Hugo Brandt Corstius, Maurice Maeterlinck, Thom Gunn, Lukas Hartmann, Edward Carpenter

De Nederlandse schrijver en wetenschapper Hugo Brandt Corstius werd geboren in Eindhoven op 29 augustus 1935. Zie ook mijn blog van 29 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Hugo Brandt Cortius op dit blog.

 

Uit: De toekomst van het Nederlands

„Veel klagen zij over de verloedering, de versloffing, de achteruitgang van het Nederlands zoals zij zich dat uit vroeger jaren herinneren. Op een avond in 1991 zette ik voet aan wal in Curaçao en werd onmiddellijk besprongen door een schrijver met een grote hoed, Boelie van Leeuwen, die een hoofdartikel uit de Nieuwe Rotterdamse Courant meedroeg waarin alle woorden door felle rode strepen onleesbaar waren gemaakt: ‘Kunt u daar niets tegen doen?’

Maar wat zij niet weten, die klagers buiten Nederland, is dat het ook in Nederland, en ik neem aan in België niet minder, één grote klaagzang is. Charivarius kon zijn onbegrijpelijke afkeer van ‘vanaf’ en ‘vanuit’ tenminste nog wel sprekend en grappig onder woorden brengen. Maar wie, om een voorbeeld te noemen, leest hoe Jan Kuitenbrouwer deze weken klaagt over woordcompressie (alsof die niet in alle talen en alle tijden wordt uitgeoefend op woorden en zelfs zinnetjes die je veel gebruikt) en over de verkeerde uitspraak van de ‘r’ of de ‘g’, die verstijft van zoveel onkunde en domheid. ‘Alsjeblieft’ en ‘alstublief’, dat zijn toch prachtige zinscomprimaties, waar onze leerlingen veel van kunnen opsteken.

Het is nu al zover dat het, helaas ook in het beschaafde Nederland voorkomende, racisme zijn weg naar de oppervlakte vindt door het klagen over het Nederlands van die jeugdigen die de pech hebben dat hun ouders niet in Batavia of Amsterdam maar in Turkije of Marokko geboren werden, alsof niet altijd en overal jeugdigen er een eer in scheppen een eigen taaltje te maken waar de ouderen zich aan ergeren.

Er is, laat ik het maar direct verklappen, over de Nederlandse taal niets te klagen. Nooit in de geschiedenis is er door zoveel mensen Nederlands gesproken als nu. En dat komt niet eens door onze vruchtbaarheid, maar door onze immigranten. Kon je vroeger in bepaalde Franse dorpjes zomers veel Hollands horen van vakantiegangers, nu klinken onze klanken de hele zomer in menig Turks of Berbers dorp, van vakantiegangers in hun oude land.“

 

Hugo Brandt Corstius (Eindhoven, 29 augustus 1935)

 

De Engelse dichter Thomson („Thom“) William Gunn werd geboren op 29 augustus 1929 in Gravesend, Kent. Zie ook mijn blog van 29 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Thom Gunn op dit blog.

From the Wave

It mounts at sea, a concave wall

Down-ribbed with shine,

And pushes forward, building tall

Its steep incline.

Then from their hiding rise to sight

Black shapes on boards

Bearing before the fringe of white

It mottles towards.

Their pale feet curled, they poise their weight

With a learn’d skill.

It is the wave they imitate

Keeps them so still.

The marbling bodies have become

Half wave, half men,

Grafted it seems by feet of foam

Some seconds, then,

Late as they can, they slice the face

In timed procession:

Balance is triumph in this place,

Triumph possession.

The mindless heave of which they rode

A fluid shelf

Breaks as they leave it, falls and, slowed,

Loses itself.

Clear, the sheathed bodies slick as seals

Loosen and tingle;

And by the board the bare foot feels

The suck of shingle.

They paddle in the shallows still;

Two splash each other;

They all swim out to wait until

The right waves gather.

 


Thom Gunn (29 augustus 1929 – 25 april 2004)

 

De Belgische dichter en schrijver Maurice Maeterlinck werd geboren op 29 augustus 1862 in Gent. Zie ook mijn blog van 29 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Maurice Maeterlinck op dit blog.

Heures ternes

Voici d’anciens désirs qui passent,

Encor des songes de lassés,

Encor des rêves qui se lassent;

Voilà les jours d’espoir passés!

En qui faut-il fuir aujourd’hui?

Il n’y a plus d’étoile aucune;

Mais de la glace sur l’ennui

Et des linges bleus sur la lune.

Encor des sanglots pris au piège,

Voyez les malades sans feu,

Et les agneaux brouter la neige;

Ayez pitié de tout, mon Dieu!

Moi, j’attends un peu de réveil,

Moi, j’attends que le sommeil passe,

Moi, j’attends un peu de soleil

Sur mes mains que la lune glace!

 

Reflets

Sous l’eau du songe qui s’élève

Mon âme a peur, mon âme a peur.

Et la lune luit dans mon cœur plongé

Dans les sources du rêve!

Sous l’ennui morne des roseaux.

Seul le reflet profond des choses,

Des lys, des palmes et des roses

Pleurent encore au fond des eaux.

