Justin Haythe, Andreas Neumeister, Anna Bosboom – Toussaint, Frans Eemil Sillanpää

De Amerikaanse schrijver Justin Haythe werd geboren op 16 september 1973 in Londen. Zie ook mijn blog van 16 september 2008 en ook mijn blog van 16 september 2010.

 

Uit: The Honeymoon

„After lunch we waited at the table for him to finish packing. We could hear him banging closets and drawers until he reappeared wearing a hat. We followed him into the hallway and waited for the elevator. He stood amongst his luggage; my mother and I amongst ours. ‘Be careful of the Arab children in the park,’ he told me. He turned to Maureen. ‘Petits voleurs,’ he explained. She smiled although she did not understand. She would look it up as soon as he had gone. He picked up his cases and stepped into the elevator. She blew him a kiss. ‘Bon voyage!’ she called.

When he was gone, the reflection of Maureen and me looked back from the mirrored elevator doors. I wore a white canvas hat and a pair of favourite copper corduroys. Maureen had yet to remove her pink silk jacket.

‘Don’t listen to him,’ she said. ‘He’s trying to impress you.

Only men need to impress children. You don’t need to be any more careful with one person than another.’

She began her inspection of the apartment the way she entered a gallery: as if she had money to spend. She passed from room to room with increasing excitement. When she found one more impressive than another, she called out for me to come and have a look. There was a pink study with a fireplace and a pair of French doors looking out onto the street; a small toilet off the hallway containing a gold-painted sink; and the kitchen with three Thai-wicker umbrellas bound to form a single lampshade. She could not stand still and almost as soon as I entered a room, she left it. She was like a child receiving a gift long obsessed over – slightly panicked by a world in which dreams are realized.

Marcel had inherited his money. The apartment was large for a bachelor living alone, with both a guest room and maid’s quarters. It was substantially larger than our place in New York, and had a view of the park across the street and, in the evenings, of the patches of setting sun reflected from the windows onto the tops of the trees. Marcel directed documentary films, usually about the Amazon. Several years later, Maureen took me to see one when it was playing in New York.“

 


Justin Haythe (Londen, 16 september 1973)

 

De Duitse schrijver Andreas Neumeister werd geboren op 16 september 1959 in Starnberg. Zie ook mijn blog van 16 september 2009 en ook mijn blog van 16 september 2010

 

Uit: Poetry! Slam!

 

Sonntag

Kleine Vögel prallen gegen Panoramascheiben

Hausfrauen wischen lächelnd das Blut

In Lungen fettet Bratendunst

Es ist zu spät für Lotto, Toto, Selbstverstümmelung.

Du sagst: Lieber tot und tot als lebendig und tot

Und ich sage:

Keines Menschen Schmerz ist größer als der

Comer See.

Wir könnten ins Aquarium

Die Lurche heißen Blauer Pfeilgiftfrosch und

Niedlicher Grauer Schleimbolzen und nebenan

Der Komodowaran

Bewegt sich nur, wenn Du nicht hinschaust.

Du sagst: Lieber tot und tot als lebendig und tot

Und ich sage:

Keines Menschen Schmerz ist größer als der

Comer See.

 

Andreas Neumeister (Starnberg, 16 september 1959)

 


De Nederlandse schrijfster
Anna Bosboom – Toussaintwerd geboren op 16 september 1912 te Alkmaar. Zie ook mijn blog van 16 september 2006. Zie ook mijn blog van 16 september 2008 en ook mijn blog van 16 september 2009 en ook mijn blog van 16 september 2010

 

