T. S. Eliot, Bart Chabot, Luís Fernando Veríssimo,Thomas van Aalten, Christoph W. Bauer

De Engels-Amerikaanse dichter en schrijver T. S. Eliot werd op 26 september 1888 geboren in St.Louis, Missouri. Zie ook mijn blog van 26 september 2010 en eveneens alle tags voor T. S. Eliot op dit blog.

 

Uit: Little Gidding (Fragment)

I

Midwinter spring is its own season
Sempiternal though sodden towards sundown,
Suspended in time, between pole and tropic.
Whem the short day is brightest, with frost and fire,
The brief sun flames the ice, on pond and ditches,
In windless cold that is the heart’s heat,
Reflecting in a watery mirror
A glare that is blindness in the early afternoon.
And glow more intense than blaze of branch, or brazier,
Stirs the dumb spirit: no wind, but pentecostal fire
In the dark time of the year. Between melting and freezing
The soul’s sap quivers. There is no earth smell
Or smell of living thing. This is the spring time
But not in time’s covenant. Now the hedgerow
Is blanched for an hour with transitory blossom
Of snow, a bloom more sudden
Than that of summer, neither budding nor fading,
Not in the scheme of generation.
Where is the summer, the unimaginable
Zero summer?

If you came this way,
Taking the route you would be likely to take
From the place you would be likely to come from,
If you came this way in may time, you would find the hedges
White again, in May, with voluptuary sweetness.
It would be the same at the end of the journey,
If you came at night like a broken king,
If you came by day not knowing what you came for,
It would be the same, when you leave the rough road
And turn behind the pig-sty to the dull facade
And the tombstone. And what you thought you came for
Is only a shell, a husk of meaning
From which the purpose breaks only when it is fulfilled
If at all. Either you had no purpose
Or the purpose is beyond the end you figured
And is altered in fulfilment. There are other places
Which also are the world’s end, some at the sea jaws,
Or over a dark lake, in a desert or a city—
But this is the nearest, in place and time,
Now and in England.

 

T. S. Eliot (26 september 1888 – 4 januari 1965)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Bart Chabot werd geboren in Den Haag op 26 september 1954. Zie ook mijn blog van 26 september 2010 en eveneens alle tags voor Bart Chabot op dit blog.

 

Magnafox 2002

die avond vertrok een auto
richting snelweg
& de honden blaften niet

het dashboardvak was leeg
op de kaart van W Europa na
cassettes

wij reden zwaar weer tegemoet
tegenliggers voerden groot
licht in de verte

wij naderden
de interzone
niemandsland

het grensgebied

 

Uit: Schiphol Blues

‘Vraagje.

Klein, onbeduidend, heel onschuldig vraagje mijnerzijds.

Hebt u weleens ingebroken? Een kraak gezet? In de zin

van: u wederrechtelijk toegang verworven tot een woning die niet op enigerlei wijze tot uw bezit gerekend kan en mag worden? Meer in het bijzonder: hebt u weleens ingebroken in het huis van een ander, samen met uw vrouw of partner?

Nee?

Ik wel.

Maar dat voelde u al aankomen.

Ik beken: ik heb ingebroken, met mijn lief, onlangs, pakweg enkele maanden geleden, op klaarlichte dag.”

Bart Chabot (Den Haag, 26 september 1954)

 

De Braziliaanse schrijver Luís Fernando Veríssimo werd geboren op 26 september 1936 in Porto Alegre, Rio Grande do Sul. Zie ook mijn blog van 26 september 2010.

 

Uit: Borges and the Eternal Orangutans (Vertaald door Jull Costa)

I am fifty years old. I have led a cloistered life, “without adventures or surprises”, as you put it in your poem. Like you, master. A sheltered life spent among books, and into which only rarely did the unexpected enter like a tiger. Not that I am an innocent. I am a sceptic, books have trained me in every category of disbelief and caution when confronted by illogicality. I could never have believed that destiny was calling me by name, that everything had been decided for me and before me by some hidden Borges, that my role was waiting for me, just as Mallarmé’s vide papier was waiting for his poems.

The prospect of hearing the Argentinian’s comments on the lecture by the German with whom I had corresponded, but whom I did not know personally, was enough in itself to justify the price of the air fare to Buenos Aires (paid for on credit). The conference would take place in July, when my students of English would be taking refuge in their hyperactive hormones, so as to protect themselves from the cold, thus enabling me to have a holiday. No urgent translation required my attention, at least nothing that could not wait a week, the duration of the conference.

The final coincidence: one day after the arrival of the journal containing both the remarkable announcement that the 1985 Israfel Society Conference had been transferred from Baltimore to Buenos Aires and instructions on how interested parties should apply, my cat Aleph died. Not from any discernible cause, but merely out of consideration for the old bachelor who had taken him in. Aleph was the only obstacle to my making the trip, because, now that my Aunt Raquel had gone into a home, there was no-one I could leave him with. Aleph’s death convinced me not to miss this never-to-be-repeated opportunity. Yet even his all too convenient demise failed to arouse my suspicions.”

 

Luís Fernando Veríssimo (Porto Alegre, 26 september 1936)

 

De Nederlandse schrijver Thomas van Aalten werd geboren in Huissen bij Arnhem op 26 september 1978. Zie ook mijn blog van 26 september 2007 en ook mijn blog van 26 september 2008 en ook mijn blog van 26 september 2009 en ook mijn blog van 26 september 2010

 

Uit: Coyote

‘“Waar het op neer komt: de vrouw komt uit het buitenland. Haar platenmaatschappij zit in Heimstadt, maar ze is hier nog nooit geweest. Ze heeft nooit ingecheckt in die hotelkamer. Haar broer weigert te geloven dat het haar tanden zijn. Is het mogelijk dat tanden zo netjes uit iemands mond worden gehaald?”
“Kan iemand die tanden in haar kamer hebben gelegd?” vraag ik en kijk afwezig naar zijn hangwangen.
“Maar dat is het nou juist, die kamer is niet gebruikt. Zelfs de schoonmaaksters zijn niet in die kamer geweest, alles is gecheckt met getuigen. Snapt u hoe zoiets kan?”
Mijn blik verstart.
“Er is nog iets geks. Er zat een Japanse tekst bij de tanden. Een soort haiku. Over een brand in een bos.”
Mijn hart slaat over. “Was ze Japanse?”
Tromp schudt zijn hoofd. “Ze heette Isabella.”’

 


Thomas van Aalten (Huissen, 26 september 1978)

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Christoph W. Bauer werd geboren in Kolbnitz op 26 september 1968. Zie ook mijn blog van 8 juni 2009 en ook mijn blog van 26 september 2010

 

Supersonic

XLVII

verlieren verboten ums gelenk buchstabiert
mit pünktlichseinblicken und jeder verdient
eine zweite lektion wie hausarrest für
eskapaden sie grüssten die fahne
das testbild die nächte waren inseln und
aussteiger sie durchs fenster über die grenze
der sperrstunde hinaus wuchsen strände wie
wiesen denen sie die uhren eingruben um
nicht zu hören was ihnen blüht holten sie
alles aus den rekordern und rasten bis
ins felderausfransen mit den winden
um die wette besang Campino das blech
ihrer träume sie haben alle abgehängt

Christoph W. Bauer (Kolbnitz, 26 september 1968)

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 26 september 2010.