Judith Herzberg, Peter W.J. Brouwer, Arthur van Amerongen, René de Clercq

De Nederlandse dichteres en toneelschrijfster Judith Herzberg werd geboren op 4 november 1934 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Judith Herzberg op dit blog.

 

Een vlieg die een toneelstuk speelt

Een vlieg die een toneelstuk speelt
klopt aan en ja hoor hij mag binnen komen
wordt door de butler opengedaan.
Jaren ervaring van de vliegentemmer gaan hier in
en niemand die het hoort of ziet
wat het publiek betreft wàs hij er niet
dat zou een grote kunst zijn vind je niet?

 

Meisje

Keert zich een paar keer voor de spiegel
heen en weer
zoals een vogel voor een andere vogel doet
bekijkt zichzelf als voor het eerst
schikt en herschikt aan schouder, kraag,
likt aan haar lipstick, tuit,
fluit als een vogel, rekt zich van graagte
strekt haar nek,
lokroept in zich, giechelt, vliegt.

 

Verrassing

Een vrouw van zesenzestig
doet een draad door een naald.
D.w.z. probeert. Nu weer
wil de draad niet, buigt,
splitst zich, vervaagt,
dan weer lijkt er nauwelijks
een oog in de naald, (zo er al
een oog in zit dan is dat
erg smal en scheef)
als de naald beweegt,
beeft, alsof bang
voor die draad,
maar de draad is zelf
ook niet zo zeker –
Boven haar komt
iemand met een bom gevlogen.
Een jongen. Precisie.

Judith Herzberg (Amsterdam, 4 november 1934)

Doorgaan met het lezen van “Judith Herzberg, Peter W.J. Brouwer, Arthur van Amerongen, René de Clercq”

Charles Frazier, C. K. Williams, Marc Awodey, Klabund, Felix Braun

De Amerikaanse schrijver Charles Frazier werd geboren op 4 november 1950 in Asheville, North Carolina. Zie ook mijn blog van 4 november 2008 en ook mijn blog van 4 november 2009 en ook mijn blog van 3 november 2010

 

Uit: Nightwood

„LUCE’S NEW STRANGER CHILDREN were small and beautiful and violent. She learned early that it wasn’t smart to leave them unattended in the yard with the chickens. Later she’d fi nd feathers, a

scaled yellow foot with its toes clenched. Neither child displayed language at all, but the girl glared murderous expressions at her if she dared ask where the rest of the rooster went.

The children loved fi re above all elements of creation. A heap of dry combustibles delighted them beyond reason. Luce began hiding the kitchen matches, except the few she kept in the hip pocket of her jeans for lighting the stove. Within two days, the children learned how to make their own fi re from tinder and a green stick bowed with a shoelace. Tiny cavemen on Benzedrine couldn’t have made fi re faster. Then they set the back corner of the Lodge alight, and Luce had to run back and forth from the spring with sloshing tin buckets to put it out.

She switched them both equally with a thin willow twig until their legs were striped pink, and it became clear that they would draw whatever pain came to them down deep inside and refuse to cry. At

which point Luce swore to herself she would never strike them again. She went to the kitchen and began making a guilty peach pie.

LUCE WAS NOT MUCH MATERNAL. The State put the children on her. If she had not agreed to take them, they would have been sepa-rated and adopted out like puppies. By the time they were grown, they wouldn’t even remember each other.

Though now that it was probably too late to go back, maybe that would have been a good thing. Separate them and dilute whatever weirdness they shared and ignited between them. Yet more proof, as if you needed it, that the world would be a better place if every- damn- body didn’t feel some deep need to reproduce. But God in his infi nite wisdom had apparently thought it was an entertaining idea for us to always be wanting to get up in one another.“

 

Charles Frazier (Asheville, 4 november 1950)

Doorgaan met het lezen van “Charles Frazier, C. K. Williams, Marc Awodey, Klabund, Felix Braun”