Friedrich Schiller, Rick de Leeuw, Jan van Nijlen, Arnold Zweig, Jacob Cats

De Duitse dichter en schrijver Johann Christoph Friedrich von Schiller werd geboren op 10 november 1759 in Marbach. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Friedrich Schiller op dit blog.

 

Uit: Der Verbrecher aus verlorener Ehre

„In der ganzen Geschichte des Menschen ist kein Kapitel unterrichtender für Herz und Geist als die Annalen seiner

Verirrungen. Bei jedem großen Verbrechen war eine verhältnismäßig große Kraft in Bewegung. Wenn sich das geheime Spiel der Begehrungskraft bei dem matteren Licht gewöhnlicher Affekte versteckt, so wird es im Zustand gewaltsamer Leidenschaft desto hervorspringender, kolossalischer, lauter; der feinere Menschenforscher, welcher weiß, wie viel man auf die Mechanik der gewöhnlichen Willensfreiheit eigentlich rechnen darf und wie weit es erlaubt ist, analogisch zu schließen, wird manche Erfahrung aus diesem Gebiete in seine Seelenlehre herübertragen und für das sittliche Leben verarbeiten.

Es ist etwas so Einförmiges und doch wieder so Zusammengesetztes, das menschliche Herz. Eine und eben dieselbe Fertigkeit oder Begierde kann in tausenderlei Formen und Richtungen spielen, kann tausend widersprechende Phänomene bewirken, kann in tausend Charakteren anders gemischt erscheinen, und tausend ungleiche Charaktere und Handlungen können wieder aus einerlei Neigung gesponnen sein, wenn auch der Mensch, von welchem die Rede ist, nichts weniger denn eine solche Verwandtschaft ahndet. Stünde einmal, wie für die übrigen Reiche der Natur, auch für das Menschengeschlecht ein Linnäus auf, welcher nach Trieben und Neigungen klassifizierte, wie sehr würde man erstaunen, wenn man so manchen, dessen Laster in einer engen bürgerlichen Sphäre und in der schmalen Umzäunung der Gesetze jetzt ersticken muß, mit dem Ungeheuer Borgia in einer Ordnung beisammen fände.

Von dieser Seite betrachtet, läßt sich manches gegen die gewöhnliche Behandlung der Geschichte einwenden, und hier, vermute ich, liegt auch die Schwierigkeit, warum das Studium derselben für das bürgerliche Leben noch immer so fruchtlos geblieben. Zwischen der heftigen Gemütsbewegung des handelnden Menschen und der ruhigen Stimmung des Lesers, welchem diese Handlung vorgelegt wird, herrscht ein so widriger Kontrast, liegt ein so breiter Zwischenraum, daß es dem letztern schwer, ja unmöglich wird, einen Zusammenhang nur zu ahnden. Es bleibt eine Lücke zwischen dem historischen Subjekt und dem Leser, die alle Möglichkeit einer Vergleichung oder Anwendung abschneidet und statt jenes heilsamen Schreckens, der die stolze Gesundheit warnet, ein Kopfschütteln der Befremdung erweckt.“

 

Friedrich Schiller (10 november 1759 – 9 mei 1805)

Anton Graff werkte tussen 1786 en 1791 aan dit portret: „Er hatte kein Sitzfleisch,“ zei hij over Schiller.

Doorgaan met het lezen van “Friedrich Schiller, Rick de Leeuw, Jan van Nijlen, Arnold Zweig, Jacob Cats”

Aka Morchiladze, August De Winne, Oliver Goldsmith, Alejandro Zambra, Werner Söllner, Willem Penning, Pieter Frans van Kerckhoven

De Georgische schrijver Aka Morchiladze werd geboren op 10 november 1966 in Tbilisi. Zie ook mijn blog van 10 november 2008 en ook mijn blog van 10 november 2010

 