Les fleurs s’effeuillent une à une

Sur le reflet du firmament.

Pour descendre, éternellement

Sous l’eau du songe et dans la lune.

 

Désirs d’Hiver

Je pleure les lèvres fanées

Ou les baisers ne sont pas nés

Et les désirs abondonnés

Sous les tristesses moissonnées.

Toujours la pluie à l’horizon !

Toujours la neige sur les grèves !

Tandis qu’au seuil clos de mes rêves

Des loups couchés sur le gazon.

Observent en mon âme lasse.

Les yeux ternis dans le passé,

Toutle sang autrefois versé

Des agneaux mourants sur la glace.

Seule la lune éclaire enfin

De sa tristesse monotone,

Où gèle l’herbe de l’automne,

Mes désirs malades de faim.

 

Maurice Maeterlinck (29 augustus 1862 – 6 mei 1949)

 

De Zwitserse schrijver Lukas Hartmann (eig. Hans-Rudolf Lehmann) werd geboren op 29 augustus 1944 in Bern. Zie ook mijn blog van 29 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Lukas Hartmann op dit blog.

 

Uit: Bis ans Ende der Meere

„Allen blutete stark, als man ihn losband, am stärksten aus dem Mund. Er hatte verlangt, dass man ihm ein Lederstück zwischen die Zähne schob. Nun hatte er es durchgebissen und die halbe Zunge dazu. Die Zunge würde rasch heilen, befand Anderson, da gebe es selten Entzündungen, anders als auf dem Rücken, von dem die Haut in Fetzen hing und den man täglich einsalben müsse. Er war – das vertraute er später Webber an – beunruhigt von Cooks Zornanfällen; auf der vorigen Reise hatte er ihn gelassener erlebt. Es möge sein, sagte er, dass Cook erschöp∫er sei, als er vor sich selbst zugebe.

Nervöse Erschöpfung sei nicht ungefährlich, sie könne zu einem Zusammenbruch führen oder – was bei Cook allerdings kaum denkbar sei – zu völligem Kontrollverlust. Und dann erzählte er Webber, den er zu einem Trunk in seine Kabine eingeladen hatte, dass Cook vor drei Jahren, auf der Höhe von Feuerland, schwer krank geworden sei, vermutlich wegen eines gi∫igen Fischs. Tagelang sei er nicht mehr fähig gewesen, Befehle zu erteilen, man habe um sein Leben gebangt. Dann habe der ältere Forster, der deutsche Naturforscher, sonst ein selbstgerechter und zänkischer Mensch, eingewilligt, seinen Hund für den Kapitän zu opfern. Der Koch habe den Hund – einen Bastard, gekau∫ in irgendeinem Hafen – geschlachtet und aus dem Fleisch eine Bouillon gekocht, die den Kapitän enorm gekrä∫igt habe. Aber die Nachwirkungen dieser Krankheit habe ihm auf die Gallenblase geschlagen, und sie sei wohl an seinem jetzigen Zustand mitbeteiligt. Wolle Gott, dass Captain Cook gesunden

Geistes bleibe und beide SchiΣe heil nach England zurückbringe!“

 


Lukas Hartmann (Bern, 29 augustus 1944)

 

De Engelse dichter, schrijver en activist Edward Carpenter werd geboren op 29 augustus 1844 in Hove, in de buurt van Brighton. Zie ook mijn blog van 29 augustus 2008 en ook mijn blog van 29 augustus 2009 en ook mijn blog van 29 augustus 2010

 

BY THE SHORE (Fragment)

ALL night by the shore.

The obscure water, the long white lines of advancing foam, the rustle and thud, the panting sea-breaths, the pungent sea-smell,

The great slow air moving from the distant horizon, the immense mystery of space, and the soft canopy of the clouds!

The swooning thuds go on–the drowse of ocean goes on:

The long inbreaths–the short sharp outbreaths–the silence between.

I am a bit of the shore: the waves feed upon me, they come pasturing over me;

I am glad, O waves, that you come pasturing over me.

I am a little arm of the sea: the same tumbling swooning dream goes on–I feel the waves all around me, I spread myself through them.

How delicious! I spread and spread. The waves tumble through and over me–they dash through my face and hair.

The night is dark overhead: I do not see them, but I touch them and hear their gurgling laughter.

The play goes on!

The strange expanding indraughts go on!

Suddenly I am the Ocean itself: the great soft wind creeps over my face.

I am in love with the wind–I reach my lips to its kisses.

How delicious! all night and ages and ages long to spread myself to the gliding wind!

But now (and ever) it maddens me with its touch, I arise and whirl in my bed, and sweep my arms madly along the shores.

I am not sure any more which my own particular bit of shore is;

All the bays and inlets know me: I glide along in and out under the sun by the beautiful coast-line;

My hair floats leagues behind me; millions together my children dash against my face;

I hear what they say and am marvellously content.

All night by the shore;

And the sea is a sea of faces.

The long white lines come up–face after face comes and falls past me–

Thud after thud. Is it pain or joy?

Face after face–endless!

 


Edward Carpenter (29 augustus 1844 – 28 juni 1929)

Portret door Roger Fry, 1894

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e augustus ook mijn vorige blog van vandaag.