Andrea De Carlo, Naguib Mahfouz, Marco Kugel, Annette von Droste-Hülshoff

De Italiaanse schrijver.Andrea De Carlo werd geboren in Milaan op 11 december 1952. Zie ook mijn blog van 11 december 2008 en ook mijn blog van 11 december 2009 en ook mijn blog van 11 december 2010.

 

Uit:Als Durante kam (Vertaald door Maja Pflug)

„Am 19. Mai nachmittags um vier Uhr zwanzig saß ich bei einer Arbeitspause auf der Wiese vor dem Haus, ohne an etwas Bestimmtes zu denken. Das Thermometer, das in dem Bogen zwischen Haus und Werkstatt hing, zeigte siebenundzwanzig Grad im Schatten, doch in der Sonne waren es mindestens dreißig. Mein Kopf brannte, die Augen schmerzten beinahe. Das zum Teil schon verdorrte Gras pikte mich an Fußsohlen und Knöcheln. Mücken, Bienen und andere Insekten unterschiedlicher Größe ließen sich auf mir nieder oder summten um mich herum. Ab und zu wedelte ich mit den Händen, um sie zu verjagen; ich atmete langsam. Manchmal fuhr auch ein leichter Luſthauch

durch die Schwüle und kräuselte die schwache Welle von electric blues, die aus den Fenstern drang. Stieglitze, Buch – finken und Turteltauben mit Halsband sangen in den Bäumen und Büschen; die Hügellandschaſt rundherum war bezaubernd wie immer, obgleich die Farben durch die lange Trockenheit und das grelle Licht schon etwas verblasst waren. Insgesamt hätte ich sagen können, dass negative und positive Empfindungen sich die Waage hielten, vielleicht überwogen die negativen ein ganz klein wenig, was der Hitze und der Langeweile geschuldet war, die sich hinter meiner Gedankenlosigkeit anstauten.

Dann hörte ich ein Auto die Schotterstraße herunterkommen und sprang auf. Oscar, der Hund, begann zu bellen: kurze, tiefe Laute, in rhythmischen Abständen. Astrid, meine Freundin, streckte den Kopf aus einem der offenen Fenster und fragte: »Wer ist das?«

»Keine Ahnung!«, antwortete ich, während ich im Gras herumstolperte und nach meinen Filzschlappen tastete, die am großen Zeh schon ganz durchlöchert waren.

Ich ging an die Stelle, wo das steile Sträßchen die Ebene des Hauses erreicht, mit den zwiespältigen Gefühlen dessen, der weitab von der Geschäſtigkeit der urbanen Gesellschaft lebt und die ständige Begegnung mit Menschen nicht mehr gewohnt ist: genervt, beunruhigt, neugierig, instinktiv auf Verteidigung meines Reviers eingestellt. Oscar bellte aufgeregter und zerrte an der gestrafften Kette. Zwischen den Sauerkirschbäumen, Heckenrosen, dem wilden Fenchel und dem hohen Gras tauchte ein kleines weißes Auto auf und hielt ein paar Meter vor mir. Auch ich blieb abrupt stehen, alle Muskeln meines Körpers und meines Gesichts angespannt, mir plötzlich meines verwaschenen

militärgrünen T-Shirts und meiner ausgebeulten schwarzen Leinenhose bewusst, den Kopf schon voller verneinender und abwehrender Gesten und Sätze.“

 

Andrea De Carlo (Milaan, 11 december 1952)

Doorgaan met het lezen van “Andrea De Carlo, Naguib Mahfouz, Marco Kugel, Annette von Droste-Hülshoff”

Paul Rigolle, Ludwig Laher, Janko Ferk, Alain de Benoist, Aleksandr Solzjenitsyn

De Vlaanse dichter Paul Rigolle werd geboren in Roeselaere op 11 december 1953. Zie ook mijn blog van 11 december 2010.