Uit: Santa Esperanza

„As I had saved a considerable sum of money long beforehand, and had a strong intention to visit the Isles once more, I decided to avoid the “human bondage” of getting the British visa, then going to London and suffering a lot more from getting the Johnish visa, and found a shorter and safer way: I planned an easier trip to Istanbul, where I would search for the Office of the third Supreme Commissioner.
The Commissioner hated Georgians… Or rather didn’t very much approve of them (to put it mildly to sound more European). He might have had some serious reasons for his disapproval, but he didn’t trouble much to reveal those to me. Strangely enough, he was a Georgian himself, but spoke exceptionally English.
In the course of our conversation, I inserted a couple of Georgian words into my speech, as I felt rather short of my English. But the man replied in English, saying he didn’t understand my Georgian (he himself spoke the Johnish variety of the language). In the end, he ordered me to come back three hours later.
When I was back to his office, he kept inquiring, for good twenty minutes, about my occupation and the reasons for my need of a six-month visa. I did my best to make my answers sound impressive. The whole procedure felt like being at an exam, a rather stiff one. He made me answer numerous questions from the history of his own country. My answers must have sounded too ambiguous, for the only information I had about the past of the country had been obtained from a tiny brochure by a Mr. Nebieridze. I was quite certain though, that the Commissioner had already given me the visa, and even stamped it in my passport, but he hated to tell me about it.
In the end he somehow managed to give the passport to me, and advised me to go by sea. That was a really good piece of advice, for it proved to be much cheaper that way.
So, this is how I went to John’s Isles for the second time and stayed there for half a year.
During the last two months of my stay, I had been living in a rented apartment in the coastal quarter.
February was already there, and I had to return home. The winters are generally very mild on those Isles, and one doesn’t actually have to think about the frost at all. On the other hand, it’s rather damp all around, especially for those who dwell near the sea, but it’s always dry downtown. The sea is often stormy, and along the shore, twenty feet into the land, it seems to be drizzling non-stop. The sun is very rare in this season, but very welcome and very lovely. Such is the winter in Santa City.“

 

Aka Morchiladze (Tbilisi, 10 november 1966)

Doorgaan met het lezen van “Aka Morchiladze, August De Winne, Oliver Goldsmith, Alejandro Zambra, Werner Söllner, Willem Penning, Pieter Frans van Kerckhoven”

In Memoriam F. Springer

In Memoriam F. Springer

De Nederlandse schrijver en oud-diplomaat F. Springer, pseudoniem van Carel Jan Schneider, is maandagavond op 79-jarige leeftijd in Den Haag overleden. Dat heeft uitgeverij Querido dinsdag bekend gemaakt.F. Springer debuteerde in 1962 met de verhalenbundel Bericht uit Hollandia. Daarna schreef hij onder meer de romans Bougainville (1981), Bandoeng-Bandung (1993) en Kandy (1998). In 1990 schreef hij het Boekenweekgeschenk Sterremeer. Voor zijn gehele oeuvre ontving Springer in 1995 de Constantijn Huygensprijs. Zie ook mijn blog van 15 januari 2011.

Uit: Bougainville

“Ze ging door. Haar stralende herinnering aan die vierentwintig uur in het Marriott Hotel veranderde na enige tijd in irritatie. De heer Vaulant was zijn streken dus nog niet kwijt. Waarom had zij kunnen denken dat wij op ons vijfenveertigste anders handelen dan wanneer we twintig zijn. Les jeux sont faits, nietwaar? Ze dacht, barst Tommie Vaulant, minnaars genoeg, bewonderaars bij het dozijn, jawel, niet lachen Bo (ik lachte niet), dus een hele drukke tijd, veel reizen, veel aanloop van buitenlandse relaties op het kantoor in Amsterdam, hij kon barsten, Tommie Vaulant. Dagen achtereen dacht ze geen seconde aan hem, arrogante big shot van de Verenigde Naties.

Maar die vierentwintig uur: als ze een enkele keer alleen thuis zat, omdat er werkelijk niets meer te verzinnen was aan werk, uitgaan, weg zijn, dan kwamen die vierentwintig uur glashelder terug, minuut na minuut. Er waren ogenblikken dat ze het zo allemaal had kunnen opschrijven. (O god, ook zij, dacht ik, en misschien zou zij haar opstel dan ook wel bij haar vriendje Bo inleveren.) Maar het zou er nooit van komen. September vorig jaar, vlak na een teleurstellende ervaring met een zogenaamd begripvolle minnaar had ze, eigenlijk toch nijdig op zich zelf, toegegeven aan haar verlangen en een brief naar New York geschreven, naar Mr Vaulant in het hoofdkwartier van de VN. Er kwam een briefje terug. De inhoud kende ze uit haar hoofd. ‘Dear Madam, I sincerely regret to inform you that Mr Thomas Vaulant met with a fatal accident while on a recent official mission in South East Asia. I herewith duly return your letter.’

Haar auto stond op de Gevers Deynootweg. Ik zoende haar wangen. Tak Tong Hie, bonsde het belachelijk in mijn hoofd. Tak Tong Hie.

‘Madeleen,’ zei ik, ‘wat ik nog…’

‘Je bent lief, Bo,’ zei ze, een vinger tegen mijn lippen leggend, ‘je bent altijd lief geweest en jij kunt er ook niets aan doen. Ik weet zeker dat je van onze reünie vanavond een heel mooi verhaal zult maken.’

Ze stapte in, startte de motor, draaide het raampje open. ‘Good luck, Bo,’ zei ze. Ik streelde haar nog even over haar haren. Ze gaf al gas voordat ik nog iets kon zeggen om haar tegen te houden.

‘Bougainville,’ had ik willen zeggen, ‘Bougainville, Bougainville.’

F. Springer (15 januari 1932 –7 november 2011)