Simon Carmiggelt, James Whitcomb Riley, Thomas Keneally

De Nederlandse schrijver en dichter Simon Carmiggelt werd geboren op 7 oktober 1913 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 7 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Simon Carmiggelt op dit blog.

 

Uit: Vroeger kon je lachenDe drank

“In het Vondelpark kwam een man naast me zitten op het bankje en zei: ‘Negenenvijftig ben ik. En weet je hoe lang ik al droog sta?’

Hij zag er fris uit, dus het zou best eens lang kunnen zijn.

‘Vijf jaar,’ riep hij, ‘dat is een hele tijd. Maar ’t was ook wel hard nodig. Ik zat er lelijk aan – aan het huppelwater. Als je alles wat ik gezopen heb uitstortte bij de afsluitdijk, had je een nieuwe Zuiderzee. ’s Ochtends om halfnegen nam ik er al een. ’n Eye-opener, noemen de Yanks dat. Gelukkig ben ik nooit aan vrouw en kinderen begonnen, dus andere levens heb ik niet verwoest. Ik was alleen mezelf aan ’t slopen, met regeringssubsidie, Ziektewet, weet je. Maar de aa heeft me van de drank afgeholpen. Dat moet ik ze nageven. Geen drup meer, vijf jaar. Weet je wat ik gedaan heb vrijdagavond? Ik ben eens flink doorgezakt, in een café. Tegen sluitingstijd zat ik weer net zo slap te ouwehoeren als vroeger. Ik hóórde ’t mezelf doen, of ik een grammofoonplaat afdraaide. Dat was goed. Dat had ik verworven in die vijf jaar. Zal ik jou eens vertellen wat ’t is, met die aa?’

‘Doe ‘t,’ zei ik. Want al mijn kennis van de Anonieme Alcoholisten stamt uit de boekjes.

‘Ze helpen je er vanaf,’ zei hij, ‘dat is mooi. Maar zodra je droog staat, ga je op die vergaderingen komen. Daar vertelt iedereen op z’n beurt hoe diep hij gezonken was voor hij de neut liet staan. Net oude temeies, die geen klanten meer hebben, maar er zo graag nog eens over praten. Ik ook hoor. Ik ging er helemaal in op. Als een ander aan ’t getuigen was dacht ik: “Ik wou dat-ie klaar was, dan kan ik weer.” En tegen natte drinkers gedroeg ik me net als een dominee, die bereid is een ander z’n strot af te snijden voor z’n geloof. Jij moet dit en jij moet dat. Maar omdat m’n geest steeds helderder ging werken begon ik langzaam iets in te zien. Ik dacht – waar ze hier mee bezig zijn, is je bang maken voor de drank. En dat is niet goed. Je moet jezelf leren kennen. Want wat weet je van jezelf?’

Hij keek me aan met een heldere, doordringende blik waarin een lichte spot twinkelde. Een oorspronkelijke denker. Je kon hem geen enkele uitgestoomde waarde verkopen.

‘Weet je wat de doorslag gaf?’ zei hij. ‘De verjaardag van me zuster. Die woont in Diemen. Ze zaten daar natuurlijk allemaal te peren, al bleef het amateurwerk. En ik hield het op colaatje-colaatje-colaatje. Je krijgt er wel het lendewater van, maar je blijft bij de tijd. Ik ging terug met de nachtbus. Kijk, een natte zuiper, die mist de nachtbus, maar een droge zuiper haalt ‘m. Nou zat er, voor we uit Diemen vertrokken, al een vent in die bus die naar een bruiloft of zo iets was geweest, want hij had ’n mombakkes voor. Zo’n plastic kop van een ouwe vrek met hangwangen. En zwaar ingenomen had-ie óók. Dat hoorde ik meteen aan z’n gezwets. Maar hij liet het niet bij zwetsen. D’r zat een jonge vrouw en die begon hij lastig te vallen. Eerst met woorden en toen met z’n handen. Die vrouw probeerde hem af te weren, maar ze kon ‘m niet baas.’

Hij glimlachte een beetje bitter.”

 

Simon Carmiggelt (7 oktober 1913 – 30 november 1987)

Borstbeeld bij de Weteringschans, Amsterdam.

Doorgaan met het lezen van “Simon Carmiggelt, James Whitcomb Riley, Thomas Keneally”

Dirkje Kuik, Steven Erikson, Wilhelm Müller

De Nederlandse schrijfster en beeldend kunstenares Dirkje Kuik werd geboren in Utrecht op 7 oktober 1929. Zie ook mijn blog van 7 maart 2008 en ook mijn blog van 7 oktober 2009 en ook mijn blog van 7 oktober 2010

Studie van een wilg, tekening

 

Etalageroos

Paars-rose roos, fijnbesneden, shantung roos

verdroogde pioen in het fruitglas

speel met mijn gedachten

gaas en eeuwig als de nachtvlinder

of nog minder
de laagste trap, de orde van plezier

der dames,

verwelkt dier uit naald en draad

masker, make-up zonder reden

scherf van het gelaat.

 

Dirkje Kuik (7 oktober 1929 – 18 maart 2008)

Hier met vriend Jos te Water Mulder (rechts)

Doorgaan met het lezen van “Dirkje Kuik, Steven Erikson, Wilhelm Müller”

Victor Vroomkoning, Ulrike Ulric, Horst Bingel, Heinrich Federer, Ludwig Begley, Maria Dąbrowska, Peter Gosse

De Nederlandse dichter Victor Vroomkoning (pseudoniem van Walter van de Laar) werd geboren op 6 oktober 1938 in Boxtel. Zie ook mijn blog van 6 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Victor Vroomkoning op dit blog.

 

Slaap

Maak mij dood
van elf tot acht, laat
zo weinig van mijn dromen
heel dat ik ontwaak

alsof ik word geboren
en niet met zoveel vragen
meer tot leven kom dan waar-
mee ik ingeslapen ben.

Wat betekenen tenslotte
negen uren dood
op zoveel geeuwen leven.

 

ik hou van mensen die blijven…

ik hou van mensen die blijven, zei hij,
we stonden samen onder het afdak te turen
naar het kantwerk van de winterbomen
en door zijn woorden had ik moeite om weg te gaan

hij voerde me door de geschonden lanen van zijn jeugd,
langs vergane boomgaarden, nabij tere beken,
voor een gesloopt huis hield hij halt en
keek heimelijk door het venster van zijn eerste liefde
aarzelend sloop er zomer in zijn stem
en ik zag dat hij even weg was

 

Stemmen

Geef mij de stem van die ene mens,
geef mij de stem van mijn vader
in mijn oren tot mijn verre ogen
hem ontwaren tussen de tenoren
tot ik weer zijn handen voel
waarmee ik die van mij ging meten,
welpenhandjes met de vuisten van een vent.

En dat dan de stem van mijn zoon
mij roept met de stem van mij
met de stem waarom ik roep.


Victor Vroomkoning (Boxtel, 6 oktober 1938)

Doorgaan met het lezen van “Victor Vroomkoning, Ulrike Ulric, Horst Bingel, Heinrich Federer, Ludwig Begley, Maria Dąbrowska, Peter Gosse”