 

Krijger (Brugge-Damme en terug)

Op de oevers zal men wuiven. Water waarover
men lopen kan en dat gestold de beide steden bindt.
Met duizenden komen ze aangewaaid. Levensgroot,
alsof ze zichzelf hebben aangebonden, groeien ze
boven hun schoenen uit. Een bril, de muts diep
over de ogen, oren ingepakt, Winterhart. Niemand
kan hem zien. Wulken, oliebollen, warme wijn.
Nering, krijg de tering. Hou de klapschaats
aan de praat. Zachtjes buigend, een hand op de rug,
heeft hij zich gemengd. Krappe krijger. In het feest
van oude klare slijpt hij krijtwit zichzelf terug,
komt tenslotte voor het donker aan, versluisd,
verdoofd, als een brief in een bus.


Honing

Steden houden op waar het open veld begint.
Uitzicht hebben en plaats te vinden, huis
te houden is wat hem beweegt als wind.
Wat van ooit en toen dateert hangt zich aan muren op.
Foto’s, prenten, portretten in de galerij,

Stilte na de storm, vastgepinde tijd, alle nagels
trekken krom. Meer een man van stenen
dan van sterren vindt hij de stem, het woord terug

dat in hem verloren leek. De imker die de hamers
doorheen zijn ramen joeg, schuift gulzig aan.
Eet in hem de honing uit zijn droom.

 

Paul Rigolle (Roeselare, 11 december 1953)

Doorgaan met het lezen van “Paul Rigolle, Ludwig Laher, Janko Ferk, Alain de Benoist, Aleksandr Solzjenitsyn”

Ernst van Altena, Alfred de Musset, Christian Grabbe, Maximilian von Schenkendorf, Paul Kornfeld

De Nederlandse dichter, schrijver en vertaler Ernst van Altena werd geboren in Amsterdam op 11 december 1933. Zie ook mijn blog van 11 december 2008 en ook mijn blog van 11 december 2009 en ook mijn blog van 11 december 2010.

Bomen

In oktober zijn de bomen
van hun zomerwee bekomen
en ze zuchten dan: we zijn weer onder ons…..
Geen gebrom meer of geknetter, geen getetter of geschetter…
En ze kleden zich in feestlijk goud en brons.

En dan houden zij een party in het Spaanderswoud
met de varens en de mossen en het kreupelhout.
En ze lachen en ze bomen met elkaar.

Kijk, de eiken staan te prijken met hun bruine, brede kruinen.
De kastanje met oranje kroonjuwelen….
En de vlieren staan gevieren
populieren te versieren.
bij de vennen kussen dennen de abelen….

En de ceders doen wat teders met de els.
Westwinden strijken linden door hun pels.
Coniferen converseren met de sterke blanke berken.
Ook de essen en cipressen komen los
van september tot november in het bos!

Maar helaas een weekje later
heeft haast elke boom een kater
van dat al te vrolijk najaarszonnefeest.
En zij laten met z’n allen al hun bronzen blaren vallen.
En ze denken ’t is weer mooi genoeg geweest.

Bij de eerste najaarsstormen in het Spaanderswoud
gooien zij elkaar met eikels en met stukken hout.
En zo vechten alle bomen met elkaar
op die eerste winterdagen van het jaar.
Ja, dan beuken alle beuken op de eiken die niet wijken,
maar geniepen met de iepen en de berken…
En de sparren harrewarren met de vlieren,
die weer klieren door de tere coniferen te bewerken…

Populieren staan te tieren naar de olm…
En die dwaze beukt de hazelaar tot molm!
Alle dennen slaan hun pennen naar de essen en cipressen.
Ook krakelen de abelen er op los…
In november en december in het bos!

Ernst van Altena (11 december 1933 – 14 juni 1999)

Doorgaan met het lezen van “Ernst van Altena, Alfred de Musset, Christian Grabbe, Maximilian von Schenkendorf, Paul Kornfeld”