Uit: Het huis Lauernesse

„In 1521 zag een jongeling ook de zon opgaan: wij weten niet, of hij aan dit alles dacht; maar zeker moest het iets dergelijks zijn, wat hem met eene zachte geestdrift bezielde. Hij lag geknield op eene kleine verhevenheid van den grond, niet eens nog heuvel, die een ruim vergezigt gaf over den heerlijken omtrek. Er lag op het gelaat van dien jongeling eene roerende uitdrukking van bewondering en aanbidding: het is zoo, op zijne liefelijke trekken, bevallig en zacht, tot vrouwelijke weekheid toe, had een waas van dweepzucht haar onmiskenbaar zegel gedrukt; dan het was niet die sombere dweepzucht, welke altijd neêrziet in eenen duisteren afgrond, maar een mijmerend heenstaren naar eenen vriendelijken hemel. Het was de dweepzucht, die den dichter vormt; de dweepzucht, die verheft boven het lijden, die somtijds schade doet aan het ligchaam, maar die de ziel altijd reinigt van het booze. Er schitterden tranen in zijn zachtblaauw oog, terwijl hij heenstaarde naar de zonneschijf, wier glans te dwaas met aardsch metaal vergeleken wordt. Bleek was zijne gezigtstint, en toch kleurde eene zachte verrukking die wangen met een flaauw blosje. Op het voorhoofd gescheiden, hing zijn sterk blond haar in fijne dunne lokken langs den hals neder tot op de schouders. De kleine mond met den blijmoedigen glimlach, het hooge zachtgeronde voorhoofd met den fijnen griekschen neus, was in de schoonste zamenstemming met de zuivere omtrekken van dat gelaat, dat geheel de uitdrukking had, die een schilder zoude geven aan dat van den Apostel Johannes, den lieftalligsten der discipelen, dien de Heer zelfs te zachts vond, om hem ten marteldood voor te bestemmen. Hij hield de handen zamengevouwen; hij bad. Zijn gebed was een diep en ernstig gebed; een gebed, dat werkelijk gemeenschap geeft met den Hemel; een gebed, waarbij de gedachte de hulp der klanken niet noodig heeft, en waarbij het stamelen van duizelenden eerbied de hoogste welsprekendheid is. Eindelijk hief hij zich op. Toen had men eene ranke gestalte kunnen zien, bijna die van den knaap, wiens ligchaamsbouw zich nog niet ten volle heeft ontwikkeld.“

 

Anna Bosboom – Toussaint (16 september 1812 – 13 april 1886)

Beeld van Auguste Falise in Alkmaar

 

De Finse schrijver en Nobelprijswinnaar Frans Eemil Sillanpääwerd geboren in Hämeenkyrö op 16 september 1888. Zie ook mijn blog van 16 september 2006 en ook mijn blog van 16 september 2010

 

Uit: Meek heritage (Vertaald door Alex Watson)

” Shall I take my rifle? ” asked Juha.

” Of course/5 answered Rinne with a curiously loud laugh.

Juha Toivola is leaving Rinne’s house for the last time, though he does not know it yet. The
span of sixty years that began on a night round
about Michaelmas so far back in the past that it
is hard to imagine any living link between that night and these warlike times, is drawing to a
close. In that past, splint-torches flickered and old Penjami Nikkila in his burlap smock spent his
days drunk with home-made spirits, beat his third wife and ruled over his household, and between Heaven and earth reigned a deep
country peace. The boy born in those times—
all the other members of the household have
gone to their eternal rest—has become the
Socialist who walks yonder along the road. His
brains are of the simplest, the horizon of his mind
the narrowest conceivable, and yet he has survived through the sixty years which we know to have been the most eventful, the richest in development, in the history of his people.

As he stalks there along the dark wintry road, with his beard, his staring eyes and his rifle, one can almost see perched on his lean shoulders the puckish spirit of human progress; tongue in cheek, jerking and hopping, it urges old Juha Toivola onward. And seen in this fashion Juha
is by no means a repulsive individual, rather does
he arouse in the beholder a half-humorous
sympathy. For how often has not the same imp grinned gleefully from the shoulders of many who tread their path with broad brows furrowed with deep lines of wisdom?

A sense of lonely helplessness was uppermost in Juha’s mind as he strode on towards Paitula.
Important events are brewing on this eve of
St. Mary’s Day, though Juha has no clear inkling
of the direction they are to take. All he suspects
is that he has been sent on an errand no one else
would be bothered with, and he feels that he is being badly rewarded for all his wood-carrying and helpfulness.“

 

Frans Eemil Sillanpää (16 september 1888 – 3 juni 1964)