Tõnu Õnnepalu, Janusz Glowacki, Julian Tuwim, Eginald Schlattner, Warren Murphy, Johannes Poethen

De Estische dichter, schrijver en vertaler Tõnu Õnnepalu werd geboren op 13 september 1962 in Tallin. Zie ook mijn blog van 13 september 2008 en ook mijn blog van 13 september 2009 en ook mijn blog van 13 september 2010.

 

Flesh has become word

Flesh has become word, word has not become flesh.
Who lives, can become word,
this is my little human hope
and today it is visible, today, today!

Today awakens the flesh in my flesh and the earth in my bones
and the sap of trees, the earth water, rises upwards,
earth’s cold blind water, lifeless water, ice water,
presses up throught the veins,
through the bitter flesh of pines,
the sweet flesh of maples,
up, out, into steam, as spirit,
in vain, water presses, sap presses, blood presses, yes,
not listening, in vain!

The hum of ducks is the Victory Song today,
the Nameless’ immense fleshly voice in the tranquil mist of the sea,
under the bright morning covers, in the warm, wordless light,
yes, in wordlessness, in not becoming word, in not being held by the word.

And I remain outside of it, outside of this great day,
because inside me there are words,
seeing and hearing I think words,
I do not hum like ducks, I do not flap wings,
the words in my head are mute motionless song,
needless sounds that nobody hears,
blind light that nobody sees,
an unmade move, caress and pain that nobody feels.

But there is something else in me, there happens to be everything
that touches everything else today and flies away.

And the word is smaller than this,
for really there is very little in word.
Perhaps this or that, perhaps a lot,
perhaps almost everything remains outside the word.

The word is ill of it, always in pain for what it is not.
In pain of this morning,
in pain of the flesh and blood,
in pain of water and light,
in pain for being closed in the head.

It may be that this is my work, that this is
the pressing voice of the Nameless speaking in me:
to let the word free, let it out of the head,
let it die, sow it into the vast earth of the unword,
into the darkness of myself and un-self,
outside the gates into the great light where Today is waiting,
where the wordless, shapeless, ever changing All is waiting.

And I myself should wait, not knowing for what,
cry and mourn for the word, weep for my self
that has no more name,
lie down on bare ground before the Gates
as beggars lie down to sleep in the open
and wait to be let in,
wait to get out,
wait for the Hour of Change, for the Unknown.

Tõnu Õnnepalu (Tallin, 13 september 1962)

Continue reading “Tõnu Õnnepalu, Janusz Glowacki, Julian Tuwim, Eginald Schlattner, Warren Murphy, Johannes Poethen”

Nicolaas Beets, Francis Yard, Roald Dahl, Anton Constandse, J. B. Priestley, James Shirley

De Nederlandse dichter, predikant en hoogleraarr Nicolaas Beets werd geboren op 13 september 1814 in Haarlem. Zie ook mijn blog van 13 september 2010 en eveneens alle tags voor Nicolaas Beets op dit blog.

 

Langs moeders graf

’t Was de eerste thuiskomst na haar sterven;
Wij haalden hem van boord.
Hij pakte en kuste ons honderd werven,
Maar sprak geen enkel woord.
Een tijdlang stond hij in gedachten,
En zag ons zwijgend aan;
Op eenmaal kreeg hij moed en krachten,
En zeide “ Laat ons gaan ! “

Het kleine Stijntje werd gedragen,
Ik bij de hand gevat;
Opeens de Kerkstraat ingeslagen,
In plaats van ’t achterpad.
Verwondring heb ik niet doen blijken;
Benepen zweeg ik stil,
En had het hart niet op te kijken,
Al had ik ook de wil.

Maar toen wij langs het kerkhof togen,
Zijn hand de mijne neep,
Zag ik hem aan met vochtige ogen,
Ten blijk dat ik ’t begreep,
‘ Had ik die blik maar niet geslagen ! ‘
Herhaal ik duizend keer:
’t Gelaat dat toen mijn ogen zagen,
Vergeet ik nimmermeer.

 

Niet klagen

Niet klagen
Maar dragen
En vragen
Om kracht.
Niet zorgen
Voor morgen
Bij vallende nacht.
Niet beven
Voor ‘t leven
Gegeven
Van God
Maar ‘t heden
Besteden
Naar plicht en gebod.
Niet dringen
In dingen
Door niemand bevroed.
Tevreden
Te treden
Bij ‘t licht op het pad
En de lamp voor de voet.

 

Nicolaas Beets (13 september 1814 – 13 maart 1903)

Buste door Cornelis Beets, 1894

Continue reading “Nicolaas Beets, Francis Yard, Roald Dahl, Anton Constandse, J. B. Priestley, James Shirley”