David Nicholls, Lee Klein, Adeline Yen Mah, Reinier de Rooie

De Engelse schrijver David Nicholls werd geboren op 30 november 1966 in Eastleigh, Hampshire. Zie ook mijn blog van 30 november 2008 en ook mijn blog van 30 november 2009.en ook mijn blog van 30 november 2010.

 

Uit: The Understudy

„Stephen C McQueen had two C.Vs.

Alongside the real-life resumé of all the things he had actually achieved, there was the Nearly CV. This was the good-luck version of his life, the one where the close-shaves and the near-misses and the second-choices had all worked-out; the version where he hadn’t been knocked off his bike on the way to that audition, or come down with shingles during the first week of rehearsal; the one where they hadn’t decided to give the role to that bastard off the telly.

This extraordinary phantom career began with Stephen almost-but-not-quite winning huge praise for his show-stealing Malcolm in Macbeth in Sheffield, then consequently very nearly giving his heart-breaking Biff in Death of a Salesman on a nationwide tour. Soon afterwards, the hypothetical reviews that he would probably have received for his might-have-been King Richard II had to be read to be believed. Diversifying into television, he had come oh-so-close to winning the nations hearts’ as cheeky, unorthodox lawyer Todd Francis in hit TV series Justice For All, and a number of successful film roles, both here and abroad, had quite conceivably followed.

Unfortunately, all these great triumphs had taken place in other, imaginary worlds, and there were strict professional rules about submitting your parallel-universe resumé. This unwillingness to take into account what had taken place in other space-time dimensions meant that Stephen was left with his real-life C.V, a document that reflected both his agent’s unwillingness to say no, and Stephen’s extraordinary capacity, his gift almost, for bad luck. It was this real-life version of events that brought him here, to London’s glittering West End.

At the age of eight, visiting London for the first time with his Mum and Dad, Piccadilly Circus had seemed like the centre of the Universe, an impossibly glamorous, alien landscape, the kind of place where, in an old British Sixties musical, a dance-routine might break-out at any moment. That was twenty-four years ago. It had since become his place-of-work, and coming up from the hot, soupy air of the tube station into the damp November evening, all Stephen saw was a particularly garish and treacherous roundabout. Nearby an adenoidal busker was doggedly working his way through the Radiohead song-book, and the chances of a dance-routine breaking out seemed very slight indeed. Stephen barely even noticed Eros these days, surely the most underwhelming landmark in the world. If he bothered to look up at all, it was only to check the digital clock under the Coca-Cola sign, to see if he was late.“

 

David Nicholls (Hampshire, 30 november 1966)

Doorgaan met het lezen van “David Nicholls, Lee Klein, Adeline Yen Mah, Reinier de Rooie”

Jan G. Elburg, Mark Twain, Jonathan Swift

De Nederlandse dichter en schrijver Jan G. Elburg werd geboren op 30 november 1919 te Wemeldinge. Zie ook alle tags voor Jan G. Elburg op dit blog.

 

Liefste omdat de winter een kwaad seizoen is

Over ons voortbestaan

wordt beslist bij handopsteken

van verkeersagenten en sneeuw.

ik maak mij warm met waar praten

omdat in je gezicht je ogen

staan als twee bevende boeketjes.

dit stempelt mij met een gloed van haast

en met lippen met mijn naam van jezus

ertussen.

met herinnering aan kushanden.

overwinterend in mijn

keel

stoor ik mij met

hergezichten.

netels hart heb ik

en over van mijzelf.

onder het kaarslicht van

een winterhemel

hoor ik mijn mensen.

ik ent mij

op mensen

messen

hoogmoed

spelletje voor vingers

en vindersloon

en loopsheid

brood en ander eten.

ere wie mij toekomt

een lang hert een karyatide

van korenschoven een geloof

van aanwrijven

muren in en uit het liefde leven

van de helft dezer eeuw

een levende deense

ondersteek van vlees

voor mijn teveel

een hese hinde

van heel snelle benen

een afrekening.

er is haast geen tijd meer om te bekomen

van ons gevoel voor seizoenen.

ik verkavel

mij rakelings aan het hart voorbij.

er is veel haver in mijn handen

lievekoe.

er gaan paarden van waarheid staan.

haper nu.

laat de koude beschaamd staan buiten.

 


Jan G. Elburg (30 november 1919 – 13 augustus 1992)

Doorgaan met het lezen van “Jan G. Elburg, Mark Twain, Jonathan Swift”

Philip Sidney, John McCrae, Winston Churchill, Lucy Maud Montgomery, Rudolf Lavant, John Bunyan,Sergio Badilla Castillo, David Mamet, Wil Mara

De Engelse schrijver Sir Philip Sidney werd geboren op 30 november 1554 in het kasteel van Penshurst in het graafschap Kent. Zie ook alle tags voor Sir Philip Sidney op dit blog.

