opsluiten in een Schotse cottage, met een echtgenoot in een zwartfluwelen kostuum met lange panden, die soepele laarzen draagt, een spitse hoed en kanten kragen. Wellicht had zij graag eens vertrouwelijk over dit alles gepraat. Maar hoe geef je uiting aan een vaag gevoel van onvrede, dat even veranderlijk is als de wolken en wervelend als de wind. Daartoe ontbraken haar de woorden, de gelegenheid, de moed. En toch, als Charles het maar had gewild, als hij het had aangevoeld, als zijn blik ook maar één keer haar gedachte tegemoet was gekomen, dan zou, meende zij, haar hart zich ineens hebben uitgestort, zoals een overvloed van rijpe vruchten uit de fruitboom valt zodra je je hand ernaar uitstrekt. Maar naarmate de intimiteit in hun leven vastere vormen aannam, vervreemdde zij innerlijk van hem, waardoor hij steeds verder van haar af kwam te staan. Charles’ gesprekken waren zo vlak als de stoep in de straat waarover de ideeën van alleman kuierden in alle- daagse kleren, niet in staat om enige emotie te wekken, geen lach, geen illusie. Toen hij studeerde in Rouen, had hij, zei hij, nooit zin gehad om in de schouwburg te gaan kijken naar de toneelspelers uit Parijs. Hij kon niet zwemmen, niet schermen, niet schieten, en op een dag kon hij haar een ruiterterm, die zij was tegengekomen in een roman, niet verklaren. Maar een man diende toch juist alles te weten?„

 

Gustave Flaubert (12 december 1821 – 8 mei 1880)

Standbeeld in Trouville-sur-mer

Doorgaan met het lezen van “Gustave Flaubert, John Osborne, Beat Sterchi, Hans Keilson”

Shrinivási, Christian Dotremont, Tsjingiz Ajtmatov, Manès Sperber, Else Buschheuer, Patrick O’Brian

De Surinaamse dichter Shrinivási werd geboren op 12 december 1926 op de grond Vaderszorg, Kwatta, in het district Beneden-Suriname. Zie ook mijn blog van 12 december 2006 en ook mijn blog van 12 december 2008 en ook mijn blog van 12 december 2010.

 

marie pompoen

Goud en donker

als de troepiaal is mijn hart

als de wind speelt in de bomen

een dartele toemba

vandaag zingt de zee

nabij jouw huis

waarom?

Laat de zee zingen

haar mond kan niemand snoeren

haar ogen niet verbieden

open te staan

haar armen niet weigeren

om dit land te omhelzen

Laat de wind spelen en

om jouw huis drentelen

verlegen maar ongezien

en praten met jou

in je oor fluisteren

woorden van weleer

goud en donker

waarom?

En waarom in je ring

die druppel bloed

en waarom in je ogen

een doffe aanwezigheid

en waarom in je handen

de onvrijheid

van de slaaf

waarom?

Goud en donker

als de troepiaal

is mijn hart

maar vandaag sluit ik

mijn ogen;

voor zijn zang alleen

in de goudgedreven morgen

staan mijn oren open

want dan ervaar ik jou

als je land en

de zingende zee;

als je land en

de wenkende wind;

als je land en

de lonkende zon.

 

Shrinivási (Vaderszorg, Kwatta, 12 december 1926)

Doorgaan met het lezen van “Shrinivási, Christian Dotremont, Tsjingiz Ajtmatov, Manès Sperber, Else Buschheuer, Patrick O’Brian”