 

Astrophel and Stella: I

Loving in truth, and fain in verse my love to show,

That she, dear she, might take some pleasure of my pain,–

Pleasure might cause her read, reading might make her know,

Knowledge might pity win, and pity grace obtain,–

I sought fit words to paint the blackest face of woe;

Studying inventions fine her wits to entertain,

Oft turning others’ leaves, to see if thence would flow

Some fresh and fruitful showers upon my sunburn’d brain.

But words came halting forth, wanting invention’s stay;

Invention, Nature’s child, fled step-dame Study’s blows;

And others’ feet still seem’d but strangers in my way.

Thus great with child to speak and helpless in my throes,

Biting my truant pen, beating myself for spite,

“Fool,” said my Muse to me, “look in thy heart, and write.”

 

Astrophel and Stella: III

Let dainty wits cry on the sisters nine,

That, bravely mask’d, their fancies may be told;

Or, Pindar’s apes, flaunt they in phrases fine,

Enam’ling with pied flowers their thoughts of gold.

Or else let them in statelier glory shine,

Ennobling newfound tropes with problems old;

Or with strange similes enrich each line,

Of herbs or beasts which Ind or Afric hold.

For me, in sooth, no Muse but one I know;

Phrases and problems from my reach do grow,

And strange things cost too dear for my poor sprites.

How then? even thus: in Stella’s face I read

What love and beauty be; then all my deed

But copying is, what in her Nature writes.

 

Sir Philip Sidney (30 november 1554 – 17 oktober 1586)

Gedenksteen inSt Paul’s Cathedral, Londen

Doorgaan met het lezen van “Philip Sidney, John McCrae, Winston Churchill, Lucy Maud Montgomery, Rudolf Lavant, John Bunyan,Sergio Badilla Castillo, David Mamet, Wil Mara”

Christophe Vekeman

De Vlaamse schrijver, dichter en performer Christophe Vekeman werd geboren in Temse op 30 november 1972. Sinds 11 september 2001 heeft Vekeman een wekelijkse column in De Morgen, de krant waarin hij ook het merendeel van de in Leven is werk opgenomen stukken over voornamelijk literatuur en muziek publiceerde. In 2005/2006 was hij een vaste gast in het debatprogramma ‘Morgen beter’ op Canvas. Vekeman is een veel gevraagde en gesmaakte gast op literaire podia in Vlaanderen en Nederland. Hij nam onder veel meer deel aan Saint-Amour, De Nachten, Zuiderzinnen, Geletterde Mensen, Nur Literatur, Lowlands,… In Nederland maakt hij deel uit van het Nightwriterscollectief, samen met onder andere de schrijvers Kluun, Tommy Wieringa en Ronald Giphart. Vekeman publiceerde romans, een verhalenbundel, essays, reportages en interviews:

Uit: 49 manieren om de dag door te komen

„Als zo vaak is het elf uur ’s ochtends en je staat voor het raam van je kamer op de eerste verdieping, daar waar je altijd staat, en kijkt door de vitrage naar buiten. Het is koel voor de tijd van het jaar; het is zomer.
Sedert een tiental maanden woon je hier, in deze met kasseien bestrate, doodkalme buurt. Je woont alleen. Veel meer dan wonen doe je niet. Je woont en staat te staren door het raam. Er rijdt een auto voorbij.
Op een steenworp afstand bevindt zich de kerk, die goeddeels omringd wordt door bomen. Dat is de situatie. In de bomen fluiten vogels.
Je hebt een raar gevoel, maar dat negeer je. In plaats van eraan toe te geven, schuif je de vitrage opzij en opent het raam. Signaal voor genoemde vogels, blijkbaar, om nog luider aan het fluiten te gaan. Ze geven hem flink van jetje.
Je voelt je raar, maar zo voel je je nu eenmaal altijd. Je voelt je moe, eveneens naar gewoonte. Het is altijd hetzelfde: alles verandert, maar jij niet. Akkoord, je wordt ouder. Maar zelfs dat heb je altijd al gedaan.
Toch is er deze keer meer aan de hand, en dat merk je gauw genoeg. Eerst wens je nog dapper te blijven doen alsof je denkt dat de pijn in je keel geheel en al inbeelding is, maar als je vervolgens de hand op je voorhoofd legt, stel je een onmiskenbare verhoging van de lichaamstemperatuur vast, die er bepaald niet om liegt. Meteen, als op bevel, wordt ook je keelpijn erger, terwijl een zanderig gevoel spoorslags door al je ledematen trekt en je spieren een stille klaagzang aanheffen.
Amper een paar minuten later sta je in wintertrui in de keuken te wachten tot het water kookt. Je voelt je, zucht je, ronduit beroerd. Je bent uitgeteld. Behalve thee heb je voor dit soort noodsituaties ook altijd een potje aardbeienjam in huis. Niets symboliseert voor jou de noodgedwongen plichtenvrijheid zozeer als een boterhammetje met aardbeienjam. Je rilt van de koorts, niet van genoegen“.

Christophe Vekeman (Temse, 30 november 1972)